ECLI:NL:GHARL:2023:6838

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
15 augustus 2023
Publicatiedatum
15 augustus 2023
Zaaknummer
Wahv 200.317.123/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:18 AwbArt. 3, tweede lid Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie voor niet volgen voorsorteerstrook ondanks betwisting voiceopname

De betrokkene kreeg een sanctie van €240 opgelegd wegens het niet volgen van de richting die de voorsorteerstrook aangaf op een kruispunt in Amsterdam op 31 oktober 2020. Hij voerde aan dat hij op dat moment elders was en dat de ambtenaar de sanctie baseerde op een voiceopname, die volgens hem als op de zaak betrekking hebbend stuk verstrekt had moeten worden.

Het hof onderzocht of de voiceopname als zodanig kon worden aangemerkt. Uit het dossier bleek dat de ambtenaar de overtreding had vastgesteld op basis van eigen waarneming en de voiceopname slechts had gebruikt om kentekens te noteren, niet om de sanctie op te leggen. Hierdoor was de kans op een fout klein.

De betrokkene kon geen twijfel aan de juistheid van de gegevens aantonen. Het hof concludeerde dat de gedraging met het voertuig van de betrokkene was verricht en wees het beroep af. Ook het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen.

Uitkomst: De sanctie van €240 voor het niet volgen van de voorsorteerstrook wordt bevestigd en het beroep wordt afgewezen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.317.123/01
CJIB-nummer
: 237436215
Uitspraak d.d.
: 15 augustus 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 25 augustus 2022, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. M. Lagas, kantoorhoudende te Amsterdam.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 240,- voor: “op een kruispunt niet de richting volgen die de voorsorteerstrook aangeeft”. Deze gedraging zou zijn verricht op 31 oktober 2020 om 16:07 uur op de Luttenbergweg in Amsterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat het onduidelijk is hoe de ambtenaar heeft vastgesteld dat met het voertuig van de betrokkene de onderhavige gedraging verricht zou zijn. De betrokkene was ten tijde van de gedraging op een andere plaats en heeft daarvan foto’s en video’s. Er zijn tegelijkertijd door veel andere motorrijders overtredingen begaan. De ambtenaar heeft een voiceopname gemaakt. Dat is een op de zaak betrekking hebbend stuk in de zin van
artikel 7:18, vierde lid, van de Awb aangezien de opname is gebruikt om de sanctie op te leggen. De betrokkene heeft in administratief beroep verzocht om de stukken en de voiceopname had dan ook aan hem verstrekt moeten worden. Als de opname niet meer beschikbaar is, dient dit tot gevolg te hebben dat de inleidende beschikking wordt vernietigd.
3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik zag dat betrokkene als bestuurder gebruik maakte van de voorsorteerstrook met een pijl die wees in de richtingen linksaf en rechtdoor en dat betrokkene geen gevolg gaf aan een van deze op de voorsorteerstrook aangegeven richtingen. Betrokkene reed op het kruispunt in de richting: rechts. Ik zag dat deze overtreding plaatsvond ter hoogte van de kruising/splitsing: Luttenbergweg/Muntbergweg. Ging rechtsaf in plaats van linksaf of rechtdoor. (…)
Reden geen staandehouding: ongeveer 25 motorrijders die gelijktijdig meerdere overtredingen begingen.”
5. Het dossier bevat verder een aanvullend proces-verbaal van 26 januari 2021. Hierin verklaart de ambtenaar – voor zover hier relevant – het volgende:
“Kenteken en voertuig zijn ingesproken op de voicerecorder van de diensttelefoon. (…) Er werd massaal dezelfde overtreding door meerdere motorrijders achter elkaar gepleegd en staandehouding van al deze overtreders tegelijk was niet mogelijk. Vandaar de keuze om de kentekens in te spreken.”
6. Gelet op het standpunt van de gemachtigde dient het hof te beoordelen of de voiceopname een op de zaak betrekking hebbend stuk is. In het arrest van het hof van
27 augustus 2021, vindplaats op rechtspraak.nl, ECLI:NL:GHARL:2021:8214, is een opsomming gegeven van categorieën van stukken die als de zaak betrekking hebbende stukken kunnen worden aangemerkt. Uit het arrest van het hof van 1 september 2022, vindplaats op rechtspraak.nl, ECLI:NL:GHARL:2022:7665, volgt dat onder omstandigheden ook niet papieren gegevensdragers als op de zaak betrekking hebbende stukken kunnen worden aangemerkt.
7.
Het hof is van oordeel dat de voiceopname hier niet als op de zaak betrekking hebbend stuk dient te worden aangemerkt. Het hof neemt daartoe in aanmerking dat uit de stukken van het dossier, te weten het zaakoverzicht en het aanvullend proces-verbaal, blijkt dat de ambtenaar de sanctie heeft opgelegd nadat hij de gedraging had vastgesteld op basis van zijn eigen waarneming, en dus niet op basis van de voiceopname. De ambtenaar heeft de voiceopname slechts gebruikt om te kunnen onthouden welk kenteken bij welke gedraging hoorde en niet om de sanctie op te leggen. Door deze werkwijze van de ambtenaar is de kans dat er een fout is gemaakt bij het opleggen van de sanctie gering. Hetgeen namens de betrokkene is aangevoerd, maakt niet dat sprake is van twijfel, waardoor de voiceopname wel een op de zaak betrekking hebbend stuk zou zijn. Het gaat er immers om waar het voertuig was, niet waar de betrokkene zelf was op dat moment. Gelet hierop kan op basis van het zaakoverzicht en het aanvullend proces-verbaal vastgesteld worden dat de onderhavige gedraging is verricht met het voertuig van de betrokkene.
8. Uit het voorgaande volgt dat de aangevoerde gronden falen. Het hof beslist als volgt.
9. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. de arresten van het hof van 28 april 2020 en 1 april 2021, vindplaatsen op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336 en 2021:1786).

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Veenstra als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.