Conclusie
verzoekster tot cassatie,
advocaat: mr. N.C. van Steijn,
verweerder in cassatie,
1.Inleiding en samenvatting
2.Feiten en procesverloop
week 1: de vader haalt [kind 1] op vrijdag uit zijn werk op bij de moeder. [kind 1] blijft bij de vader tot maandag, waarop de vader haar naar school brengt. Op zaterdagochtend om 09.00 uur haalt de vader [kind 2] op bij de moeder. Zij blijft vervolgens tot zondag 16.00 uur bij de vader, waarna de moeder haar weer ophaalt bij de vader;
week 2: de vader haalt [kind 1] en [kind 2] op vrijdag na het werk op bij de moeder. De kinderen verblijven vervolgens tot zaterdag 16.00 uur bij de vader, waarna de moeder de kinderen weer ophaalt bij de vader;
week 3: conform week 1;
week 4: op donderdag haalt de vader [kind 2] om 09.00 uur bij de moeder. Om 14.15 uur haalt de vader [kind 1] uit school en brengt hij [kind 2] terug naar de moeder. [kind 1] blijft tot vrijdagochtend bij de vader, waarna hij haar naar school brengt.
De kinderen zijn vervolgens het weekend bij de moeder.
Overeenstemming over de zorgregeling
1. de beschikking van de rechtbank te vernietigen en een zorgregeling vast te stellen, waarbij de kinderen eens per veertien dagen een weekend (van vrijdag 17.00 uur tot zondag 18.00 uur in de oneven weken) bij de vader verblijven;
2.
primairhet gezamenlijk gezag van de ouders over de kinderen te beëindigen en haar voortaan alleen te belasten met het gezag,
subsidiaireen bijzondere curator te benoemen om advies in te winnen over het gezag en de zorg-/omgangsregeling en/of een raadsonderzoek te gelasten, en
3. Te bepalen dat de vader met ingang van 1 mei 2022 een bijdrage dient te leveren in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen,
kosten rechtens.
Daarnaast heeft de moeder voor de duur van het hoger beroep verzocht een zorgregeling vast te stellen, waarbij de kinderen eens per veertien dagen een weekend (van vrijdag 17.00 uur tot zondag 18.00 uur in de oneven weken) bij de vader verblijven.
I het door de moeder in hoger beroep verzochte af te wijzen;
II de moeder niet-ontvankelijk te verklaren in haar gewijzigde dan wel vermeerderde verzoeken, dan wel deze verzoeken af te wijzen,
kosten rechtens.
3.Bespreking van het cassatiemiddel
Subonderdeel 1Ais gericht tegen rov. 5.1 en 5.2 waarin het hof heeft volgende heeft overwogen:
Subonderdeel 1Bvoert aan dat het onjuist of onbegrijpelijk is dat het hof overweegt dat volgens de vader partijen hun inleidende verzoeken overeenkomstig de overeenstemming hebben aangepast en dat de moeder dit niet zou hebben betwist. Een dergelijke wijziging van het inleidend verzoek volgt immers niet uit de processtukken en het proces-verbaal van de zitting bij het hof. Daarentegen volgt volgens het onderdeel uit de beschikking van de rechtbank dat de moeder haar inleidende verzoeken op dit punt juist niet heeft ingetrokken. Daar komt bij dat de rechtbank de overeengekomen zorgregeling zelfstandig heeft getoetst aan de belangen van de kinderen, is de rechtbank uitdrukkelijk uitgegaan van de mogelijkheid van hoger beroep en is de beslissing om die reden uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Subonderdeel 1Cbetoogt dat het oordeel van het hof, dat als uitgangspunt geldt dat de partij van wie het verzoek door de rechter in eerste aanleg is toegewezen, geen belang heeft bij een hoger beroep en dat het rechtsmiddel van hoger beroep niet dient om in een dergelijk geval gelegenheid te geven om de beschikking waarbij het verzoek is toegewezen ongedaan te maken, onjuist is. Het hof heeft volgens het onderdeel miskend dat in de onderhavige zaak sprake was van een wijziging van omstandigheden zodat de moeder wel belang had bij het hoger beroep. Althans had het hof in het onderhavige geval moeten motiveren waarom de moeder geen voldoende belang had bij haar hoger beroep nu zij de overeengekomen zorgregeling met een beroep op een wijziging van omstandigheden wilde veranderen en de wet haar deze mogelijkheid ook biedt, aldus nog steeds het onderdeel.
De onderdelen lenen zich voor gezamenlijke behandeling.
welkunnen intrekken.”