Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verder te noemen: de vader,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een hoger beroep van de dochter tegen een beschikking van de kantonrechter die een mentorschap ten behoeve van haar vader had ingesteld. De vader was in 2022 overleden, waarna de dochter het hoger beroep voortzette met het verzoek om primair te verklaren dat geen reden voor het mentorschap bestond en subsidiair om een andere mentor te benoemen.
Het hof oordeelt dat de dochter geen verklaring voor recht kan vragen omdat zij niet de onmiddellijk betrokken persoon is, maar de vader zelf. Daarnaast is het mentorschap door het overlijden van de vader van rechtswege geëindigd, waardoor het subsidiaire verzoek om een andere mentor te benoemen geen belang meer heeft.
Daarom wijst het hof zowel het primaire als het subsidiaire verzoek af en compenseert de kosten tussen partijen. De beschikking is op 25 mei 2023 in het openbaar uitgesproken door drie raadsheren.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af omdat het mentorschap door overlijden is geëindigd en de dochter geen belang heeft bij haar verzoeken.