Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn gehuwd geweest en in 2019 gescheiden met een partneralimentatieverplichting van de man aan de vrouw. De man verzocht bij de rechtbank om nihilstelling van de partneralimentatie vanaf 2015, stellende dat hij geen draagkracht heeft en de vrouw geen aanvullende behoefte. De rechtbank wees dit verzoek af wegens onvoldoende inzicht in de financiële situatie van de man.
In hoger beroep bevestigt het hof deze afwijzing. Het hof stelt vast dat de man onvoldoende inzicht heeft verschaft in zijn inkomsten en vermogen, ondanks aanvullende stukken. Het hof oordeelt dat het bedrag van € 712,50 per maand dat op de rekening van de man is bijgeschreven, niet overtuigend is weerlegd als gezinsinkomen. Ook acht het hof de verklaring van de man over zijn beperkte inkomen en schenkingen niet geloofwaardig.
Het hof concludeert dat de behoefte van de vrouw en de draagkracht van de man zoals vastgesteld door de rechtbank standhouden. De grieven van de man falen en het hof bekrachtigt de bestreden beschikking, wijzend het verzoek tot nihilstelling af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot nihilstelling van partneralimentatie wegens onvoldoende inzicht in de financiële situatie van de man.