Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep, verder te noemen: [verzoeker] ,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het hof heeft het hoger beroep behandeld van verzoeker tegen de beschikking van de kantonrechter die het verzoek tot opheffing van het bewind had afgewezen.
Het bewind was ruim tien jaar geleden ingesteld vanwege een hoge schuldenlast na het faillissement van het vorige bedrijf van verzoeker. Inmiddels is de schuldenlast aanzienlijk verminderd en woont verzoeker zelfstandig met een eigen schildersbedrijf.
Verzoeker ervaart het bewind als belemmerend en weigert medewerking aan de bewindvoerder, wat het functioneren van het bewind bemoeilijkt. De bewindvoerder bevestigt dat het contact verslechterd is en dat verzoeker haar niet informeert over zijn bedrijfsactiviteiten.
Gezien deze omstandigheden en het feit dat voortzetting van het bewind niet langer zinvol is, heeft het hof de beschikking van de kantonrechter vernietigd en het bewind opgeheven met ingang van heden.
Uitkomst: Het hof heft het bewind op omdat voortzetting niet langer zinvol is.