In deze civiele zaak stond de juistheid van renteberekeningen centraal. Het hof had in een tussenarrest de vorderingen van appellanten toewijsbaar geoordeeld, maar omdat er geen deugdelijke renteberekeningen waren overgelegd, werd partijen gelegenheid gegeven deze alsnog in te dienen.
Appellanten dienden berekeningen in waaruit bleek dat Bosma B.V. respectievelijk €39.435,05 en €43.312,52 aan rente verschuldigd was, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de dagvaarding. Bosma B.V. betwistte deze bedragen niet gemotiveerd en werd daarom veroordeeld tot betaling van deze bedragen.
Bosma B.V. verzocht nog om terug te komen op eerdere beslissingen, maar het hof wees dit af wegens strijd met de goede procesorde. Verder werd Bosma B.V. veroordeeld tot terugbetaling van door appellanten betaalde proceskosten van de eerste aanleg, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de dag van de appeldagvaarding.
De proceskosten van beide instanties werden eveneens aan Bosma B.V. opgelegd, inclusief nakosten en wettelijke rente. Het arrest werd in het openbaar uitgesproken op 6 juni 2023 door drie raadsheren van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.