Uitspraak
[appellant],
[geïntimeerde],
1.Het verloop van de procedure in eerste aanleg
2.Het verloop van de procedure in hoger beroep
De feiten van de zaak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Tussen verhuurder en huurster is een huurovereenkomst gesloten voor een woonruimte met een overeengekomen huurprijs van €690 per maand. De huurster meldde vanaf juli 2019 via whatsapp een lekkage aan de douche, die niet naar tevredenheid werd verholpen.
De huurster verzocht de Huurcommissie om toetsing van de redelijkheid van de huurprijs en om tijdelijke verlaging wegens verminderd woongenot door het gebrek. De Huurcommissie oordeelde dat de huurprijs te hoog was en verlaagde deze vanaf 1 augustus 2019 aanzienlijk. De verhuurder kwam in verzet, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard.
De verhuurder vorderde bij de kantonrechter vaststelling van een hogere huurprijs, terwijl de huurster een vergoeding eiste wegens te veel betaalde huur. De kantonrechter wees de vorderingen van de verhuurder af en kende de huurster grotendeels gelijk. Het hoger beroep van de verhuurder faalt, omdat het hof oordeelt dat de verhuurder onvoldoende heeft gehandeld na de meldingen van lekkage en dat de redelijkheid en billijkheid het beroep van de verhuurder op afwijzing van de huurprijsverlaging niet steunen.
Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en veroordeelt de verhuurder in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep van de verhuurder wordt afgewezen en het vonnis van de kantonrechter wordt bekrachtigd.