ECLI:NL:GHARL:2023:6681

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
7 augustus 2023
Publicatiedatum
7 augustus 2023
Zaaknummer
Wahv 200.321.251/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 WahvArt. 9 WahvArt. 11 WahvBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen sanctie voor overtreding geslotenverklaring zonder voorafgaande waarschuwing

De betrokkene kreeg een sanctie van €100 opgelegd wegens het negeren van een geslotenverklaring in Nijmegen op 6 juni 2021. De betrokkene stelde dat volgens het Beleidskader digitale handhaving eerst een waarschuwingsbrief had moeten worden verzonden voordat een sanctie kon volgen.

Het hof bevestigde dat dit beleidskader geldt en dat de gemeente Nijmegen hanteert dat bij een eerste overtreding eerst een waarschuwing wordt gegeven, gevolgd door een sanctie na een cooldown-periode. De gemeente kon echter niet aantonen dat een waarschuwingsbrief aan de betrokkene was verzonden, noch beschikte zij over een deugdelijke verzendadministratie.

Daarmee was niet voldaan aan de voorwaarden uit het beleidskader, waardoor de sanctiebeschikking niet in stand kon blijven. Het hof vernietigde de beschikking en veroordeelde de advocaat-generaal tot vergoeding van de proceskosten van de betrokkene.

Uitkomst: De sanctiebeschikking wordt vernietigd wegens het ontbreken van bewijs dat eerst een waarschuwingsbrief is verzonden.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.321.251/01
CJIB-nummer
: 241748445
Uitspraak d.d.
: 7 augustus 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 22 november 2022, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. N.G.A. Voorbach, kantoorhoudende te Zoetermeer.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 100,- voor: “Als bestuurder handelen in strijd met een geslotenverklaring in beide richtingen”. Deze gedraging zou zijn verricht op 6 juni 2021 om 22:34 uur op de Waalkade in Nijmegen met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde voert in hoger beroep onder meer aan dat de betrokkene op basis van het Beleidskader digitale handhaving geslotenverklaringen en voetgangersgebieden van augustus 2018 (verder: Beleidskader) eerst een waarschuwingsbrief had moeten krijgen voordat aan hem een sanctie mocht worden opgelegd. De gemachtigde verwijst hierbij naar het arrest van het hof van 7 december 2022, vindplaats op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2022:10521.
3. De gegevens van het zaakoverzicht houden zakelijk weergegeven in dat is geconstateerd dat met het voertuig met voormeld kenteken op voormelde datum, tijd en plaats is gehandeld in strijd met een bord C1 (Gesloten in beide richtingen voor voertuigen, ruiters en geleiders van rij- of trekdieren of vee) van bijlage 1 bij het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.
4. Uit het dossier blijkt dat in dit geval sprake is van handhaving met een camerasysteem, zodat het Beleidskader van toepassing is.
5. In het ten tijde van de gedraging geldende Beleidskader waarnaar de gemachtigde verwijst is het volgende opgenomen:
“Om in de beginperiode een opeenstapeling van het aantal beschikkingen per kenteken te voorkomen, wordt gestart met communicatie naar omwonenden en overtreders en vervolgens wordt gefaseerd gestart met handhaving. In de eerste periode wordt volstaan met een waarschuwingsbrief die door de gemeente aan betrokkenen wordt verzonden en vervolgens wordt per week maximaal één beschikking per kenteken geregistreerd. De eerste beschikking moet in ieder geval aan betrokkene zijn verzonden voordat de volgende wordt opgelegd. Indien vervolgens blijkt dat sprake is van recidive, kan voor elke volgende overtreding een beschikking worden opgelegd.”
6. In zijn arrest van 1 september 2022, gepubliceerd op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:GHARL:2022:7566, heeft het hof geoordeeld dat voornoemde voorwaarde als beleidsregel als bedoeld in artikel 3, derde lid, van de Wahv moet worden aangemerkt, te weten een voorwaarde die aangeeft in welke gevallen -hoewel een gedraging is verricht- de ambtenaar niet gebruik mag maken van zijn bevoegdheid om een sanctie op te leggen omdat de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden/de omstandigheden waarin een persoon verkeert het opleggen van een sanctie niet billijken (artikel 9, tweede lid, aanhef en onder b, Wahv). Op deze voorwaarde uit het Beleidskader kan de gemachtigde van de betrokkene zich dus beroepen.
7. Het hof heeft bij arrest van 3 juli 2023, gepubliceerd op rechtspaak.nl onder ECLI:NL:GHARL:2023:5552, vastgesteld dat de gemeente Nijmegen het beleid hanteert dat -naar het hof begrijpt- elke kentekenhouder van een voertuig dat voor de eerste keer de geslotenverklaring negeert, eerst een waarschuwing ontvangt alvorens een sanctie wordt opgelegd en dat na de waarschuwing nog een cooldown periode van twee weken wordt gehanteerd.
8. Voorts heeft het hof in dat arrest van 3 juli 2023 overwogen dat hieruit volgt dat de gemeente Nijmegen de haar binnen het Beleidskader gegeven ruimte zo invult dat de eerste periode, waarin wordt volstaan met een waarschuwingsbrief, eerst eindigt nadat de kentekenhouder een waarschuwingsbrief in verband met een eerder na aanvang van deze periode met zijn voertuig verrichte gedraging is toegezonden. Deze invulling strekt ertoe te voorkomen dat aan een betrokkene een sanctie wordt opgelegd, zonder te zijn gewaarschuwd om zijn gedrag aan te passen.
9. Betwist wordt dat de betrokkene (ooit) een waarschuwingsbrief heeft ontvangen.
10. De gemeente Nijmegen heeft (in overweging 2, derde gedachtestreepje, van voormeld arrest van 3 juli 2023) de vraag op welke wijze vorm is gegeven aan de verzending van de waarschuwingsbrieven als volgt beantwoord: “Vanuit het handhavingssysteem Brickyard gaat er een export met waarschuwingen (eerste overtreders) naar het bedrijf [naam1] die voor ons uitvoering geeft aan het daadwerkelijk verzenden van de waarschuwingsbrieven. Met deze partij zijn alle daartoe relevante overeenkomsten gesloten.”
11. Het hof leidt uit dit antwoord af dat de gemeente Nijmegen de verzending van de waarschuwingsbrieven heeft overgelaten aan een bedrijf. Echter, niet duidelijk is (gemaakt) hoe dit bedrijf de verzending van die brieven ter hand neemt en/of die brieven daadwerkelijk ter post worden aangeboden. Aldus blijkt niet dat dit bedrijf beschikt over een deugdelijke verzendadministratie op basis waarvan kan worden vastgesteld dat deze brieven daadwerkelijk worden verzonden. Evenmin is ander bewijs overgelegd, waaruit blijkt dat ter zake van een eerdere gedraging een waarschuwingsbrief aan de betrokkene is verzonden. Dit brengt mee dat het er in deze zaak voor moet worden gehouden dat dat niet het geval is geweest.
12. Gelet hierop is niet voldaan aan de door de gemeente gegeven invulling van het Beleidskader. De inleidende beschikking kan daarom niet in stand blijven. De overige gronden behoeven daarom geen bespreking meer.
13. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het indienen van het beroepschrift bij de kantonrechter en het indienen van een hoger beroepschrift dienen in totaal drie punten te worden toegekend. De gemachtigde is verder twee keer telefonisch gehoord. Het hof zal, met toepassing van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor de eerste keer telefonisch horen in administratief beroep een half punt toekennen, voor de tweede keer 0,25 punt. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 597,- en voor het (hoger) beroep € 837,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1.359,36 (= 1,75 x € 597 x 0,5 + 2 x € 837 x 0,5).

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1.359,36.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Arntz als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.