In deze civiele zaak gaat het om een geschil tussen een ex-werkneemster en haar voormalige werkgever over de teruggave van een back-up van de mailbox van de werkgever, gemaakt door de ex-werkneemster vóór haar vertrek. De partijen hadden in een vaststellingsovereenkomst afgesproken dat alle bedrijfseigendommen, waaronder ook kopieën, binnen veertien dagen moesten worden ingeleverd.
De voorzieningenrechter had een deel van de vorderingen toegewezen, maar het hof vernietigt dit vonnis gedeeltelijk en bepaalt dat de harde schijf met de back-up moet worden overgedragen aan een door partijen gezamenlijk aangewezen onafhankelijke advocaat, die het beheer voert en beslist over verstrekking van gegevens aan de ex-werkneemster. Zij mag zelf geen kopie behouden, maar moet gelijktijdig een kopie aan de werkgever verstrekken.
Het hof motiveert dit met het beginsel van equality of arms, dat een gelijk procedureel speelveld moet waarborgen, vooral gezien de lopende en te verwachten procedures tussen partijen. Andere vorderingen, zoals het verstrekken van overzichten van bedrijfseigendommen die aan derden zijn verstrekt, worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs. De proceskosten worden door partijen zelf gedragen.