Purple Q, een bedrijf van de broer van een ex-werknemer van Xiltrix, bood onderhoudsdiensten aan voor Xiltrix-regelsystemen, waarbij het merk Xiltrix werd genoemd. Xiltrix stelde dat dit merkinbreuk en oneerlijke reclame betrof. De voorzieningenrechter verbood Purple Q en de ex-werknemer het gebruik van het merk en bepaalde uitingen.
In hoger beroep oordeelde het hof dat Purple Q inderdaad merkinbreuk pleegde en misleidende reclame maakte, omdat zij niet alle onderhoudsdiensten kon leveren, zoals updates en bugfixes, maar dit niet duidelijk maakte. De uitingen wekten onjuiste verwachtingen bij klanten. De beschuldigingen van misbruik van machtspositie werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Het hof stelde dat het algemene verbod op het noemen van het merk Xiltrix te ver ging en erkende het recht op refererend merkgebruik, mits de informatie juist is en geen misleiding plaatsvindt. Purple Q en de ex-werknemer mogen bepaalde onderhoudsdiensten aanbieden en daarbij het merk noemen, mits zij niet de indruk wekken volledige diensten te leveren die zij niet kunnen uitvoeren.
De veroordeling tot rectificatie bleef gehandhaafd, maar de eis tot een tegen-rectificatie werd afgewezen. Het hof vernietigde het verbod op het gebruik van het merk in alle uitingen, maar bevestigde overige verboden en dwangsommen. Kosten werden verdeeld en verdere vorderingen afgewezen.