Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het hoger beroep van de moeder tegen de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van haar minderjarige kind behandeld. De stiefvader werd niet-ontvankelijk verklaard omdat zijn beroepschrift na de termijn was ingediend.
De minderjarige verblijft sinds oktober 2021 in een gezinshuis vanwege ernstige trauma's en kwetsbaarheid die haar dagelijks functioneren belemmeren. De rechtbank had de machtiging tot uithuisplaatsing verlengd van 13 februari 2023 tot 13 april 2023. De moeder vorderde vernietiging of bekorting van deze machtiging en een onafhankelijk deskundigenonderzoek, maar het hof oordeelde dat de verlenging noodzakelijk was en het verzoek tot onderzoek niet kon worden ingewilligd.
Het hof benadrukte de noodzaak van een veilige en voorspelbare omgeving voor de minderjarige en wees erop dat de situatie van de ouders geen verandering bracht in de trauma's die het kind moet verwerken. De continuïteit van de plaatsing in het gezinshuis is essentieel. Het hof bekrachtigde daarom de bestreden beschikking en verklaarde deze uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De stiefvader is niet-ontvankelijk verklaard en de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing is bekrachtigd tot 13 april 2023.