Uitspraak
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep
- het tussenarrest van 15 maart 2022
- het verslag (proces-verbaal) van de mondelinge behandeling van 23 mei 2022
- de memorie van grieven
- de memorie van antwoord.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak vordert appellant, een ondernemer met restaurants, de ontbinding van de overeenkomst van opdracht met administratiekantoor Hoving & Sedeqe wegens vermeende slechte uitvoering van de boekhouding en belastingaangiftes. Appellant schakelde een ander administratiekantoor in om het werk over te doen en weigert de factuur van Hoving & Sedeqe te betalen.
De kantonrechter wees de vordering van Hoving & Sedeqe tot betaling van de factuur toe en wees de vordering van appellant af. In hoger beroep beoogt appellant deze beslissing te vernietigen en tevens schadevergoeding te verkrijgen.
Het hof oordeelt dat Hoving & Sedeqe niet in verzuim is geraakt omdat appellant geen ingebrekestelling heeft gedaan en onvoldoende heeft onderbouwd dat nakoming blijvend onmogelijk was. Ook het verweer van rechtsverwerking of afstand van recht faalt wegens onvoldoende bewijs. De vordering tot ontbinding en schadevergoeding wordt daarom afgewezen. Het hoger beroep wordt verworpen en appellant wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst het hoger beroep af; appellant moet de factuur betalen en proceskosten vergoeden.