Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in het principaal hoger beroep in zaaknummer 200.310.953,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn in 2013 gehuwd in gemeenschap van goederen en hebben samen twee minderjarige kinderen. Na hun echtscheiding in 2019 ontstond geschil over de verdeling van de ontbonden gemeenschap van goederen en de hoogte van de kinder- en partneralimentatie.
De vrouw kwam met meerdere grieven tegen de verdeling van de gemeenschap en alimentatiebeschikkingen, terwijl de man incidenteel hoger beroep voerde. Het hof behandelde onder meer de verdeling van makelaarskosten, spaarrekeningen, huurinkomsten, hypotheekrente, leningen, aandelen en rekening-courantschulden. Ook werd de draagkracht en behoefte voor alimentatie vastgesteld, waarbij het hof rekening hield met inkomsten, lasten, en de zorgverdeling.
Het hof vernietigde delen van de eerdere beschikking, bepaalde dat openstaande belastingschulden en accountantskosten gezamenlijk gedragen worden, en stelde de partneralimentatie vast op € 1.477 per maand vanaf 1 juli 2022. De kinderalimentatie bleef op het overeengekomen geïndexeerde bedrag van € 472,78 per kind per maand. De proceskosten in hoger beroep werden gecompenseerd tussen partijen.
Uitkomst: Het hof vernietigt delen van eerdere beschikkingen, wijzigt de partneralimentatie en compenseert de proceskosten tussen partijen.