ECLI:NL:GHARL:2023:4115

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
15 mei 2023
Publicatiedatum
15 mei 2023
Zaaknummer
Wahv 200.314.458
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 WahvArt. 4:84 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Sanctie opgelegd aan kentekenhouder na lasergunmeting zonder reële staandehoudingsmogelijkheid

De betrokkene kreeg een sanctie van €149 opgelegd voor het rijden met 16 km/u te hard binnen de bebouwde kom, vastgesteld met een lasergun op 20 januari 2021. De betrokkene voerde aan dat de sanctie ten onrechte aan hem als kentekenhouder werd opgelegd omdat er wel een reële mogelijkheid tot staandehouding was.

De ambtenaar voerde aan dat hij alleen was en geen tijd had om een zaklantaarn met rode kegel te pakken om een veilig stopteken te geven, mede door het schemerige tijdstip. Hierdoor was staandehouding niet mogelijk. De instructie voor lasergunmetingen schrijft voor dat in beginsel tot staandehouding moet worden overgegaan, maar dat bij afwezigheid van reële mogelijkheid tot staandehouding de sanctie aan de kentekenhouder mag worden opgelegd mits dit gemotiveerd is.

Het hof oordeelt dat de ambtenaar voldoende heeft gemotiveerd waarom staandehouding niet mogelijk was en dat de keuze voor verbaliseren op kenteken terughoudend wordt getoetst. De sanctie is daarom terecht opgelegd aan de kentekenhouder. Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen en de beslissing van de kantonrechter wordt bevestigd.

Uitkomst: De sanctie is terecht aan de kentekenhouder opgelegd wegens afwezigheid van reële staandehoudingsmogelijkheid.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.314.458/01
CJIB-nummer
: 239034915
Uitspraak d.d.
: 15 mei 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Limburg van 30 juni 2022, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. N.G.A. Voorbach, kantoorhoudende te Zoetermeer.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 149,- voor: “16 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom”. Deze gedraging zou zijn verricht op 20 januari 2021 om 17.18 uur op de Emmaberg in Valkenburg met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de sanctie ten onrechte aan de betrokkene als kentekenhouder is opgelegd. Er heeft zich een reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder voorgedaan. Het gaat in deze zaak om een lasergunmeting. In de Instructie snelheidsoverschrijdingen en snelheidsbegrenzers (hierna: Instructie) staat vermeld dat in beginsel tot staandehouding moet worden overgegaan. Het betreft hier een beleidsregel, waarvan de ambtenaar gelet op artikel 4:84 van Pro de Algemene wet bestuursrecht slechts mag afwijken in het voordeel van een betrokkene. Dat de ambtenaar zelf onhandig gepositioneerd staat kan geen reden zijn de beleidsregels te negeren.
3. Uit artikel 5 van Pro de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een sanctie kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder aanstonds vast te stellen, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd.
4. In dit verband is in het zaakoverzicht als reden geen staandehouding opgenomen dat de ambtenaar alleen was en daarom geen staandehouding kon verrichten. Verder bevat het dossier een aanvullend proces-verbaal, waarin de ambtenaar onder meer verklaart:
“Ik, ambtenaar, was gekleed in een van dienstwege verstrekt motoruniform en alleen werkzaam ter plaatse van de controle.
Het feit dat ik niet kon overgaan tot staandehouding was gelegen in het feit dat ik direct na constatering van de overtreding geen tijd had om snel een zaklantaarn met rode kegel te kunnen pakken om vervolgens een duidelijk zichtbaar stopteken te kunnen geven.
Navraag in open bronnen op het internet leerde dat op 20 januari 2021, de datum van de overtreding, de zon onderging omstreeks 17.06 uur. Op het tijdstip van overtreding, zijnde 17.18 uur, was het reeds behoorlijk aan het schemeren. Hierdoor is een zaklantaarn met rode kegel een pre om een veilige staandehouding te kunnen verrichten.
Gezien het feit dat de betrokkene reed met een gecorrigeerde snelheid van 66 km/h, omgerekend
18.3 m/s, zou betekenen dat de bestuurder in 5.6 seconden voorbij zou rijden op de plaats waar ik mij bevond.”
5. In de ten tijde van de gedraging geldende Instructie is voor zover hier van belang het volgende vermeld:
“Juridisch gezien is er geen bezwaar tegen het verbaliseren op kenteken bij gebruik van de lasergun. Omdat echter bij het gebruik van de lasergun meestal geen fotografische- of videoregistratie van de gedraging of overtreding plaatsvindt, moet in beginsel tot staandehouding worden overgegaan. Als bij het gebruik van de lasergun toch tot het verbaliseren op kenteken wordt overgegaan zonder fotografische of videoregistratie, moet dit in het proces-verbaal of de beschikking worden gemotiveerd.”
6. In de Instructie is, gelet op de tekst daarvan, een voorbehoud opgenomen; er is ruimte om van staandehouding af te zien. In dit geval is voldaan aan de in de Instructie gestelde voorwaarde dat de keuze voor verbaliseren op kenteken moet worden gemotiveerd. In het zaakoverzicht en het aanvullend proces-verbaal is uitgelegd hoe de controle heeft plaatsgevonden en waarom staandehouding niet mogelijk was. Gelet hierop kan niet worden geoordeeld dat is gehandeld in strijd met de Instructie.
7. De - voor de mogelijkheid van staandehouding van belang zijnde - keuze van de ambtenaar voor de wijze waarop een verkeerscontrole wordt uitgevoerd leent zich slechts voor een uiterst terughoudende toetsing door de rechter (zie het arrest van dit hof van 27 augustus 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:8218). De hier toegepaste werkwijze kan die toetsing doorstaan. Gelet op de door de ambtenaar geschetste omstandigheden was er in dit geval geen reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder van het voertuig en mocht de ambtenaar volstaan met het bekeuren op kenteken. De sanctie is dan ook terecht met toepassing van artikel 5 van Pro de Wahv aan de betrokkene als kentekenhouder opgelegd.
8. De aangevoerde gronden treffen geen doel. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter dan ook bevestigen en het verzoek om een proceskostenvergoeding afwijzen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.