ECLI:NL:GHARL:2023:7237

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
29 augustus 2023
Publicatiedatum
29 augustus 2023
Zaaknummer
21-003547-22
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 422 SvArt. 6 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beslissing op onderzoekswensen in hoger beroep onderzoek Vidar met schorsing van onderzoek

In het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland in het kader van het onderzoek Vidar, waarin verdachte is veroordeeld voor onder meer voorbereiding van uitvoer van harddrugs, witwassen, deelname aan een criminele organisatie en wapenbezit, heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden een tussenarrest gewezen.

De verdediging had geen zelfstandige onderzoekswensen, maar verzocht aan te sluiten bij getuigenverhoren van medeverdachten in andere zaken binnen hetzelfde onderzoek. De advocaat-generaal stelde dat dit niet noodzakelijk was en dat het recht op verdediging niet automatisch het recht geeft om bij dergelijke verhoren aanwezig te zijn, tenzij bijzondere omstandigheden aanwezig zijn, welke niet waren aangetoond.

Het hof oordeelde dat de verzoeken niet tijdig waren ingediend en toetste deze aan het noodzaakcriterium. Omdat in geen van de zaken van de medeverdachten was bepaald dat genoemde medeverdachten als getuige zouden worden gehoord, was het aansluitverzoek niet meer aan de orde. Het hof besloot het onderzoek te heropenen onder gelijktijdige schorsing en zal het onderzoek hervatten op een nader te bepalen zitting, waarbij verdachte tijdig zal worden opgeroepen.

Uitkomst: Het hof heropent het onderzoek onder schorsing en zal het onderzoek hervatten op een nader te bepalen zitting.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-003547-22
Uitspraak d.d.: 29 augustus 2023
Tussenarrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof ArnhemLeeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden,
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 17 augustus 2022 met parketnummer 18-730034-20 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1987,
wonende te [woonplaats] .

Het hoger beroep

Deze zaak maakt deel uit van het onderzoek Vidar. De ten laste gelegde feiten houden verband met de (voorbereiding van) uitvoer van harddrugs, witwassen, deelname aan een criminele organisatie en wapenbezit. In het onderzoek Vidar is een criminele burgerinfiltrant (A-4110) ingezet. Verdachte is bij vonnis van 17 augustus 2022 veroordeeld en verdachte heeft tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld. In hoger beroep zijn naast de zaak van verdachte de zaken van 13 medeverdachten aan de orde.

Onderzoek van de zaak

Het hof heeft in het kader van een voortvarende regiebehandeling schriftelijke rondes gelast. Hierbij is gebleken dat een deel van de raadslieden prijs stelde op de mogelijkheid om op een regiezitting een mondelinge toelichting op de onderzoekswensen te geven. In de zaken van een vijftal verdachten is van deze mogelijkheid gebruik gemaakt op de regiezittingen van 4 en 10 juli 2023. In alle zaken met onderzoekswensen hebben daarnaast volledig schriftelijke rondes plaatsgevonden. Met de advocaat-generaal en de verdediging is afgestemd dat bij tussenarrest op die onderzoekswensen zal worden beslist en dat deze tussenarresten op 29 augustus 2023 ter openbare zitting zullen worden uitgesproken.
Dit tussenarrest is gewezen naar aanleiding van de schriftelijke regiebehandeling en de daarin uitgewisselde standpunten en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van Pro het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg. Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is formeel gesloten op 29 augustus 2023.
Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van:
  • het e-mailbericht van de raadsman van verdachte, mr. R.P. Snorn, van 4 november 2022; en
  • het standpunt van de advocaat-generaal

Aansluitverzoek

De verdediging heeft bij e-mailbericht van 4 november 2022 aangegeven geen zelfstandige onderzoekswensen te hebben. De raadsman heeft wel aangegeven graag aanwezig te willen zijn bij de getuigenverhoren van medeverdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] , voor zover deze getuigen in andere zaken van medeverdachten in het onderzoek Vidar worden gehoord.

Standpunt van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het recht op verdediging, indachtig artikel 6 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, niet met zich brengt dat raadslieden aansluiten bij verhoren die niet in de zaak tegen hun cliënt worden afgelegd, behoudens bijzondere omstandigheden. De advocaat-generaal meent dat van dergelijke bijzondere omstandigheden niet is gebleken.

Beoordeling van de verzoeken door het hof

Criterium
Het hof stelt vast dat de verzoeken niet tijdig bij appelschriftuur zijn ingediend. Om die reden heeft het hof de verzoeken getoetst aan de hand van het noodzaakcriterium.
Oordeel van het hof
Nu het hof in geen enkele zaak van de medeverdachten in het onderzoek Vidar heeft bepaald dat medeverdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] als getuige zullen worden gehoord, is het aansluitverzoek in deze zaak niet meer aan de orde en hoeft het hof hier niet op te beslissen.

BESLISSING

Het hof:
heropent het onderzoek onder gelijktijdige schorsing daarvan;
bepaalt dat het onderzoek zal worden hervat tegen een nog nader te bepalen terechtzitting;
beveelt de oproeping van de verdachte tegen het nog nader te bepalen tijdstip, met tijdige kennisgeving daarvan aan de raadsman van de verdachte, mr. R.P. Snorn.
Aldus gewezen door
mr. J. Dolfing, voorzitter,
mr. L.T. Wemes en mr. T.H. Bosma, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. K.M. Diender, griffier,
en op 29 augustus 2023 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Voetnoten

1.De advocaten-generaal mrs. I.A.H.M. Schepers en P.M. van der Spek zijn in hoger beroep als advocaten-generaal aan het onderzoek Vidar verbonden en hebben namens het openbaar ministerie in de schriftelijke ronde standpunten ingenomen ten aanzien van de onderzoekswensen. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting van het hof van 4 en 10 juli 2023 vertegenwoordigd door de advocaatgeneraal mr. I.A.H.M. Schepers. Omwille van de leesbaarheid is in het vervolg van het arrest telkens voor ‘advocaat-generaal’ in enkelvoud gekozen.