Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het verdere verloop van de procedure in hoger beroep
2.Het verdere oordeel van het hof
3.De beslissing
appeltarief II)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft het vonnis van de kantonrechter bevestigd waarin de huurovereenkomst van een sociale huurwoning werd ontbonden en ontruiming bevolen. De huurder had een huurachterstand van ruim 4,5 maand en had de woning zonder toestemming onderverhuurd aan derden, waarbij hij niet zelf zijn hoofdverblijf in de woning had.
De huurder voerde aan dat zijn financiële situatie, veroorzaakt door het verlies van zijn baan door de coronacrisis, en zijn persoonlijke omstandigheden een belangenafweging in zijn voordeel rechtvaardigden. Ook stelde hij dat de verhuurder geen melding had gemaakt van de betalingsachterstand bij de gemeente. Het hof oordeelde echter dat deze omstandigheden onvoldoende waren om ontbinding te voorkomen en dat de verhuurder wel degelijk melding had gemaakt.
Daarnaast werd benadrukt dat het zonder toestemming onderverhuren de taak van de verhuurder om toezicht te houden en een eerlijke verdeling van sociale huurwoningen frustreert. De tekortkomingen van de huurder waren van voldoende gewicht om ontbinding en ontruiming te rechtvaardigen.
Het hoger beroep van de huurder werd verworpen en hij werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten van de verhuurder. De uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hoger beroep van de huurder wordt afgewezen en de ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming blijven in stand.