3.1 In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
(i) IATA-NL is een dochtermaatschappij van de vereniging naar Canadees recht International Air Transport Association, hierna: IATA, die is gevestigd te Montreal (Canada). Het lidmaatschap van IATA staat open voor luchtvaartmaatschappijen die internationale en/of binnenlandse vluchten verzorgen en aan bepaalde toelatingscriteria voldoen. Wereldwijd zijn ongeveer 230 luchtvaartmaatschappijen lid van IATA. IATA-NL is een zogeheten 'Agency Service Office' van IATA. Zij heeft als taak, kort gezegd, het op aanwijzing van IATA in Nederland uitvoeren en handhaven van alle door en voor de leden van de vereniging opgesteld regels.
(ii) Onderdeel van IATA is de 'Passenger Agency Conference' (PAC). Dit College bestaat uit senior managers van de aangesloten luchtvaartmaatschappijen en kan bij unanimiteit van stemmen besluiten tot wijziging van het hierna te noemen 'Travel Agent's Handbook' van IATA. Bij IATA aangesloten reisagenten hebben via vertegenwoordigers een raadgevende rol voor de PAC.
(iii) ANVR is een vereniging waarvan ongeveer 1.940 in Nederland werkzame reisagenten lid zijn die bemiddelen bij de totstandkoming van overeenkomsten van personenvervoer tussen luchtvaartmaatschappijen en andere partijen, in het bijzonder personen die door die maatschappijen vervoerd willen worden. Eiseressen tot cassatie sub 2-6, hierna: ATP c.s., zijn reisagenten die zijn aangesloten bij ANVR. Zij bemiddelen, kort gezegd, bij de verkoop van lijndiensttickets tussen reizigers en luchtvaartmaatschappijen.
(iv) IATA is, als vertegenwoordiger van de bij haar aangesloten luchtvaartmaatschappijen, overeenkomsten met reisagenten aangegaan, waaronder met ATP c.s. Deze overeenkomsten - telkens genaamd 'Passenger Sales Agency Agreement' (PSAA) - geven reisagenten het recht als 'IATA-agent' op te treden en te bemiddelen bij de totstandkoming van overeenkomsten van personenvervoer tussen bij IATA aangesloten luchtvaartmaatschappijen en andere partijen. In de PSAA's wordt verwezen naar regelingen die zijn opgenomen in het Travel Agent's Handbook, waaronder het 'Billing and Settlement Plan' (BSP), dat een regeling inhoudt voor de inning en verwerking van betalingen voor door reisagenten verkochte vliegtickets die recht geven op vervoer door een bij IATA aangesloten luchtvaartmaatschappij. Iedere PSAA bepaalt dat op de overeenkomst van toepassing is 'the law of the principal place of business' van de betrokken reisagent.
(v) Het BSP wordt in Nederland aan de zijde van IATA - respectievelijk de bij haar aangesloten luchtvaartmaatschappijen - uitgevoerd door IATA-NL. Het BSP voorziet erin dat reisagenten (de prijzen van) door hen verkochte vliegtickets aan IATA-NL moeten betalen voordat het personenvervoer waarop het betrokken ticket recht geeft, is uitgevoerd. IATA-NL wikkelt vervolgens de betaling aan de betrokken luchtvaartmaatschappij af. Ingevolge de in het BSP opgenomen 'defaultregeling' kan een reisagent die niet tijdig betaalt 'in default' worden verklaard en van het betalingssysteem worden uitgesloten. Dit heeft tot gevolg dat de reisagent geen tickets meer kan boeken via het IATA-systeem en niet langer de hiervoor onder (iv) bedoelde overeenkomsten van personenvervoer tot stand kan brengen. Als een reisagent binnen een bepaald tijdvak vier maal 'in default' is verklaard, wordt de licentie van de reisagent door IATA ingetrokken.
(vi) Begin 2004 is een van de bij IATA aangesloten luchtvaartmaatschappijen, Dutch Caribbean Airlines (DCA), in financiële problemen geraakt. Bij persbericht van 12 februari 2004 heeft DCA bekend gemaakt geen zekerheid te kunnen geven over de uitvoering van vluchten waarvoor reeds tickets waren verkocht. Zij heeft haar werkzaamheden in het najaar van 2004 beëindigd en is uiteindelijk gefailleerd.
(vii) ANVR c.s. heeft IATA-NL benaderd om, in afwijking van het BSP, een regeling te treffen die zou waarborgen dat reisagenten uitsluitend (vooruit)betalingen zouden hoeven doen voor door hen verkochte tickets die recht gaven op vervoer door DCA als zekerheid bestond dat de betreffende vluchten zouden worden uitgevoerd. IATA-NL heeft hiermee niet ingestemd en aangekondigd reisagenten in default te zullen verklaren indien zij niet aan hun betalingsverplichtingen uit hoofde van het BSP voldoen.
(viii) ATP c.s. hebben op grond van het BSP gelden vooruitbetaald aan IATA-NL in verband met door hen geboekte tickets voor vluchten van DCA die niet zijn uitgevoerd. De betrokken bedragen zijn niet aan hen vergoed door uitkeringen uit het faillissement van DCA of anderszins. ANVR c.s. hebben IATA-NL aangesproken tot vergoeding van de schade die zij als gevolg hiervan hebben geleden. IATA-NL heeft aansprakelijkheid van de hand gewezen en geen vergoeding betaald.