Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Jeugdbescherming Gelderland,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
5.De motivering van de beslissing
.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak stond de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van vier minderjarige kinderen bij hun vader centraal. De moeder was tegen deze verlenging in hoger beroep gegaan en verzocht tevens om schorsing van de uitvoerbaarverklaring van de beschikking. Het hof verklaarde de moeder niet-ontvankelijk in het schorsingsverzoek en behandelde het hoger beroep inhoudelijk.
De feiten betroffen een gezin waarin de ouders gezamenlijk het gezag over vijf kinderen hebben. Sinds maart 2022 stonden de kinderen onder toezicht van de gecertificeerde instelling (GI). De kinderrechter had eerder machtiging verleend tot uithuisplaatsing van vier kinderen bij de vader, met verlengingen tot februari 2023. De moeder woonde met het vijfde kind apart. De GI had zorgen over de veiligheid en het welzijn van de kinderen in de thuissituatie bij de moeder, mede door haar psychische problematiek en het gedrag rondom haar nieuwe partner.
De moeder voerde aan dat de kinderen bij haar thuis moesten kunnen opgroeien, maar het hof oordeelde dat het belang van de kinderen om in een veilige omgeving op te groeien zwaarder woog. Het hof stelde vast dat de situatie bij de moeder onvoldoende was verbeterd en dat zij zich niet hield aan aanwijzingen van de GI. De bestreden beschikking werd daarom bekrachtigd en de machtiging tot uithuisplaatsing verlengd.
De uitspraak bevestigt de noodzaak van bescherming van minderjarigen in onveilige thuissituaties en onderstreept het belang van een zorgvuldige afweging tussen het belang van ouders en het welzijn van kinderen.
Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van de vier kinderen bij de vader is verlengd en de bestreden beschikking is bekrachtigd.