ECLI:NL:GHARL:2023:4287
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Wijma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sanctie door roodlichtpassage ondanks hoorplichtgeschil
De betrokkene stelde beroep in tegen een sanctie van €240 wegens doorrijden bij een rood verkeerslicht op 17 augustus 2020. De gemachtigde van de betrokkene voerde aan dat de officier van justitie de hoorplicht had geschonden door slechts een telefonische hoorzitting aan te bieden en geen fysieke zitting te organiseren.
Het hof oordeelde dat de hoorplicht inderdaad niet adequaat was nageleefd, omdat op grond van artikel 7:19, derde lid, Awb alleen van het horen in het openbaar kan worden afgezien bij verzoek of gewichtige redenen, die hier ontbraken. De beslissing van de kantonrechter werd daarom vernietigd en het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard.
Bij de inhoudelijke beoordeling van de sanctie stelde het hof vast dat de ambtenaar bevoegd was en dat de administratieve sanctie op voldoende gegevens was gebaseerd, waaronder foto's waarop het voertuig van de betrokkene duidelijk zichtbaar was bij rood licht. De aangevoerde argumenten over de geeltijd en de betrouwbaarheid van het bewijs werden verworpen.
Het hof oordeelde ook dat er geen sprake was van een structurele schending van de hoorplicht jegens professioneel rechtsbijstandverleners die tot matiging van de sanctie zou moeten leiden. De beslissing van de kantonrechter werd bevestigd en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de sanctie van €240 voor doorrijden bij rood licht en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.