ECLI:NL:GHARL:2023:6234

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
6 juli 2023
Publicatiedatum
21 juli 2023
Zaaknummer
200.326.668
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:265c lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging machtiging uithuisplaatsing van drie minderjarige kinderen bij vader

In deze zaak staat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van drie minderjarige kinderen centraal, die sinds mei 2022 bij hun vader wonen. De ouders hebben gezamenlijk het gezag over de kinderen. De kinderrechter had reeds de machtiging tot uithuisplaatsing bij de vader verlengd tot 26 augustus 2023, welke beslissing uitvoerbaar bij voorraad was verklaard.

De moeder is het niet eens met deze verlenging en is in hoger beroep gegaan met het verzoek de machtiging niet te verlengen. De gecertificeerde instelling (GI) verzet zich tegen dit verzoek en vraagt het hof de beslissing van de kinderrechter te bekrachtigen.

Het hof overweegt dat de uithuisplaatsing alleen verlengd kan worden indien deze noodzakelijk blijft voor de verzorging en opvoeding van de kinderen. Uit de processtukken en de mondelinge behandeling blijkt dat de situatie sinds de vorige zitting ongewijzigd is gebleven. De GI heeft geen goed zicht op de thuissituatie bij de ouders, mede doordat de ouders geen toestemming geven voor gesprekken met de kinderen zonder ouderlijke aanwezigheid.

De kinderen vertonen zorgelijk gedrag op school, met onder meer een interne schorsing en waarschuwingen. De moeder weigert samenwerking met de GI en geeft geen inzage in de hulpverlening die zij ontvangt, waardoor de GI de opvoedsituatie bij haar niet kan beoordelen. De vader toont enige bereidheid tot samenwerking. Het hof concludeert dat het passend is dat de kinderen bij de vader blijven wonen en bekrachtigt de beschikking van de kinderrechter.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van de kinderen bij hun vader tot 26 augustus 2023.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.326.668
(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 548708)
beschikking van 6 juli 2023
inzake
[verzoekster],
wonende te [woonplaats1] ,
verzoekster in hoger beroep,
verder te noemen: de moeder,
advocaat: mr. R.H. Wormhoudt te Ruinerwold, gemeente De Wolden,
en
de gecertificeerde instelling,
Stichting Samen Veilig Midden-Nederland,
gevestigd te Utrecht,
verweerster in hoger beroep,
verder te noemen: de GI.
Als overige belanghebbende is aangemerkt:
[de vader],
wonende te [woonplaats1] ,
verder te noemen: de vader.

1.1. De rechtszaak bij het hof

1.1
Het hof heeft de volgende stukken ontvangen:
- het beroepschrift met een productie, ingekomen op 8 mei 2023;
- het verweerschrift van de GI met een productie.
1.2
De zitting bij het hof was op 13 juni 2023.
Aanwezig waren:
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- twee jeugdbeschermers van de GI.
De vader en de raad voor de kinderbescherming waren niet aanwezig.

2.Onderwerp

Het gaat in deze zaak om de verlenging van de uithuisplaatsing van:
- [de minderjarige1] , geboren [in] 2011 te [woonplaats1] ,
- [de minderjarige2] , geboren [in] 2012 te [woonplaats1] ,
- [de minderjarige3] , geboren [in] 2015 te [woonplaats1] .

3.Belangrijke informatie

3.1
De ouders hebben samen het gezag over de kinderen.
3.2
Bij beschikking van 26 augustus 2022 heeft de kinderrechter [de minderjarige1] , [de minderjarige2] en [de minderjarige3] voor de tweede keer onder toezicht gesteld van de GI tot 26 augustus 2023. Tijdens de mondelinge behandeling bij het hof kon geen van de aanwezige belanghebbenden vertellen hoe de eerste ondertoezichtstelling is verlopen, maar uit de stukken blijkt in elk geval dat deze ondertoezichtstelling een half jaar heeft geduurd. Bij voormelde beschikking van 26 augustus 2022 is ook een machtiging verleend tot uithuisplaatsing van [de minderjarige1] , [de minderjarige2] en [de minderjarige3] bij de vader tot 26 december 2022. Deze beslissing is bij beschikking van dit hof van 7 februari 2023 bekrachtigd.
3.3
Bij beschikking van 21 december 2022 heeft de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige1] , [de minderjarige2] en [de minderjarige3] bij de vader verlengd tot 26 maart 2023. Voor het overige is de beslissing op het verzoek van de GI de machtiging te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling aangehouden. Deze beslissing is bij beschikking van dit hof van 6 april 2023 bekrachtigd.
3.4
[de minderjarige1] , [de minderjarige2] en [de minderjarige3] wonen sinds eind mei 2022 bij de vader.

4.De beslissing van de kinderrechter

De kinderrechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, heeft bij beschikking van 16 maart 2023 de machtiging tot uithuisplaatsing van de kinderen bij de vader verlengd tot 26 augustus 2023. Deze beschikking mocht van de kinderrechter direct worden uitgevoerd (de beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard).

5.Het hoger beroep

5.1
De moeder is het niet eens met de verlenging van de uithuisplaatsing van de drie kinderen. Zij is daarom in hoger beroep gegaan.
De moeder verzoekt het hof de bestreden beschikking te vernietigen en de machtiging uithuisplaatsing van de kinderen bij hun vader niet te verlengen.
5.2
De GI is het niet eens met het verzoek van de moeder en vraagt het hof de beslissing van de kinderrechter in stand te laten (
bekrachtigen).

6.De redenen voor de beslissing

6.1
De kinderrechter kan de uithuisplaatsing verlengen (artikel 1:265c lid 2 BW). De kinderrechter kan daarvoor alleen toestemming geven als de uithuisplaatsing nog steeds noodzakelijk is voor de verzorging en opvoeding van de kinderen.
6.2
Op basis van de inhoud van de processtukken en wat tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep is verteld door de moeder en de GI, is het hof van oordeel dat de beslissing van de kinderrechter in stand moet blijven. Het hof neemt na eigen onderzoek de overwegingen van de kinderrechter in de beschikking van 16 maart 2023 over en voegt daaraan nog het volgende toe.
6.3
Het hof stelt vast dat sinds de vorige mondelinge behandeling bij het hof op 9 maart 2023 de situatie ongewijzigd is gebleven: de GI heeft geen zicht op de thuissituatie bij beide ouders en hoe het met de kinderen gaat, behalve wat zij aan informatie van de leerkrachten van school ontvangen. Uit deze informatie blijkt dat zowel [de minderjarige1] als [de minderjarige2] zorgelijk gedrag laat zien. [de minderjarige1] heeft een interne schorsing gehad en [de minderjarige2] twee officiële waarschuwingen van school. Nog steeds geven de ouders geen toestemming aan de GI om met de kinderen alleen te spreken, zonder aanwezigheid van een ouder. Ondanks dat het hof de ouders eerder heeft opgedragen de samenwerking met de GI aan te gaan om de zorgen die aanleiding waren voor de uithuisplaatsing weg te nemen, moet het hof constateren dat dit (nog steeds) niet is gebeurd. De vader heeft inmiddels een gesprek gehad met de GI, maar van een constructieve samenwerking is (nog) geen sprake. De moeder weigert op dit moment iedere samenwerking met de GI, ondanks herhaaldelijke uitnodiging door de GI om in gesprek te gaan. Anders dan in het beroepschrift van de moeder staat, heeft de moeder op de mondelinge behandeling gezegd dat zij de GI niet op de hoogte wil stellen over de hulpverlening die zij naar eigen zeggen ontvangt. Terwijl de GI op 4 januari 2023 met de moeder heeft gesproken over het belang dat de GI inzicht krijgt in de hulp die de moeder ontvangt en het effect daarvan op de kinderen. De moeder vindt dat de GI de situatie opblaast en dat het niet in verhouding staat met wat er speelt, maar als de moeder weigert inzage te geven in de hulpverlening die zij ontvangt en elke communicatie met de GI mijdt, maakt de moeder het voor de GI onmogelijk de opvoedsituatie van de kinderen bij de moeder te beoordelen.
Anders dan de moeder heeft de vader in de afgelopen maanden zich enigszins meewerkend opgesteld door een gesprek aan te gaan met de GI, zodat het hof evenals de GI van oordeel is dat op dit moment het meest passend lijkt te zijn dat de kinderen bij de vader blijven wonen.
6.4
Om voorgaande redenen, zal het hof de beschikking van de kinderrechter bekrachtigen.

7.De beslissing

Het hof:
bekrachtigt de beschikking van de kinderrechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 16 maart 2023.
Deze beschikking is gegeven door mrs. R. Feunekes, M.H.F. van Vugt en D.J.I. Kroezen en is op 6 juli 2023 uitgesproken door mr. M.H.F. van Vugt in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.