Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
1.1. De rechtszaak bij het hof
2.Onderwerp
3.Belangrijke informatie
4.De beslissing van de kinderrechter
5.Het hoger beroep
bekrachtigen).
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak staat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van drie minderjarige kinderen centraal, die sinds mei 2022 bij hun vader wonen. De ouders hebben gezamenlijk het gezag over de kinderen. De kinderrechter had reeds de machtiging tot uithuisplaatsing bij de vader verlengd tot 26 augustus 2023, welke beslissing uitvoerbaar bij voorraad was verklaard.
De moeder is het niet eens met deze verlenging en is in hoger beroep gegaan met het verzoek de machtiging niet te verlengen. De gecertificeerde instelling (GI) verzet zich tegen dit verzoek en vraagt het hof de beslissing van de kinderrechter te bekrachtigen.
Het hof overweegt dat de uithuisplaatsing alleen verlengd kan worden indien deze noodzakelijk blijft voor de verzorging en opvoeding van de kinderen. Uit de processtukken en de mondelinge behandeling blijkt dat de situatie sinds de vorige zitting ongewijzigd is gebleven. De GI heeft geen goed zicht op de thuissituatie bij de ouders, mede doordat de ouders geen toestemming geven voor gesprekken met de kinderen zonder ouderlijke aanwezigheid.
De kinderen vertonen zorgelijk gedrag op school, met onder meer een interne schorsing en waarschuwingen. De moeder weigert samenwerking met de GI en geeft geen inzage in de hulpverlening die zij ontvangt, waardoor de GI de opvoedsituatie bij haar niet kan beoordelen. De vader toont enige bereidheid tot samenwerking. Het hof concludeert dat het passend is dat de kinderen bij de vader blijven wonen en bekrachtigt de beschikking van de kinderrechter.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van de kinderen bij hun vader tot 26 augustus 2023.