Uitspraak
Uitspraak
Onderzoek van de zaak
12Naar aanleiding hiervan is een parlementaire enquête gehouden.
3De Parlementaire enquête opsporingsmethoden, IRT (1994-1996) concludeert in haar rapport van 1 februari 1996 dat van criminele burgerinfiltranten die onder regie van politie en justitie strafbare feiten plegen - geen gebruik moet worden gemaakt.
4
5In de motie wordt overwogen dat het werken met een criminele burgerinfiltrant een hoog processueel afbreukrisico kent. Het handelen van de criminele burgerinfiltrant is daarnaast in het algemeen slecht controleerbaar. Door de vaak voorkomende zogenaamde "dubbele agenda" bij een criminele burgerinfiltrant is slecht te controleren of zijn handelen voldoet aan het Tallon-criterium.
6De motie is op 26 november 1998 door de Tweede Kamer aanvaard.
7
8
- als voldaan is aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit;
- onder een zeer streng regime van waarborgen;
- bij zeer gesloten criminele groeperingen die zich schuldig maken aan de ernstigste vormen van ondermijnende en georganiseerde criminaliteit;
- in korte trajecten, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van groei-infiltranten;
- na toestemming van de minister van Veiligheid en Justitie.
- algemeen dossier, pagina 1 tot en met 17449;
- algemeen dossier nazending februari 2021, pagina 9368 tot en met 9556;
- algemeen dossier nazending oktober 2021, pagina 9557 tot en met 9975;
- algemeen dossier nazending december 2021, pagina 9976 tot en met 10007;
- beslag dossier, pagina 1 tot en met 1005;
- beslag dossier nazending oktober 2021, pagina 1006 tot en met 1091;
- beslag dossier nazending december 2021, pagina 1092 tot en met 1114;
- methodieken dossier, pagina 1 tot en met 7663;
- methodieken dossier nazending februari 2021, pagina 7087 tot en met 7098; - methodieken dossier nazending oktober 2021, pagina 7099 tot en met 7106.
1.Standpunt van de verdediging
2.Standpunt van de officieren van justitie
3.Oordeel van de rechtbank
De inzet van A-4110 als burgerpseudokoper/-dienstverlener en burgerinformant
10De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat A-4110 in de periode van 4 juli 2018 tot en met 28 februari 2019 niet tegen verdachte is ingezet, maar tegen [medeverdachte 5] en anderen. De resultaten van het onderzoek die door deze inzet zijn verkregen worden niet gebruikt voor het bewijs van de aan verdachte ten laste gelegde feiten. Onder deze omstandigheden is dan ook niet aannemelijk geworden dat verdachte door het gestelde vormverzuim daadwerkelijk in zijn verdediging is geschaad.
11Het verweer van de raadsman wordt verworpen.
crimineleburger als burgerinfiltrant. Immers, een criminele burger betreft eveneens een persoon die geen opsporingsambtenaar is.
12blijkt zonneklaar dat de wetgever de inzet van de criminele burgerinfiltrant op grond van het bepaalde in artikel 126w Sv niet heeft willen uitsluiten. In artikel 126w Sv is daarom geen onderscheid gemaakt tussen criminele en niet-criminele burgerinfiltranten.
13Zowel de niet-criminele als de criminele burgerinfiltrant valt onder deze bepaling en kan in beginsel dus worden ingezet.
14In de nota naar aanleiding van het verslag bij de Wet Bob wordt bovendien nadrukkelijk vermeld dat in de wet geen expliciete beperkingen zijn gesteld aan de inzet van criminele burgerinfiltranten.
15
16Eén van die vereisten is een "streng regime van waarborgen". Ook de inhoud van de Aanwijzing Opsporingsbevoegdheden
17(hierna: de Aanwijzing), waarin het openbaar ministerie zijn eigen handelen inzake de inzet van onder meer de criminele burgerinfiltrant (nader) heeft genormeerd, zou volgens de verdediging in dit verband niet toereikend zijn. De rechtbank overweegt hierover het volgende.
1819Een aangenomen motie is een advies aan de minister en heeft derhalve vooral politieke betekenis, in het bijzonder voor wat betreft de staatsrechtelijke verhouding tussen de regering en het parlement.
2021Het negeren van een motie kan politieke consequenties hebben, maar is voor een rechterlijke toetsing niet direct relevant.
22Indien de rechtbank zich bij de interpretatie van wettelijke bepalingen telkens zou moeten laten leiden door uitlatingen van de Minister van Justitie en Veiligheid (hierna: de Minister) of door politieke (meerderheids)opvattingen, zou afbreuk worden gedaan aan de rol van de rechtsprekende macht binnen de
trias politica.
23Beleidsregels
24Per 1 september 2014 is voornoemd verbod komen te vervallen. Sindsdien is het weer toegestaan om in bepaalde situaties criminele burgerinfiltranten in te zetten. In de thans geldende Aanwijzing wordt verwezen naar de vereisten uit de al eerder genoemde motieRecourt c.s., zodat de rechtbank ervan uitgaat dat het openbaar ministerie zich aan die vereisten heeft willen binden. Deze vereisten komen erop neer dat inzet van de criminele burgerinfiltrant enkel is toegestaan bij de aanpak van zware criminelen en criminele organisaties, die hun criminele activiteiten zeer succesvol afschermen en met traditionele opsporingsmiddelen onvoldoende kunnen worden aangepakt. Uit de Aanwijzing blijkt verder dat de inzet alleen in hoge uitzonderingsgevallen en onder strikte waarborgen mag plaatsvinden. Voldaan moet zijn aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Verder moet de inzet kortdurend zijn en mag er geen gebruik worden gemaakt van groei-infiltranten. Voor de inzet is bovendien toestemming nodig van de Minister.
25
2627en daarmee tevens een vormverzuim opleveren ex artikel 359a Sv.
2829
3031De rechtbank beschikt daarmee over voldoende instrumenten om de rechtmatigheid van de inzet van de criminele burgerinfiltrant te kunnen beoordelen.
handel in drugs, mensenhandel, omvangrijke milieudelicten, wapenhandel, maar ook om ernstige financiële misdrijven, zoals omvangrijke ernstige fraude, bijvoorbeeld een btw-carrousel.
32Dergelijke misdrijven schokken de rechtsorde ernstig door hun gewelddadige karakter of door hun omvang en gevolgen voor de samenleving. Ook minder ernstige misdrijven kunnen een ernstige inbreuk maken op de rechtsorde, doordat zij in combinatie met andere misdrijven worden gepleegd, bijvoorbeeld valsheid in geschrifte in combinatie met omkoping van ambtenaren met het oog op verkrijging van vergunningen voor bedrijven, of kleine fraudes waarvan, gelet op de aard, kan worden vermoed dat deze deel uitmaken van een omvangrijke en ernstige vorm van fraude. Het dient te gaan om samenhang met andere door verdachte begane misdrijven.
33
3435Het gaat hier om misdrijven waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld.
36
37Een dergelijke groep kan dus verschillende gedaanten aannemen.
38Niet is vereist dat sprake is van een criminele organisatie of georganiseerd verband.
39
40Voorts speelt ook het doel dat met de infiltratie wordt nagestreefd een rol.
4142
de beslissingom over te gaan tot criminele burgerinfiltratie, in het licht van de tegen de betreffende verdachte bestaande verdenkingen, waaruit naar voren komt dat leden van de Hells Angels (waaronder een prominent lid van charter North Coast: [medeverdachte 1] ) bij de internationale handel in harddrugs betrokken zijn, alsmede de aard en ernst van dit misdrijf, als proportioneel kan worden aangemerkt.
middle man) van [medeverdachte 1] . Tijdens de besprekingen met de groep [medeverdachte 1] c.s. hield A-4110 zich overwegend afzijdig. A-4110 nam zelf geen belangrijke beslissingen, maar verleende voornamelijk medewerking vanaf de zijlijn.
de wijzewaarop de opsporingsbevoegdheid criminele burgerinfiltratie is ingezet als proportioneel kan worden aangemerkt. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking het hoofddoel van het onderzoek, de aard en ernst van de betreffende misdrijven, de wijze waarop en de (relatief beperkte) mate waarin is geïnfiltreerd, alsmede de duur van die infiltratie (ongeveer een jaar). De rechtbank merkt in dit verband op dat A-4110 is geïnfiltreerd in een gesloten groep die zich succesvol afschermt. Teneinde deel te nemen of medewerking te verlenen aan die groep en deze in kaart te kunnen brengen moest eerst een vertrouwensbasis ontstaan tussen A-4110 en [medeverdachte 1] c.s. Het is een feit van algemene bekendheid dat in geval van internationale handel in harddrugs in de regel gebruik wordt gemaakt van bestaande contacten en dat nieuwkomers doorgaans niet worden vertrouwd. Het spreekt voor zich dat het opbouwen van een dergelijke vertrouwensbasis niet binnen enkele weken zal plaatsvinden. A-4110 moest eerst laten zien dat hij van waarde kon zijn voor de groep en te vertrouwen was. Hier was enige tijd mee gemoeid.
43
4445Er zijn situaties denkbaar waarin infiltratie noodzakelijk is, maar niet goed of met te veel risico door een opsporingsambtenaar kan worden verricht, bijvoorbeeld omdat de politie niet beschikt over een functionaris die beschikt over een zeer specifieke deskundigheid om zich in een bepaalde omgeving geloofwaardig te kunnen handhaven, of over andere speciale kwaliteiten, zoals
in casueen bepaalde reputatie in het criminele circuit.
464748Voornoemd vereiste is vastgelegd in artikel 126w, tweede lid, Sv. Met deze eis wordt tot uitdrukking gebracht dat (criminele) burgerinfiltratie een uitzondering zal zijn.
49Met de inzet van (criminele) burgerinfiltratie dient dan ook terughoudend om te worden gegaan.
50
51met veel internationale contacten. Een politiële infiltrant dan wel een burgerinfiltrant heeft deze reputatie niet en zou dit vertrouwen niet zonder meer genieten. De inzet van een "losse" politiële infiltrant of een niet-criminele-burgerinfiltrant in de groep zou bovendien argwaan hebben kunnen opwekken met alle veiligheidsrisico's van dien. Een lichtere vorm van infiltratie zou naar alle waarschijnlijkheid dan ook niet effectief zijn geweest.
52Het College dient vervolgens vooraf en schriftelijk in te stemmen met een overeenkomst tot burgerinfiltratie als bedoeld in artikel 126w Sv, een wijziging of een verlenging daarvan.
53Daarnaast dient het College de Minister op de hoogte te stellen van voornemens tot het inzetten van burgerinfiltranten.
54Voorts brengt het College beslissingen omtrent dit voornemen ter kennis van de Minister voordat zij worden uitgevoerd.
55
56Voor de rechtbank blijft echter van belang de wet die de bevoegdheid tot criminele burgerinfiltratie aan de officier van justitie geeft, en niet aan het College.
57De rechtbank zal de beslissing van de officier van justitie ten aanzien van de inzet tot criminele burgerinfiltratie zelfstandig moeten beoordelen. De rechtbank hoeft daarbij niet zo ver te gaan dat zij ook de zorgvuldigheid van de beslissing van het College onderzoekt.
58Voldoende is dat de rechtbank nagaat of de in de wet neergelegde (interne) procedure correct is bewandeld.
5960Daarbij is tevens van belang dat de Minister verantwoordelijk is voor het doen en laten van het openbaar ministerie en kan worden aangesproken op het (niet-) uitoefenen van zijn aanwijzingsbevoegdheden die hij aan zijn positie als ambtelijk chef of aan artikel 127 Wet Pro RO ontleent.
6162
63
64
65Tijdens die presentatie is de inzet van criminele burgerinfiltrant A-4110 besproken.
66
67De rechtbank constateert dat hier sprake is geweest van een vormverzuim.
68De verbetering van de informatiepositie kan hoogstens een tussengelegen doel zijn, maar mag nooit een doel op zichzelf zijn.
69
70Behoudens aanwijzingen voor het tegendeel zullen bij de internationale drugshandel naar algemene ervaringsregels per definitie zware criminelen en criminele organisaties zijn betrokken. De rechtbank doelt daarbij in het bijzonder op de personen aan de top van de organisatie, dan wel de personen die het middenkader van de organisatie vormen. In het onderzoek Vidar is daarvan ook sprake geweest. Dat de zaak Vidar niet hetzelfde "niveau" zware criminaliteit haalt als dat in de zaken Passage, Marengo en Eris doet aan het vorenstaande niet af. Dergelijke zaken zijn een uitzondering in de Nederlandse strafrechtspraak en zeker niet de minimumstandaard voor hetgeen onder de noemer "zware criminaliteit" dient te worden verstaan. Een vergelijking met deze zaken is dan ook volstrekt misplaatst. Het gaat in de zaak Vidar nog steeds om aanmerkelijke handelshoeveelheden harddrugs, terwijl het een feit van algemene bekendheid is dat de internationale handel in harddrugs de samenleving ernstig kan ontwrichten omdat achter die handel doorgaans een wereld van (grootschalige) georganiseerde en ondermijnende criminaliteit schuilgaat, waarbij het gebruik van (excessief) geweld niet geschuwd wordt. De rechtbank is dan ook van oordeel dat aan deze randvoorwaarde is voldaan.
71Aan deze subsidiariteitseis is reeds voldaan, zoals hierboven is toegelicht.
72Aan deze voorwaarde is reeds voldaan, zoals hierboven is toegelicht.
73In de Aanwijzing is ten behoeve daarvan opgenomen dat bij de inzet van een criminele burgerinfiltrant steeds bijzondere aandacht dient te worden besteed aan de betrouwbaarheid en de stuurbaarheid van de in te zetten burger. De burgerinfiltrant zal dan ook altijd begeleid moeten worden door een opgeleide begeleider van de afdeling Afgeschermde Operaties van de Landelijke Eenheid.
74
briefingvan het begeleidingsteam van A-4110. Dit begeleidingsteam bestond uit daartoe opgeleide WOD-begeleiders.
75Tijdens de briefing werden de opdracht en het doel van de inzet besproken. Na afloop van de inzet vond een
debriefingplaats. Van de (de)briefings en inzetten zijn processen-verbaal opgemaakt. Ook is A-4110 over de inzetten gehoord. Van deze verhoren zijn eveneens processen-verbaal opgemaakt. A-4110 heeft naast de geplande inzetten contactmomenten met verdachten gehad zonder dat hiervoor opdracht is gegeven. A-4110 woonde gedurende het onderzoek Vidar in de nabije omgeving van enkele verdachten en maakte deel uit van hun sociale netwerk. Van deze spontane contacten heeft A-4110 het begeleidingsteam op de hoogte gesteld. Ook deze contacten zijn vastgelegd in processen-verbaal. De inzetten van A-4110 zijn, voor zover operationeel mogelijk, opgenomen met opnameapparatuur.
76In de loop van het traject werd bovendien opnameapparatuur geplaatst in de woning van A-4110 en in diens voertuig (waarin zich ook een camera bevond). De vele opgenomen gesprekken zijn woordelijk uitgewerkt en aan het dossier toegevoegd. Van de inzet is dus ruimschoots verslag opgemaakt.
explicietverwezen naar een uitlating van Minister Opstelten hieromtrent ("Zie pag. 20, Kamerstukken II 2013/2014, 29 279, nr. 195"). De rechtbank leidt hieruit af dat het College daarmee tot uitdrukking brengt dat aan voornoemde voorwaarde de volgende uitleg gegeven dient te worden:
77
78
79namelijk het doordringen tot criminele groepen zodat informatie kan worden verkregen vanuit de kern van de criminele groepering zelf: over de hoofdrolspelers, hun criminele activiteiten en over hun geldstromen, opdat deze hoofdrolspelers en criminele groeperingen aangepakt kunnen worden.
80Inherent aan infiltratie is dat sprake zal zijn van beïnvloeding van de groepering. Om geloofwaardig te zijn dient de infiltrant vaak een actieve rol te spelen in de groep. Hij dient betrokken te raken bij de groep van personen of de criminele organisatie om er vervolgens deel van uit te gaan maken, zodat hij informatie en bewijsmateriaal kan vergaren die nodig is in het belang van het onderzoek.
81Daartoe zal hij in meer of mindere mate in de groepering moeten groeien.
82
83Achterliggend belang van het "verbod" op criminele groei-infiltranten is namelijk dat geen afbreuk wordt gedaan aan de integriteit en de beheersbaarheid van de opsporing. Daarvan is, zoals uit het voorgaande mag blijken, geen sprake geweest. Anders dan bij de IRT-affaire is de opsporing niet "ontspoord" en evenmin zijn er onder verantwoordelijkheid van een officier van justitie (grote) hoeveelheden drugs op de markt terecht gekomen, zoals ten tijde van de IRT-affaire. Ten slotte kan niet worden gezegd dat door de wijze waarop en de mate waarin A-4110 is ingezet in strijd is gehandeld met het proportionaliteitsbeginsel.
84De facto is dit echter niet het geval.
85Indien de Minister van de inzet op de hoogte wordt gesteld draagt hij immers reeds een zwaardere politieke ministeriële verantwoordelijkheid. Hij kan in dat geval worden aangesproken op het nietuitoefenen van zijn aanwijzingsbevoegdheden. De randvoorwaarde dat de Minister expliciet toestemming moet verlenen voor de inzet van een criminele burgerinfiltrant lijkt dan ook vooral symbolisch te zijn.
8687De rechtbank heeft geen aanleiding om aan de gegeven toestemming te twijfelen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat aan deze randvoorwaarde is voldaan.
1.Vaststelling van de feiten
88
- [medeverdachte 2] betreft [medeverdachte 2] , geboren op [geboortedatum] 1970 te[geboorteplaats] .
- [medeverdachte 1] " betreft [medeverdachte 1] , geboren op [geboortedatum] 1965 te[geboorteplaats] .
- De Duitse contacten van A-4110 zijn A-2400 en A-2421. A-2421 betreft de [naam 18] .
- De dealer van [medeverdachte 2] betreft [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1987 te[geboorteplaats] .
89Het gesprek dat plaatsvindt is opgenomen met audioapparatuur. De opname is uitgewerkt.
90Uit deze uitwerking komt onder meer het volgende naar voren, zakelijk weergegeven:
91
92
93
94A-4110 verklaart dat [medeverdachte 2] een transport nodig heeft naar Noorwegen en Finland. [medeverdachte 2] wil dat het transport zo snel mogelijk plaatsvindt. Volgende week al.
95
96Het gesprek dat plaatsvindt is opgenomen met audioapparatuur. De opname is uitgewerkt.
97Uit deze uitwerking komt onder meer het volgende naar voren, zakelijk weergegeven:
98[medeverdachte 2] : Het gaat om 40 liter.
99
100
101
102A-4110 verklaart dat [medeverdachte 2] heeft gesproken over een partij die naar Noorwegen en Finland moet. De partij bestaat uit 50 kilogram hasj, speed en A-olie. [medeverdachte 2] heeft zelf 43 kilogram A-olie.
103
104Op 25 januari 2020 bezoekt [medeverdachte 2] de woning van A-4110.
105Het gesprek dat plaatsvindt is opgenomen met audioapparatuur. De opname is uitgewerkt.
106Uit deze uitwerking komt onder meer het volgende naar voren, zakelijk weergegeven:
107
108
109
110
111
112
113
114A-4110 verklaart dat [medeverdachte 2] iemand nodig heeft voor transport. De partij verdovende middelen moet naar Scandinavië. [medeverdachte 2] vraagt aan A-4110 of hij nog contact heeft met de Duitser.
115
116Op 1 februari 2020 bezoekt [medeverdachte 2] de woning van A-4110.
117Het gesprek dat plaatsvindt is opgenomen met audioapparatuur. De opname is uitgewerkt.
118Uit deze uitwerking komt onder meer het volgende naar voren, zakelijk weergegeven:
119
120
121A-4110: Moet je met hem over praten.
122
123A-4110: Dat het transport doorgaat?
124
125A-4110 verklaart dat hij tegen [medeverdachte 2] heeft gezegd dat A-2421 naar Nederland komt en dat A-4110 en [medeverdachte 2] hem woensdag zullen ontmoeten. [medeverdachte 2] wil een transport naar Noorwegen. Ook moet er 30 kilogram speed naar Denemarken. Verder moeten er drugs naar Finland.
126
127Diezelfde dag rijden [medeverdachte 2] en A-4110 naar Hotel Van der Valk te Zwolle.
128Het gesprek dat plaatsvindt is opgenomen met audioapparatuur. De opname is uitgewerkt.
129Uit deze uitwerking komt onder meer het volgende naar voren, zakelijk weergegeven:
130
131
132
133
134
135Het gesprek dat plaatsvindt is opgenomen met audioapparatuur. De opname is uitgewerkt.
136Uit deze uitwerking komt onder meer het volgende naar voren, zakelijk weergegeven:
137
138
destinationis eentje. (niet te verstaan) dezelfde rit?
One cargo.
one.
safete maken, omdat ik mijn beloftes nakom.
139
140
141
142
143A-2421: A-4110 neemt het materiaal mee. Zo beginnen we. De rest is mijn probleem.
144
145
146A-2421: Het is niet veel geld als je kijkt naar het risico dat je hebt. [medeverdachte 2] : Het gaat niet om het geld. Het gaat erom hoe ik het kan presenteren aan mijn vriend.
147
148
149
150
151
152
153
154A-2421 verklaart dat [medeverdachte 2] hem gevraagd heeft of hij 80 kilogram amfetamine naar Helsinki, Finland, kan transporteren. A-2421 geeft aan dat dit mogelijk is. [medeverdachte 2] zegt dat zijn vrienden continue leveringen willen uitvoeren.
155A-2421 zegt dat hij € 500,00 per kilo amfetamine vraagt voor een transport naar Helsinki. A-2421 wenst een aanbetaling van 40 % te ontvangen. De rest van het geld wil hij na de levering ontvangen. [medeverdachte 2] zegt dat geld geen probleem is. [medeverdachte 2] zegt dat hij het aanbod met zijn vrienden gaat bespreken. [medeverdachte 2] vertelt dat zijn vrienden motorrijders zijn. De mensen met wie hij samenwerkt zijn de Hells Angels.
156[medeverdachte 2] zegt dat hij slechts twee dagen nodig heeft om de verdovende middelen voor transport klaar te zetten. [medeverdachte 2] geeft aan dat hij vandaag naar zijn vrienden gaat.
157Niet [medeverdachte 2] , maar een
vicebeslist of het aanbod van A-2421 wordt geaccepteerd.
158
159Het gesprek dat plaatsvindt is opgenomen met audioapparatuur. De opname is uitgewerkt.
160Uit deze uitwerking komt onder meer het volgende naar voren, zakelijk weergegeven:
161
162
163
164
165
166
167
168
169
170
171
172
173
174A-4110: Dan ben ik de lul.
chapteraan de ketting. Elke vrijdagavond hebben ze feest. Dan lopen de
colorsdaar met blikjes bier.
chapter dog.
175
176
177A-4110 verklaart dat [medeverdachte 2] naar de [bedrijf 1] wil omdat [medeverdachte 1] daar ook komt. A-4110 laat [medeverdachte 2] achter in de [bedrijf 1] .
178
179
180De telefoon van
181Deze mast zendt in de richting van de [bedrijf 1] .
182
183
184Het gesprek dat plaatsvindt is opgenomen met audioapparatuur. De opname is uitgewerkt.
185Uit deze uitwerking komt onder meer het volgende naar voren, zakelijk weergegeven:
186
187
188
189[medeverdachte 2] : Als het in Helsinki is.
190
191
192
193
194[medeverdachte 2] brengt de aanbetaling naar A-4110.
195
196
197A-4110 krijgt de opdracht om naar deze afspraak te gaan.
198
199Het gesprek dat plaatsvindt is opgenomen met audioapparatuur. De opname is uitgewerkt.
200Uit deze uitwerking komt onder meer het volgende naar voren, zakelijk weergegeven:
201
202
203
204
205
206
207A-4110: Vacuüm.
208
209
210A-4110 verklaart dat de man met de baard bij
211
21213 februari 2020
213Het gesprek dat plaatsvindt is opgenomen met audioapparatuur. De opname is uitgewerkt.
214Uit deze uitwerking komt onder meer het volgende naar voren, zakelijk weergegeven:
215A-4110: Zit er alleen speed in?
216
217
218
219
220
221A-4110 verklaart dat [medeverdachte 2] tijdens het gesprek begint over het transport naar Denemarken. [medeverdachte 2] vraagt aan A-4110 of hij 30 kilogram naar Denemarken wil brengen. Ook spreekt [medeverdachte 2] over de aanbetaling van het transport naar Finland. [medeverdachte 2] noemt daarbij het bedrag van € 24.000,00. Het transport naar Finland heeft betrekking op speed. A-4110 zegt tegen [medeverdachte 2] dat hij maandag of dinsdag weet wanneer het transport naar Finland plaats kan vinden. [medeverdachte 2] zegt dat [medeverdachte 1] weggaat. Ze kunnen pas wat doen als [medeverdachte 1] weer terug is.
22216 februari 2020
223Het gesprek dat plaatsvindt is opgenomen met audioapparatuur. De opname is uitgewerkt.
224Uit deze uitwerking komt onder meer het volgende naar voren, zakelijk weergegeven:
225
226
227De bijrijder is [medeverdachte 2] .
228Bij [medeverdachte 4] wordt een drug/speeksel test afgenomen. Hieruit blijkt een positief resultaat voor amfetamine en cocaïne.
229[medeverdachte 4] heeft een stapel geldbiljetten bij zich. Het gaat in totaal om € 800,00. Deze geldbiljetten worden in beslag genomen.
230
231Het gesprek dat plaatsvindt is opgenomen met audioapparatuur. De opname is uitgewerkt.
232Uit deze uitwerking komt onder meer het volgende naar voren, zakelijk weergegeven:
233
234
235
236
237
238A-4110 verklaart dat de man met de baard zijn baard heeft afgeschoren. A-4110 zegt tegen [medeverdachte 2] dat het transport naar Duitsland op 2 maart 2020 plaatsvindt. Op 5 maart 2020 is het transport in Finland. [medeverdachte 2] en de man met de baard vragen aan A-4110 of hij een stashauto wil gebruiken. De auto betreft een Volvo. A-4110 zegt dat het hem niet uitmaakt. [medeverdachte 2] en de man met de baard hebben het ook over een voorrijder. Dat is iemand die voor het transport uitrijdt.
239
240
241242Het gesprek dat plaatsvindt is opgenomen met audioapparatuur. De opname is uitgewerkt.
243Uit deze uitwerking komt onder meer het volgende naar voren, zakelijk weergegeven: [medeverdachte 2] vertelt dat hij met [naam 13] in het dorp is aangehouden.
244A-4110: Zat jij ook in die auto?
245
246
247
248A-4110 verklaart dat [medeverdachte 2] aan hem heeft verteld dat hij samen met [naam 13] is aangehouden door de politie. [naam 13] betreft de man met de baard. [medeverdachte 2] en de man met de baard zijn aangehouden door een onopvallende politieauto. Ze hebben wat A-olie kunnen wegstoppen.
249Ten aanzien van het transport naar
250
251Het gesprek dat plaatsvindt is opgenomen met audioapparatuur. De opname is uitgewerkt.
252Uit deze uitwerking komt onder meer het volgende naar voren, zakelijk weergegeven:
253
254
255Tijdens de ontmoeting spreken [medeverdachte 2] en A-4110 over het transport naar Duitsland/Finland. [medeverdachte 2] zegt dat hij voorop gaat rijden.
256[medeverdachte 2] krijgt een bericht van de man met de baard. De man met de baard heeft olie nodig om te draaien.
257
258Het gesprek dat plaatsvindt is opgenomen met audioapparatuur. De opname is uitgewerkt.
259Uit deze uitwerking komt onder meer het volgende naar voren, zakelijk weergegeven:
260
261A-4110: De [bedrijf 1] zal blij met je zijn.
262
263
264A-4110 verklaart dat er om 16.00 uur een ontmoeting plaatsvindt in de [bedrijf 1] .
265
266[medeverdachte 2] en de man met de baard rijden vooruit.
267
268Het gesprek dat plaatsvindt is opgenomen met audioapparatuur. De opname is uitgewerkt.
269Uit deze uitwerking komt onder meer het volgende naar voren, zakelijk weergegeven:
270
271
272A-4110: Wie?
273
gesprek tussen [naam 2] ( [medeverdachte 4] ) en [naam 3] ( [medeverdachte 2] )
274
275
276
277
278
279
280Het gesprek dat plaatsvindt is opgenomen met audioapparatuur. Daarnaast zijn er beeldopnames gemaakt in de auto van A-4110. De opnames zijn uitgewerkt.
281Uit deze uitwerking komt onder meer het volgende naar voren, zakelijk weergegeven:
282
283
284[medeverdachte 2] en [naam 4] sturen elkaar berichten:
285
286
287
288
289
290[medeverdachte 2] zegt tegen A-4110 dat ze zondag geld moeten halen. [medeverdachte 2] c.s. beschikken ook over een stashauto. Dit betreft een auto met een verborgen ruimte.
291
292
gesprek tussen [naam 2] ( [medeverdachte 4] ) en coca fabriek
293
294
295
296
297
298
299
300
301
302[naam 4] [13.58.36 uur]: Uit een liter.
303[naam 2] [14.00.30 uur]: Ik heb al 50 liter olie besteld.
304
305[naam 4] [14.08.09 uur]: Dan help ik hem wel. Gaat maar over een beetje toch.
306ironquirrel [14.19.42 uur]: Ik hoorde dat de olie omhoog gaat door Corona.
307
308
309
310
311
312
313Het gesprek dat plaatsvindt is opgenomen met audioapparatuur. De opname is uitgewerkt.
314Uit deze uitwerking komt onder meer het volgende naar voren, zakelijk weergegeven:
315
316
317
318A-4110 verklaart geeft aan dat hij maandag rond 12.00 uur de grens over wil rijden. [medeverdachte 2] vindt dit prima.
319
gesprek tussen [naam 2] ( [medeverdachte 4] ) en [naam 4] ( [medeverdachte 1] )
320[naam 2] [11.04.07 uur]: Dat is top toch.
321
322
323
324
325
326
327
328
gesprek tussen [naam 6] ( [medeverdachte 4] ) en [naam 7] :
329
330Het gesprek dat plaatsvindt is opgenomen met audioapparatuur. De opname is uitgewerkt.
331Uit deze uitwerking komt onder meer het volgende naar voren, zakelijk weergegeven:
332
333
334
335A-4110 verklaart dat [medeverdachte 2] en hij de volgende dag om 15.00 uur in de [bedrijf 1] moeten zijn. Daar krijgen ze de aanbetaling van € 24.000,00.
336EncroChat
gesprek tussen [naam 3] ( [medeverdachte 2] ) en [naam 2] ( [medeverdachte 4] )
337
338
339
340
gesprek tussen [naam 6] ( [medeverdachte 4] ) en [naam 8] ( [medeverdachte 3] ):
341
342Op 1 maart 2020 haalt A-4110 [medeverdachte 2] op bij zijn nieuwe woning aan de [straatnaam] te Leeuwarden.
343Het gesprek dat plaatsvindt is opgenomen met audioapparatuur. De opname is uitgewerkt.
344Uit deze uitwerking komt onder meer het volgende naar voren, zakelijk weergegeven:
345
346
347A-4110 verklaart dat hij en [medeverdachte 2] voor de afspraak naar café [bedrijf 2] moeten. Dit café bevindt zich aan [straatnaam] .
348A-4110 en [medeverdachte 2] rijden daarnaartoe.
349
350Dit is in de buurt van het [straatnaam] alwaar café [bedrijf 2] is gelegen.
351Uit de in de auto gemaakte geluidsopnames komt naar voren dat [medeverdachte 1] belt met [medeverdachte 5] en aan hem vraagt of hij zo bij [bedrijf 2] komt.
352
353Deze mast geeft onder andere dekking op het Noordvliet waar café [bedrijf 2] is gelegen.
354
355Deze mast geeft dekking op het Noordvliet waar café [bedrijf 2] is gelegen.
356
357
358
359A-4110 moet in Jutland, Denemarken, vóór de grote brug, de auto met lading bij een supermarkt neerzetten.
360
361Het gesprek dat plaatsvindt is opgenomen met audioapparatuur. De opname is uitgewerkt.
362Uit deze uitwerking komt onder meer het volgende naar voren, zakelijk weergegeven:
363Geritsel te horen.
364
365
366
367
368
369
370
371
372
373
374In de woning hebben [medeverdachte 1] en [medeverdachte 5] samen het geld geteld. Het blijkt om € 21.000,00 te gaan. Het geld is in een plastic zak gegaan. In de woning wordt besproken hoe de overdracht in Finland zal verlopen.
375
gesprek tussen [naam 2] ( [medeverdachte 4] ) en [naam 3] ( [medeverdachte 2] )
376
377
378
379
380
381
Riderzei dat jij reed?
382
gesprek tussen [naam 6] ( [medeverdachte 4] ) en [naam 8] ( [medeverdachte 3] ):
383
384
385
386
387Omstreeks 9.30 uur wordt een Volkswagen Golf met kenteken [kenteken] (de rechtbank begrijpt: de auto van A-4110) ter hoogte van perceel [straatnaam] te Leeuwarden geparkeerd.
388Op voornoemd adres ontmoet A-4110s [medeverdachte 2] en [verdachte] .
389
390
391
392
393
394Het gesprek dat in de auto van A4110 plaatsvindt is opgenomen met audioapparatuur. De opname is uitgewerkt.
395Uit deze uitwerking komt onder meer het volgende naar voren, zakelijk weergegeven:
396
397
398[medeverdachte 2] : Peins.
399
400
401
402
403
404
405
406Uit de OVC in de auto van A-4110 blijkt verder:
407
408
409
410Uit de OVC in de auto van A-4110 blijkt verder:
411
412
413
414
415A-4110 verklaart dat hij, [medeverdachte 2] en [verdachte] naar Peins zijn gereden. In Leeuwarden bij het glazen huis (de rechtbank begrijpt: Crystalic Business Park) staat [naam 13] met de Volvo. [medeverdachte 2] heeft via zijn PGP-telefoon contact gemaakt met [naam 13] en gevraagd waar zijn broer blijft. In Peins ontmoeten ze de broer van [naam 13] . Deze komt aanrijden in een donkerkleurige Volvo stationcar. [verdachte] en de broer van [naam 13] zetten tassen achterin de auto van A-4110. De broer van [naam 13] heeft handschoenen aan. Het betreft vier big shopper tassen met handdoeken bovenop. A-4110, [medeverdachte 2] en [verdachte] rijden vervolgens weg.
416
417
418
419
420[medeverdachte 2] en [verdachte] lachten.
421
422
423
424
425
426
427A-4110: Ja.
428
429Omstreeks 11.11 uur draagt
430Uit de OVC in de auto van A-4110 blijkt verder:
431
432A-4110 verklaart dat ze naar [bedrijf 4] in Leeuwarden zijn gereden. Het plan is dat [medeverdachte 2] en [verdachte] voorop rijden. Zij hebben echter geen auto. A-4110 heeft geen zin om hierop te wachten. [medeverdachte 2] vraagt om het geld. [medeverdachte 2] krijgt ongeveer € 20.000,00. [medeverdachte 2] zegt dat hij achter A-4110 aanrijdt en dat A-4110 het geld in Duitsland krijgt. A-4110 gaat niet meer wachten en rijdt weg. [medeverdachte 2] en [verdachte] blijven bij de snackbar.
433
434
435
436
437
438A-4110 draagt de drugs aan zijn begeleidingsteam over.
439
441
442
443
444
445[medeverdachte 4] ,
446en M. [verdachte] ,
447op de N31 rechts, ter hoogte van hectometerpaal 66.3, aangehouden in een Citroën C3 met kenteken [kenteken] . [medeverdachte 4] bestuurt het voertuig.
448[medeverdachte 2] is de bijrijder.
449[verdachte] zit achterin.
450EncroChat
gesprek tussen [naam 2] ( [medeverdachte 4] ) en [naam 3] ( [medeverdachte 2] )
451[naam 2] [08.49.26 uur]: Ik sta met kankerpech.
452
453
454
455
456
457
458
gesprek tussen [naam 6] ( [medeverdachte 4] ) en [naam 8] ( [medeverdachte 3] ):
459
460
461
462
463De vier shopper tassen van de Lidl worden respectievelijk voorzien van SIN AAIK1441NL, SIN AAIK1444NL, SIN AAIK1449NL en SIN AAIK1454NL.
464
465Het betreft 21 dubbel gesealde pakketten met een vermoedelijke hoeveelheid verdovende middelen.
466De vermoedelijke hoeveelheid verdovende middelen heeft een nettogewicht van 21.250 gram.
467Van de vermoedelijke hoeveelheid verdovende middelen worden de volgende monsters genomen: SIN AANR9885NL, SIN AANR9884NL, SIN AANS0072NL, SIN AANR9883NL, SIN
468
469en SIN AANR9885NL
470zijn daarnaast door het NFI onderzocht en blijken amfetamine te bevatten.
471Het betreft 20 dubbel gesealde pakketten met een vermoedelijke hoeveelheid verdovende middelen.
472De vermoedelijke hoeveelheid verdovende middelen heeft een nettogewicht van 20.093 gram.
473Van de vermoedelijke hoeveelheid verdovende middelen worden de volgende monsters genomen: SIN AANS0066NL, SIN AANS0067NL, SIN AANS0069NL, SIN AANS0065NL, SIN AANS0070NL, SIN AANS0071NL, SIN AANS0073NL, SIN AANS0074NL, SIN AANS0077NL, SIN
474
475en SIN AANS0069NL
476zijn daarnaast door het NFI onderzocht en blijken amfetamine te bevatten.
477Het betreft 22 dubbel gesealde pakketten met een vermoedelijke hoeveelheid verdovende middelen.
478De vermoedelijke hoeveelheid verdovende middelen heeft een nettogewicht van 22.324 gram.
479Van de vermoedelijke hoeveelheid verdovende middelen worden de volgende monsters genomen: SIN AANS0097NL, SIN AANS0098NL, SIN AANS0101NL, SIN AANS0102NL, SIN AANS0105NL. Deze monsters testen allen bij een indicatieve test positief op amfetamine.
480
481en SIN AANS0098NL
482zijn daarnaast door het NFI onderzocht en blijken amfetamine te bevatten.
483Het betreft 23 dubbel gesealde pakketten met een vermoedelijke hoeveelheid verdovende middelen.
484De vermoedelijke hoeveelheid verdovende middelen heeft een nettogewicht van 23.296 gram.
485Van de vermoedelijke hoeveelheid verdovende middelen worden de volgende monsters genomen: SIN AANS0109NL, SIN AANS0111NL, SIN AANS0113NL, SIN AANS0115NL, SIN AANS0117NL. Deze monsters testen allen bij een indicatieve test positief op amfetamine.
486
487en SIN AANS0111NL
488zijn daarnaast door het NFI onderzocht en blijken amfetamine te bevatten.
489
490Deze telefoon wordt in beslag genomen onder goednummer PL0100-2018272979-1246864. In dit toestel bevindt zich een Fins telefoonnummer.
491De telefoon wordt voorzien van digitaal onderzoeksnummer 20-0217-135.
492In de telefoon bevindt zich een simkaart en een batterij. De simkaart, batterij en de binnenzijde van de telefoon worden met een wattenstaafje bemonsterd.
493De bemonstering, epitheel, wordt voorzien van SIN AAMD9427NL.
494
495De bemonstering bevat een DNA-profiel van een man. Dit DNA kan afkomstig zijn van [medeverdachte 1] , geboren op [geboortedatum] 1965. De matchkans van het DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard.
496
497Diverse op de telefoon aanwezige berichten kunnen gekoppeld worden aan deze " [naam 9] ".
498
499
500
501Dit IMSI-nummer hoort bij telefoonnummer [telefoonnummer] . Voornoemd telefoonnummer is vóór 28 februari 2020 niet in gebruik geweest. Vanaf 28 februari 2020 tot en met 29 februari 2020 wordt een mast aangestraald op de locatie [straatnaam] nabij [plaats]. Deze mast straalt in de richting van de woning van [medeverdachte 1] (de rechtbank begrijpt: aan de [straatnaam] te [plaats] ).
502
503Diezelfde dag worden in het voertuig de volgende voorwerpen aangetroffen:
€ 19.800,00
504Het gaat in totaal om € 19.800,00 aan biljetten, waaronder een biljet van € 500,00.
505
506Dit biljet wordt in beslag genomen onder goednummer PL01002020009332-1267698.
507
508In de telefoon zit een simkaart met IMSI-nummer [nummer] . Dit IMSInummer is gekoppeld aan telefoonnummer [telefoonnummer] .
509Voornoemd telefoonnummer is in gebruik bij [medeverdachte 4] .
510
511
512
513
514
515Op de telefoon is de Encro-username [naam 2] actief.
516
517Op de telefoon is Encro-username [naam 3] actief.
518
519520521
522Dit IMEI-nummer is gekoppeld aan telefoonnummer [telefoonnummer] . Voornoemd telefoonnummer is in gebruik bij [medeverdachte
523
524De auto wordt inbeslaggenomen onder goednummer PL0100-2020009332-1245127.
525
526
527Aan de voetenzijde van de rechter passagiersstoel achterin bevindt zich, tegen de verhoging waarop de achterbank gemonteerd is, onder de binnenbekleding, een verborgen kaartlezer. Vanuit deze kaartlezer is bedrading te zien die door het hele voertuig loopt.
528De toegang tot de aangetroffen verborgen ruimte wordt verkregen door een pasje of sleutelhanger voor de paslezer bij de achterbank te houden en vervolgens het brede deel van de rugleuning van de achterbank neer te klappen.
529
530De kaart geeft toegang tot de hiervoor genoemde verborgen ruimte.
531
532[medeverdachte 3] is een broer van [medeverdachte 4] .
533De aanhouding vindt plaats omstreeks 13.10 uur.
534Om 13.35 uur vangt een doorzoeking aan in de woning.
535
536De ruimte is ingericht als woning. In de kamer staat een zithoek met een bank, een salontafel, een televisiemeubel en een televisie. Ook staat er een kast, een tafel met daaraan stoelen en een bed. Naast het bed staan kasten, een dekenkist en aan het voeteneind van het bed een open vakkenkast. In de kamer liggen kledingstukken, toiletartikelen en (restanten van) etenswaren.
537
538[naam 16] is de moeder van [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] .
539[naam 16] woont aan de [straatnaam] te [plaats] .
540Zij woont daar met haar man. Sinds ongeveer een jaar woont [medeverdachte 3] tijdelijk bij hen in. Alle gezinsleden - dus ook [medeverdachte 4] en
541[naam 16] en haar man wonen beneden. [medeverdachte 3] verblijft in de kamer boven.
542[medeverdachte 4] komt weleens op visite.
543In de woon-/slaapkamer op de bovenverdieping worden de volgende goederen aangetroffen:
544Eén van de kaarten geeft toegang tot de verborgen ruimte in de Volvo S80 met kenteken [kenteken] .
545
546De telefoon wordt inbeslaggenomen onder goednummer PL0100-2020055095-1245361.
547Op dit toestel is Encro-username [naam 5] actief.
548Autosleutels
549De auto staat op naam van [medeverdachte 3] .
550
551Het geldbedrag wordt in beslag genomen onder goednummer PL0100-2020055095-1245322.
552
553Het geldbedrag wordt in beslag genomen onder goednummer PL0100-2020055095-1245329.
554
555Het geldbedrag wordt in beslag genomen onder goednummer PL01002020055095-124533.
556
557Het geldbedrag wordt in beslag genomen onder goednummer PL0100-2020055095-1245336.
558
559Op één van die biljetten wordt een dactyloscopisch spoor aangetroffen.
560Dit spoor wordt voorzien van SIN AAN04136NL.
561Het spoor is te herleiden naar de rechter wijsvinger van [medeverdachte 4] .
562Uit het dactyloscopisch onderzoek blijkt dat zowel een zeer grote mate van overeenkomst is geconstateerd als de afwezigheid van dactyloscopische verschillen tussen het spoor en de referentieafdruk van de rechter wijsvinger van [medeverdachte 4] . Deze bevindingen liggen geheel in de lijn der verwachting wanneer het spoor van de donor afkomstig is. De kans om deze mate van overeenkomst aan te treffen bij een willekeurig ander persoon is verwaarloosbaar klein.
563Plastic zak
564Deze plastic zak wordt voorzien van SIN AAIC7612NL.
565Op de buitenzijde van de plastic zak wordt een dactyloscopisch spoor aangetroffen.
566Dit spoor wordt voorzien van SIN AANO4122NL.
567Het spoor is te herleiden naar de linker middelvinger van [medeverdachte 4] .
568Uit het dactyloscopisch onderzoek blijkt dat zowel een zeer grote mate van overeenkomst is geconstateerd als de afwezigheid van onverklaarbare dactyloscopische verschillen tussen het spoor en de afbeelding van de linker middelvinger van [medeverdachte 4] . Deze bevindingen liggen geheel in de lijn der verwachting wanneer het spoor van de donor afkomstig is. De kans om deze mate van overeenkomst aan te treffen bij een willekeurig ander persoon is verwaarloosbaar klein.
569
570Dit elastiekje wordt voorzien van SIN AAIC7614NL.
571Op het elastiekje wordt een spoor aangetroffen.
572Het betreft een biologisch spoor (epitheel). Dit spoor wordt voorzien van SIN AANS0446NL.
573Het spoor bevat een DNA-mengprofiel van minimaal drie personen. Dit DNA-mengprofiel bevat een relatief grote hoeveelheid DNA van [medeverdachte 4] .
574Ten behoeve van het berekenen van de bewijskracht van de overeenkomsten tussen het DNA-profiel van [medeverdachte 4] en DNA-mengprofiel AANS0446NL#01 zijn de volgende aannames gedaan:
575
576In de zakjes bevindt zich een vermoedelijke hoeveelheid verdovende middelen.
577De zakjes worden in beslag genomen onder goednummer PL0100-2020055095-1245315.
578De vermoedelijke hoeveelheid verdovende middelen heeft een nettogewicht van 10.029,00 gram. Van de vermoedelijke hoeveelheid verdovende middelen worden diverse monsters genomen. Deze monsters worden respectievelijk voorzien van SIN AANS0032NL, SIN AANI7093NL, SIN AANI7092NL, SIN AANI7098NL, SIN AANI7094NL,
579SIN AANS0034NL, SIN
580De monsters SIN AANS0032NL,
581SIN AANI7093NL,
582SIN AANI7092NL,
583SIN AANI7094NL,
584SIN AANS0034NL,
585SIN AANI7099NL,
586en SIN AANS0037NL
587zijn door het NFI onderzocht en blijken amfetamine te bevatten. Het monster met SIN ANI7098NL test bij een indicatieve test positief op amfetamine.
588
589Uit het onderzoek komt naar voren dat de samenstelling op hoofdcomponenten en de verontreinigingenpatronen van twee onderzoeksmaterialen uit de partij van 10 kilogram - SIN AANI7093NL en SIN AANI7098NL - sterk overeenkomen met twaalf onderzoeksmaterialen uit de partij van 86 kilogram. Hieruit blijkt dat er op basis van het chemisch onderzoek een relatie is tussen deze twee partijen. De bevindingen ondersteunen in zeer sterke mate de hypothese dat de twee onderzoeksmaterialen SIN AANI7093NL en SIN AANI7098NL uit de partij van 10 kilogram, en twaalf onderzoeksmaterialen uit de partij van 86 kilogram, van dezelfde productiepartij amfetaminesulfaat afkomstig zijn. Het gaat om de volgende twaalf onderzoeksmaterialen van de partij van 86 kilogram: SIN AANR9884NL, SIN AANS0065NL, SIN
590De resultaten van het onderzoek zijn zeer veel waarschijnlijker wanneer twee onderzoeksmaterialen uit de partij van 10 kilogram - AANI7093NL en AANI7098NL - enerzijds, en twaalf onderzoeksmaterialen uit de partij van 86 kilogram anderzijds, van dezelfde productiepartij amfetaminesulfaat afkomstig zijn dan wanneer zij uit verschillende productiepartijen amfetaminesulfaat komen.
591
592De koffer wordt voorzien van kenmerk HOO7.01.03.01.
593In de koffer bevindt zich verschillende zakken met daarin een vermoedelijke hoeveelheid verdovende middelen.
594De koffer wordt in beslag genomen onder goednummer PL0100-2020055095-1245319.
595De verpakkingen met daarin een vermoedelijke hoeveelheid verdovende middelen worden voorzien van SIN AANS0337NL, SIN AANS0338NL, SIN AANS0339NL, SIN AANS0340NL, SIN AANS0341NL, SIN AANS0352NL, SIN AANS0353NL en SIN AANS0357NL.
596
597Dit monster test bij een indicatieve test positief op cocaïne.
598
599Dit monster test bij een indicatieve test positief op cocaïne.
600
601Dit monster test bij een indicatieve test positief op cocaïne.
602
603Dit monster test bij een indicatieve test positief op cocaïne.
604
605Dit monster is door het NFI onderzocht en blijkt cocaïne te bevatten.
606
607Dit monster test bij een indicatieve test positief op cocaïne.
608
609Dit monster is door het NFI onderzocht en blijkt cocaïne te bevatten.
610
611Het monster is door het NFI onderzocht en blijkt cocaïne te bevatten.
612
613De zakjes worden inbeslaggenomen onder goednummer PL0100-2020055095-1245332.
614De vermoedelijke hoeveelheid verdovende middelen heeft een nettogewicht van 19,98 gram. Van de vermoedelijke hoeveelheid verdovende middelen wordt een monster genomen. Het monster wordt voorzien van SIN AANS0047NL. Dit monster test bij een indicatieve test positief op cocaïne.
615
616De zakjes worden inbeslaggenomen onder goednummer PL0100-20200550951245338.
617De vermoedelijke hoeveelheid verdovende middelen heeft een netto gewicht van 20 gram. Van de inhoud van de zakken worden monsters genomen. Deze monsters worden respectievelijk voorzien van SIN AANS0042NL en SIN AANS0050NL. Beide monster testen positief op cocaïne.
618
619Het zakje wordt in beslag genomen onder goednummer PL0100-2020055095-1245330.
620De vermoedelijke hoeveelheid verdovende middelen heeft een nettogewicht van 0,12 gram. Van de vermoedelijke hoeveelheid verdovende middelen wordt een monster genomen. Het monster wordt voorzien van SIN AANS0046NL. Dit monster test bij een indicatieve test positief op cocaïne.
621
622Het zakje wordt in beslag genomen onder goednummer PL0100-2020055095-1245356.
623De vermoedelijke hoeveelheid verdovende middelen heeft een nettogewicht van 1,50 gram. Van de vermoedelijke hoeveelheid verdovende middelen wordt een monster genomen. Het monster wordt voorzien van SIN AANS0043NL. Dit monster test bij een indicatieve test positief op cocaïne.
624
625Dit zakje wordt inbeslaggenomen onder goednummer PL0100-2020055095-1245358.
626De vermoedelijke hoeveelheid verdovende middelen heeft een nettogewicht van 7,42 gram. Van de vermoedelijke hoeveelheid verdovende middelen wordt een monster genomen. Dit monster wordt voorzien van SIN AANS0038NL. Het monster test bij een indicatieve test positief op cocaïne.
627
628Dit boterhamzakje met inhoud wordt voorzien van SIN AANS0335NL.
629Uit een FTIR-onderzoek komt een indicatie voor ketamine naar voren.
630Op het ziplockzakje wordt een dactyloscopisch spoor aangetroffen. Dit spoor wordt voorzien van SIN AANS0347NL.
631Dit spoor bevindt zich op de onderkant van het ziplockzakje.
632Het spoor is te herleiden naar de linker ringvinger van [medeverdachte 4] .
633Uit het dactyloscopisch onderzoek blijkt dat zowel een zeer grote mate van overeenkomst is geconstateerd als de afwezigheid van onverklaarbare dactyloscopische verschillen tussen het spoor en de afbeelding van de linker ringvinger van [medeverdachte 4] . Deze bevindingen liggen geheel in de lijn der verwachting wanneer het spoor van de donor afkomstig is. De kans om deze mate van overeenkomst aan te treffen bij een willekeurig ander persoon is verwaarloosbaar klein.
634Amfetamine productie
635De pH-probe wordt in beslag genomen onder goednummer PL01002020055095-1245388.
636De pH-probe wordt voorzien van SIN AANO3466NL.
637Op de pH-probe wordt amfetamine aangetroffen.
638
639Deze jerrycans - in totaal 13 - worden op 11 maart 2020 in beslag genomen. Zeven van de 13 jerrycans zitten vol.
640Op enkele vaten bevindt zich kristalvorming.
641
642Uit alle jerrycans waarin vloeistof zit wordt een monster veiliggesteld ten behoeve van chemisch onderzoek.
643Het betreft de volgende bemonsteringen SIN AAMD9429NL, SIN AAMD9431NL,
644SIN AAMD9430NL, SIN AAMD9428NL, SIN AAMD9432NL, SIN AAMD9486NL en SIN AAMD9487NL.
645
646
647
648
649
650
651De bemonstering met SIN AAMD9486NL test indicatief voor methanol.
652
653Het gasmasker wordt voorzien van
654Op het gasmasker wordt amfetamine en een amfetamine gerelateerde syntheseverontreiniging aangetroffen.
655Filter van een gasmasker.
656Op de handschoen zit wit poeder.
657De voorwerpen worden in beslag genomen onder goednummer PL0100-2020055095-1245303 en voorzien van SIN AAIC7610NL.
658Op zowel de handschoen als op het filter wordt amfetamine aangetroffen.
659
660
661Op het gasmasker met SIN AANN2548NL is amfetamine en een aan amfetamine gerelateerde syntheseverontreiniging aangetroffen.
662De onderzoeksresultaten passen bij amfetamine in de vorm van een zout. In relatie tot de bewerking en/of vervaardingen van amfetamine passen de gevonden resultaten voor de materialen SIN AAIC7610NL en SIN AANO3466NL vooral bij de omzetting van amfetaminebase in amfetaminesulfaat door mengen met methanol en zwavelzuur en passen de gevonden resultaten voor het materiaal SIN AANN2548NL vooral bij de vervaardiging van amfetamine.
663
664
665De bemonstering bevat een DNA-mengprofiel van minimaal drie personen, waarvan minimaal één man. Het DNA kan afkomstig zijn van [medeverdachte 3] en minimaal twee onbekende personen.
666
667De bemonstering bevat een DNA-mengprofiel van minimaal twee personen, waarvan minimaal één man. Het DNA kan afkomstig zijn van [medeverdachte 3] en minimaal één andere persoon.
668
669Bemonstering AAIC7610NL#02:
670
671Op een dop wordt epitheel aangetroffen. Dit spoor wordt voorzien van SIN AAIC7606NL.
672Deze bemonstering wordt onderworpen aan een DNA onderzoek.
673Deze bemonstering bevat een DNA-mengprofiel van minimaal twee personen. Het DNA kan afkomstig zijn van [medeverdachte 3] of [medeverdachte 4] en minimaal één onbekend persoon.
674
675
676In het pand wordt [medeverdachte 1] aangehouden.
677De aanhouding vindt plaats om 12.15 uur.
678Om 12.50 uur vangt een doorzoeking aan in de woning.
679In de woning wordt een BQtelefoon aangetroffen. Deze wordt voorzien van kenmerk CAS36.01.10.
680De telefoon wordt in beslag genomen onder goednummer PL0100-2020009384-1245215.
681In de telefoon is Encro-username [naam 4] actief.
682Dit betreft de username van [medeverdachte 1] .
683
684Het spoor is door het NFI onderworpen aan een DNA-onderzoek.
685Op het spoor wordt een DNA-profiel aangetroffen. Het DNA kan afkomstig kan zijn van [medeverdachte 1] . Ten behoeve van het berekenen van de bewijskracht van de overeenkomsten tussen het DNA-profiel van [medeverdachte 1] en DNA-profiel SIN AAIC7592NL#01 is aangenomen dat de bemonstering DNA bevat van één persoon.
686
2.Standpunt van de officieren van justitie
3.Standpunt van de verdediging
4.Oordeel van de rechtbank
- (i) artikel 2, aanhef en onder A, van de Opiumwet;
- (ii) artikel 2, aanhef en onder B, van de Opiumwet;- (iii) artikel 2, aanhef en onder C, van de Opiumwet,
- (i) artikel 10, vijfde lid, van de Opiumwet;
- (ii) artikel 10, vierde lid, van de Opiumwet;- (iii) artikel 10, derde lid, van de Opiumwet.
687Aangezien op (i) een zwaardere hoofdstraf is gesteld dan op (iii) en strafbepaling (i) zich tot strafbepaling (ii) verhoudt als een bijzondere (specialis) tot een algemene (generalis), zal de rechtbank op grond van het in artikel 55, tweede lid, Sr vervatte
lex specialis derogat legi generalibeginsel, enkel strafbepaling (i) in de kwalificatie betrekken.
688Het bewezen verklaarde levert derhalve op:
1.Standpunt van de officieren van justitie
2.Standpunt van de verdediging
3.Oordeel van de rechtbank
first offendereen minimale gevangenisstraf van 60 maanden gehanteerd.
1.Standpunt van de officieren van justitie
2.Standpunt van de verdediging
3.Oordeel van de rechtbank
een gedeelte, groot vijf maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op drie jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Kamerstukken II1995/96, 24 072, nrs. 10-11.
Stcrt.2014, 24442, onder 2.9.
Het Nederlandse parlement, Deventer: Wolters Kluwer 2017, pagina 366.
Infiltratie in het recht en in de praktijk(reeks Onderzoek en beleid), Den Haag: WODC, pagina 38.
Kamerstukken II2012/13, 29 911, 83;
Kamerstukken II2013/14, 29 279, nr. 173;
Kamerstukken II2013/14, 29 279, nr. 195.
Stcrt.2001, 39;
Stcrt.2004, 227;
Stcrt.2004, 227;
Stcrt.2005, 252;
Stcrt.2006, 201;
Stcrt.2007, 48;
Stcrt.2007, 239;
Stcrt.2009, 18014;
Stcrt.2011, 3240;
Stcrt.2012, 10486;
Stcrt.2013, 22031.
Stcrt.2014, 24442, onder 2.9.
NJ1991/119, m.nt. M. Scheltema, Th.W. van Veen, r.o. 5.1.
Jurisprudentie strafrecht select, Den Haag; SDU Uitgevers 2008, pagina 63.
Het Nederlands strafprocesrecht, bewerkt door M.J. Borgers en T. Kooijmans, Deventer: Wolters Kluwer 2021, pagina 69.
NJ2011/530.
Stcrt.2014, 24442, onder 2.9.
Kamerstukken II1996/97, 25 403, nr. 3, pagina 29 (MvT).
Kamerstukken II1996/97, 25 403, nr. 3, pagina 74 (MvT).
Kamerstukken II1996/97, 25 403, nr. 3, pagina 11 (MvT).
Kamerstukken II1996/97, 25 403, nr. 3, pagina 30 (MvT).
Stcrt.2014, 24442, onder 2.9.
Kamerstukken II1996/97, 25 403, nr. 3, pagina 121 (MvT).
Kamerstukken II1996/97, 25 403, nr. 3, pagina 46 (MvT).
Kamerstukken II1997/98, 25 403, nr. 7, pagina 68.
Stcrt.2014, 24442, onder 2.9.
Kamerstukken II1996/97, 25 403, nr. 3, pagina 47 (MvT).
Kamerstukken II1996/97, 25 403, nr. 3, pagina 46 en 47 (MvT).
Kamerstukken II1996/97, 25 403, nr. 3, pagina 15 (MvT).
Stcrt.1999, 106
Stcrt.1999, 106 56
Kamerstukken II1997/98, 25 403, nr. 7, pagina 28.
Kamerstukken II1997/98, 25 403, nr. 7, pagina 28.
Kamerstukken II1996/97, 25 403, nr. 3, pagina 15 en 16 (MvT).
Kamerstukken II1997/98, 25 403, nr. 7, pagina 5.
Kamerstukken II1997/98, 25 403, nr. 7, pagina 5.
Stcrt.2014, 24442, onder 2.9.
Kamerstukken II1996/97, 25 403, nr. 3, pagina 3.
Inburgeren in de opsporing. Over de juridische positie van de burger in de opsporing van strafbare feiten(diss. Rotterdam), Rotterdam: E.M. Moerman 2016, pagina 139.
Kamerstukken II1996/97, 25 403, nr. 3, pagina 3 (MvT).
Stcrt.2014, 24442, onder 2.9.
Kamerstukken II2013/14, 29 279, nr. 195, pagina 20.
Kamerstukken II1995-1996, 24 072, nrs. 10-11, pagina 74.
TPWS2017/3, onder 7.2.
Kamerstukken II2012/13, 29 911, nr. 83, pagina 1, 2 en 3.
Kamerstukken II1996/97, 25 403, nr. 3, pagina 31 en 32 (MvT).
Kamerstukken II2013/14, 29 279, nr. 195, pagina 17.
NJ1980/366.