ECLI:NL:GHARL:2023:3781

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
4 mei 2023
Publicatiedatum
4 mei 2023
Zaaknummer
Wahv 200.314.054
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Beswerda
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13 WahvArt. 14 WahvArt. 6:24 AwbArt. 6:7 AwbArt. 6:8 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging beslissing kantonrechter ondanks ondeugdelijke bekendmaking adreswijziging

De betrokkene stelde hoger beroep in tegen de beslissing van de kantonrechter inzake een zaak op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De kantonrechter had het beroep ongegrond verklaard. De betrokkene voerde aan dat hij de oproeping en beslissing niet had ontvangen omdat deze naar zijn oude adres waren gestuurd, terwijl hij sinds november 2021 op een nieuw adres stond ingeschreven.

De advocaat-generaal stelde dat het hoger beroep niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat het te laat was ingediend en de betrokkene verantwoordelijk was voor het doorgeven van zijn adreswijziging. Het hof oordeelde echter dat de mededeling van de betrokkene aan de griffie over zijn verhuizing aanleiding had moeten zijn voor een verificatie bij de Basisregistratie Personen (BRP). Dit was nagelaten, waardoor de beslissing naar het oude adres werd gestuurd en de beroepstermijn niet juist kon aanvangen.

Het hof verklaarde het hoger beroep ontvankelijk, maar overwoog dat de betrokkene geen gronden had aangevoerd tegen de beslissing van de kantonrechter. Daarnaast was het voor rekening van de betrokkene gekomen dat de oproeping naar het oude adres was gestuurd, omdat hij zijn adreswijziging niet tijdig aan de rechtbank had doorgegeven. Er was geen sprake van schending van het beginsel van hoor en wederhoor.

Daarom bevestigde het hof de beslissing van de kantonrechter en wees het hoger beroep af.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de beslissing van de kantonrechter en verklaart het hoger beroep ontvankelijk vanwege ondeugdelijke bekendmaking.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.314.054/01
CJIB-nummer
: 240848370
Uitspraak d.d.
: 4 mei 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Overijssel van 11 mei 2022, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats1] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Tegen de beslissing van de kantonrechter kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld. Dat volgt uit de artikelen 13, derde lid, en 14 van de Wahv en de artikelen 6:24, 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht. De termijn voor het instellen van hoger beroep begint op de dag die volgt op de dag waarop de beslissing aan de betrokkene is toegestuurd.
2. De beslissing van de kantonrechter is op 24 mei 2022 aan de betrokkene toegestuurd. Daarvan uitgaande eindigde de beroepstermijn op 5 juli 2022. Het beroepschrift is gedateerd 22 juli 2022. Uit een stempel blijkt dat het op 29 juli 2022 door de rechtbank is ontvangen.
3. De betrokkene voert aan dat hij zowel de oproeping voor de zitting van de kantonrechter als de beslissing van de kantonrechter niet heeft ontvangen, omdat deze naar zijn oude adres zijn gestuurd. Ter onderbouwing heeft hij een print screen overgelegd van zijn gegevens uit de Basisregistratie Personen (BRP), waarin staat dat hij vanaf 28 november 2021 staat ingeschreven op het adres [adres1] , [woonplaats1] .
4. De advocaat-generaal stelt zich op het standpunt dat het hoger beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat het niet tijdig is ingesteld. Het lag op de weg van de betrokkene om zijn adreswijziging door te geven aan de rechtbank. Hier is hij ook uitdrukkelijk door de griffier van de rechtbank op gewezen. De betrokkene heeft dit echter niet gedaan. Het komt daarom voor zijn rekening dat de beslissing van de kantonrechter naar zijn oude adres is gestuurd en deze hem daardoor niet tijdig heeft bereikt.
5. Uit het dossier blijkt het volgende.
6. De betrokkene heeft op 22 september 2021 via het Digitaal Loket beroep ingesteld bij de kantonrechter.
7. Bij brief van 4 april 2022 is de betrokkene opgeroepen voor de zitting van de kantonrechter op 11 mei 2022. Deze brief is verzonden naar het adres [adres2] , [woonplaats1] . Niet gebleken is dat deze oproeping onbestelbaar retour is gekomen.
8. Op 13 mei 2022 heeft de betrokkene een e-mail naar de rechtbank gestuurd waarin hij schrijft dat hij de oproeping voor de zitting van 11 mei 2022 pas op 12 mei 2022 heeft ontvangen, omdat deze naar zijn oude adres is gestuurd en dat hij zijn adreswijziging bij de gemeente had doorgegeven. De betrokkene verzoekt om hem alsnog in de gelegenheid te stellen om bij de behandeling van zijn zaak aanwezig te zijn.
9. Bij e-mail van 16 mei 2022 heeft een medewerker van de rechtbank de betrokkene meegedeeld dat de behandeling van zijn zaak op 11 mei 2022 heeft plaatsgevonden, dat de oproepingsbrief niet retour is gekomen, dat de betrokkene zelf verantwoordelijk is voor het doorsturen van zijn juiste gegevens, dat de kantonrechter een beslissing heeft genomen en het beroep ongegrond heeft verklaard en dat die beslissing binnenkort aan de betrokkene zal worden toegezonden. De medewerker heeft de betrokkene daarom verzocht zijn juiste adresgegevens door te sturen.
10. Bij e-mail van 17 mei 2020 heeft de betrokkene teruggeschreven dat het in het contact met (semi) overheidsinstellingen voldoende is om eenmalig bij de gemeente een adreswijziging door te geven.
11. De beslissing van de kantonrechter is op 24 mei 2022 aan de betrokkene toegestuurd naar het adres [adres2] , [woonplaats1] .
12. Als een betrokkene tijdens een procedure verhuist, mag worden verwacht dat een adreswijziging wordt doorgegeven aan de instantie waar de procedure loopt (vgl. het arrest van het Hof Leeuwarden van 1 mei 2002, vindplaats op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHLEE:2002:AE3467). Uit het dossier blijkt niet dat de betrokkene dit heeft gedaan.
13. De betrokkene heeft echter wel op 13 mei 2022 bij de rechtbank aangegeven dat hij was verhuisd. Gelet hierop kon voor het versturen van de beslissing van de kantonrechter op 24 mei 2022 niet zonder meer gebruik worden gemaakt van het oude adres van de betrokkene, maar bestond er aanleiding om bij de BRP navraag te doen naar de actuele adresgegevens van de betrokkene. Niet is gebleken dat zodanige navraag is gedaan, terwijl die navraag gelet op de door de betrokkene in hoger beroep overgelegde gegevens het nieuwe adres van de betrokkene had opgeleverd. Gelet hierop kan niet worden vastgesteld dat de beslissing van de kantonrechter op de voorgeschreven wijze bekend is gemaakt. Dit brengt mee dat de beroepstermijn niet is aangevangen en dat het hoger beroep tijdig is ingesteld. Het hoger beroep is dan ook ontvankelijk.
14. Nu uit het dossier niet blijkt dat de betrokkene na het instellen van het beroep bij de kantonrechter zijn adreswijziging heeft doorgegeven aan de rechtbank en er - anders dan ten aanzien van het versturen van de beslissing van de kantonrechter - geen aanleiding bestond om voor het versturen van de oproeping voor de zitting van de kant onrechter bij de BRP navraag te doen naar de actuele adresgegevens van de betrokkene, is het hof van oordeel dat het voor rekening van de betrokkene komt dat de oproeping naar zijn oude adres is gestuurd en deze hem daardoor niet tijdig heeft bereikt. Van schending van het beginsel van hoor en wederhoor is dan ook geen sprake.
15. Gelet op het voorgaande en in aanmerking genomen dat de betrokkene verder geen gronden heeft aangevoerd tegen de beslissing van de kantonrechter zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Starreveld als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.