Uitspraak
1.[appellant1] ,
FINN B.V.,
[appellant1]en
Finn,
1.Het verdere verloop van de procedure in hoger beroep
2.Het oordeel van het hof
3.De beslissing
2 februari 2022;
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak vorderden [appellant1] en Finn B.V. vergoeding van onderzoeks-, reinigings- en saneringskosten vanwege bodemverontreiniging door weggestroomde olie uit ibc’s op hun terrein. Zij stelden dat er een overeenkomst van bewaarneming was gesloten met [geïntimeerde], die aansprakelijk zou zijn voor de schade.
De rechtbank had geoordeeld dat eiser niet had bewezen dat een dergelijke overeenkomst bestond en wees de vorderingen af. In hoger beroep werd de eis vermeerderd, maar het hof volgde de bewijswaardering van de rechtbank en oordeelde eveneens dat het bewijs voor het bestaan van de bewaarnemingsovereenkomst ontbrak.
De getuigenverklaringen waren tegenstrijdig en onvoldoende overtuigend, en ook de overgelegde Google Maps tijdlijn droeg niet bij aan het bewijs. Het hof veroordeelde eiser tot betaling van de proceskosten en wees het hoger beroep af, waarmee het vonnis van de rechtbank werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vorderingen van eiser af wegens onvoldoende bewijs van een bewaarnemingsovereenkomst.