Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
de raad voor de kinderbescherming(de raad),
regio Midden Nederland, locatie Utrecht.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De vader en moeder zijn ouders van twee minderjarige kinderen. De moeder oefent het gezag uit; de vader heeft geen omgang. De rechtbank stelde een contactregeling vast met wekelijkse (video)belmomenten van een half uur tussen vader en kinderen.
De vader kwam in hoger beroep met vijf grieven en verzocht onder meer een onderzoek door de raad en een dwangsom bij weigering van contact. De moeder voerde verweer en kwam met een grief in incidenteel hoger beroep, tevens verzocht zij schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad.
Tijdens de mondelinge behandeling trok de moeder het verzoek tot schorsing in. Het hof overwoog dat hoger beroep niet bedoeld is om een beschikking ongedaan te maken omdat partijen bij nader inzien van het verzoek af willen zien. Partijen werden daarom niet-ontvankelijk verklaard in het principaal en incidenteel hoger beroep en in het incident.
De beschikking van het hof bevestigt dat het rechtsmiddel hoger beroep niet kan worden ingezet om een reeds overeengekomen contactregeling te wijzigen als partijen later van gedachten veranderen.
Uitkomst: Partijen worden niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep en incident, waardoor de bestreden beschikking in stand blijft.