ECLI:NL:GHARL:2023:5389
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep afgewezen in geschil over geldleningsovereenkomst van €38.000
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of tussen appellant en geïntimeerde een geldleningsovereenkomst van €38.000 tot stand was gekomen in 2016. Appellant stelde dat hij dit bedrag had geleend aan geïntimeerde en een derde partij, maar kon dit niet voldoende bewijzen.
Het hof had appellant eerder toegelaten om bewijs te leveren, waaronder het horen van een getuige, maar deze getuige verscheen niet en appellant zag af van verdere bewijslevering. Geïntimeerde bracht ook geen bewijs aan ter ontkrachting van de stellingen.
Het hof oordeelde dat ondanks de onvoldoende onderbouwing van appellant, de door geïntimeerde betwiste feiten niet vaststaan en dat geïntimeerde niet in zijn bewijslevering is geslaagd. Desondanks slaagt het hoger beroep niet en wordt het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland bekrachtigd.
Appellant wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten in hoger beroep, waaronder griffierecht en advocaatkosten, die binnen 14 dagen moeten worden voldaan. De proceskostenveroordeling is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd.