ECLI:NL:GHARL:2023:5300
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens te late indiening in alimentatiezaak
De man en de vrouw hadden een affectieve relatie en zijn in 2017 uit elkaar gegaan. Zij zijn ouders van twee minderjarige kinderen die bij de vrouw wonen, die ook het gezag over hen uitoefent. De vrouw verzocht de rechtbank om een bijdrage van de man in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen, welke door de rechtbank werd vastgesteld op €214 per kind per maand vanaf 22 juni 2021.
De man stelde hoger beroep in tegen deze beschikking met drie grieven, onder meer over de draagkracht van partijen en de hoogte van de alimentatie. Het hof oordeelde echter dat het hoger beroep te laat was ingesteld, aangezien de beroepstermijn van drie maanden na de uitspraak was verstreken. De man had pas op 31 mei 2022 het beroepschrift ingediend, terwijl de beschikking op 12 november 2021 was gegeven en op 7 december 2021 in de Staatscourant was gepubliceerd.
Het hof overwoog dat ook een mogelijke uitzondering op de strikte beroepstermijn niet van toepassing was, omdat de man pas op 25 maart 2022 op de hoogte was geraakt van de beschikking en dan nog binnen veertien dagen had moeten instellen. Het hoger beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard. De vrouw verzocht om een kostenveroordeling, maar het hof wees dit af omdat geen sprake was van misbruik van recht of onnodig procederen.
Uitkomst: Het hoger beroep van de man wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.