Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
inspecteurvan de
Belastingdienst/kantoor Zwolle(hierna: de Inspecteur)
[vestigingsplaats](hierna: belanghebbende)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De Inspecteur legde aan belanghebbende B.V. navorderingsaanslagen vennootschapsbelasting op over meerdere jaren, waarbij ook heffingsrente werd berekend. Belanghebbende stelde beroep in tegen deze aanslagen en verzocht om inzage in alle op de zaak betrekking hebbende stukken. De rechtbank verklaarde de beroepen grotendeels ongegrond, behalve voor de aanslag 2013, die werd vernietigd. In hoger beroep deed de Inspecteur een beroep op geheimhouding voor een deel van de stukken volgens artikel 8:29 Awb Pro.
De geheimhoudingskamer heeft vastgesteld dat het geschil draait om de vraag of een dochtermaatschappij in de fiscale eenheid kan worden opgenomen. Het dossier is omvangrijk met vele ordners aan stukken, waarvan een deel geheimhouding geniet. De kamer benadrukt het recht op een eerlijk proces en gelijke proceskansen, maar erkent dat geheimhouding onder strikte voorwaarden mogelijk is.
De Inspecteur motiveerde het beroep op geheimhouding met strategische overwegingen en interne beraadslagingen. De geheimhoudingskamer oordeelt dat het beroep op geheimhouding met de grootst mogelijke terughoudendheid moet worden toegepast en constateert dat de Inspecteur de stukken niet recent heeft herbeoordeeld. Daarom wordt de Inspecteur opgedragen het beroep op geheimhouding opnieuw te beoordelen en de hoofdkamer zal eerst bepalen of alle relevante stukken zijn overgelegd.
De beslissing is genomen door de meervoudige belastingkamer van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en is in het openbaar uitgesproken op 29 augustus 2023. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: De Inspecteur moet het beroep op geheimhouding opnieuw beoordelen en de hoofdkamer zal eerst bepalen of alle op de zaak betrekking hebbende stukken zijn overgelegd.