4.6.Belanghebbende heeft in het nader stuk (onderdeel 8.11) nog verzocht tot overlegging van stukken door de Inspecteur. Naar het oordeel van het Hof behoeven deze stukken om de hiernavolgende redenen niet op grond van artikel 8:42 Awb in het geding te worden gebracht.
a. In het zogenoemde Overzicht ATK (bijlage 7 bij nader stuk) heeft klantcoördinator [naam16] op 11 februari 2013 de volgende aantekening gemaakt:
“Op 8 februari berichtje gehad van [naam17] dat er problemen zijn met scheeps CV en dat het de bedoeling is dat deze komend jaar kritisch worden bekeken. Aangegeven dat de CV is gemeld en in samenspraak met [naam18] en een inspecteur vanuit Groningen is gegaan. [naam18] gaf aan dat wij alleen [A] op weg hebben geholpen, maar fiscaal niets hebben gedaan (klopt). [naam17] om iets meer bijzonderheden gevraagd. Zolang ik niets hoor, doe ik hier ook niets mee, met [naam18] afgesproken om [A] niet op de hoogte te stellen.”
Belanghebbende heeft verzocht tot overlegging van het bericht van [naam17] . De Inspecteur heeft ter zitting geloofwaardig verklaard dat het bericht van [naam17] betrekking had op een andere belastingplichtige. Gelet daarop is het stuk naar het oordeel van het Hof niet van enig belang geweest voor de besluitvorming in het onderhavige geval.
b. Volgens belanghebbende was belastingambtenaar [naam13] qua scheepvaart-CV’s de spin in het web en verzoekt zij daarom tot overlegging van de interne correspondentie van deze ambtenaar. Onder verwijzing naar de tussenuitspraak van 30 april 2024, rechtsoverweging 4.8 en 4.9 oordeelt het Hof dat deze stukken niet belang zijn voor de beslechting van de bestaande geschilpunten.
c. Tijdens het boekenonderzoek bij belanghebbende in september 2016 (zie 2.24) is de mailbox van de financieel directeur [naam2] gescreend met zoektermen en zijn 590 e-mailberichten verkregen (bijlage 6 bij nader stuk). Belanghebbende verzoekt om overlegging van deze e-mailberichten. De Inspecteur heeft ter zitting verklaard dat deze mailberichten in het dossier zijn opgenomen in bijlage set B. Nu deze e-mailberichten reeds tot het dossier behoren, hoeft aan belanghebbendes verzoek geen gehoor te worden gegeven.
d. In het zogenoemde Overzicht ATK (bijlage 7 bij nader stuk) heeft klantcoördinator [naam16] op 19 oktober 2015 de volgende aantekening gemaakt:
“Op 14 oktober 2015 gesprek gehad met [naam2] .
Er zijn problemen geweest met de betalingen van de VA van Horeca. Aangegeven dit op te nemen (…).
Er is contact geweest met [naam19] over sectorindeling. (…)
Vervolg gesprek was ook met de heer [naam20] en ging over de problemen met de scheeps CV. Uitgelegd wat er landelijk speelt op dit terrein. Hij maakt zich geen zorgen omdat hij van mening is dat er geen afspraken zijn geweest die in strijd waren met de afgegeven Ruling. Aan [naam2] overzicht gevraagd van betalingen vanuit CV aan [A] . Dit overzicht geeft 253.000 e aan, dus overeenkomstig verkoop ovk.
Aangegeven dat wij het behandelplan moeten gaan delen en dat ik daarover eerdaags een afspraak zou maken en dit mogelijk samen met [naam21] zou komen bespreken.”
Belanghebbende heeft verzocht tot overlegging van het behandelplan. Zonder nadere motivering van belanghebbende, die ontbreekt, acht het Hof niet aannemelijk dat dit behandelplan van enig belang voor de besluitvorming kan zijn geweest en bovendien niet van belang is voor de beslechting van de bestaande geschilpunten.
e. Belanghebbende vraagt zich af waar het memorandum van belastingambtenaar [naam11] (zie 2.22) vandaan komt, waarop de inhoud is gebaseerd en wie [naam11] is. Belanghebbende heeft hiermee niet om een bepaald stuk verzocht.
f. In een e-mailbericht van 26 oktober 2015 (bijlage 69 bij nader stuk) heeft klantcoördinator [naam16] aan een collega het volgende geschreven:
“De aangifte 2011 van [belanghebbende] is geautomatiseerd afgedaan, de aangifte 2012 volgens IKB traditioneel, maar er is geen heffingsverslag. Zelf heb ik geen vragen gesteld en ook geen aantekening in ATK dat er een probleem met de aangifte was. De aangifte is weliswaar traditioneel afgedaan, maar wel door iemand van de administratie. Het jaar 2013 is wel traditioneel afgedaan en er zijn ook vragen gesteld. Echter niet over de scheeps CV. Bijgaand het verslag van heffing.”
Belanghebbende heeft verzocht tot overlegging van de heffingsverslagen. Het Hof leidt uit de tekst van het bericht af dat alleen voor het jaar 2013 een heffingsverslag is opgesteld. Dat jaar is echter geen onderwerp van geschil, nu de Rechtbank de navorderingsaanslag Vpb 2013 reeds heeft vernietigd (zie 1.4). Bovendien zijn in dat jaar geen vragen gesteld over de scheepvaart-CV. Gelet daarop acht het Hof dit heffingsverslag niet van belang voor de beslechting van de bestaande geschilpunten.
g. In 2012 heeft bij belanghebbende een boekenonderzoek plaatsgevonden over het aanslagjaar 2011 (bijlage 66 bij nader stuk). Belanghebbende heeft verzocht tot overlegging van het rapport van dit onderzoek. De Inspecteur heeft ter zitting verklaard dat over de periode van 1 januari 2010 tot en met 31 december 2011 een deelonderzoek loonheffingen is gehouden, en dat dit onderzoek zich alleen heeft gericht op de juistheid van de geclaimde afdrachtvermindering onderwijs. Verder heeft de Inspecteur verklaard dat er tevens een monitoring van het Convenant horizontaal toezicht heeft plaatsgevonden naar de aanvaardbaarheid van de verkoopkosten en de voetbalkaartjes in de aangifte Vpb 2011, en dat daarvan op 31 mei 2012 een rapport aan belanghebbende is aangeboden. Gelet op de inhoud ervan, acht het Hof de rapporten van beide onderzoeken niet van belang voor de beslechting van de bestaande geschilpunten.
In een e-mailbericht van 11 februari 2014 (bijlage 67 bij nader stuk) heeft financieel directeur [naam2] aan een collega het volgende geschreven:
“Ik heb meerdere keren met de belastingdienst besprekingen. Dit gaat dan vaak over inhoudelijke punten. Deze worden indien nodig vastgelegd en bevestigd.
Ook krijgt [A] te maken met controles en steekproeven. Deze worden volgens de normale systematiek van controle bij de fiscus vastgelegd. De laatste controle was op 16 september 2013. Uit deze controle zijn geen correcties of verdere aanmerkingen gekomen.”
Belanghebbende heeft verzocht tot overlegging van het controlerapport. De Inspecteur heeft ter zitting verklaard dat in september 2013 vermoedelijk een streekproef in het kader van horizontaal toezicht heeft plaatsgevonden, dat niet duidelijk is ter zake van welk middel de steekproef heeft plaatsgevonden, dat de steekproef in ieder geval niet heeft geleid tot correcties en dat er van de steekproef geen vastleggingen zijn aangetroffen. Gelet daarop acht het Hof niet aannemelijk dat een controlerapport bestaat, zodat aan het verzoek niet hoeft te worden tegemoetgekomen.
h. In een e-mailbericht van 15 juni 2016 (bijlage 26 bij nader stuk) heeft klantcoördinator [naam16] aan een collega het volgende geschreven:
“Je geeft aan dat de mail alleen voor intern gebruik is en dat het niet de bedoeling is om deze door te sturen naar [A] dan wel [P] . Ik weet niet waarom je dat doet, maar ik ben het inderdaad niet eens met de correctie. De constructie op zich vind ik niks en heb ik ook nooit wat gevonden. In ons eerste gesprek bij [A] hierover heb ik dat ook aangegeven, maar wij hebben zelf de regeling goedgekeurd in Den Haag. De nood binnen de scheepsbouw was schijnbaar hoog. Op het moment dat [naam10] vragen ging stellen over [A] heb ik hem steeds antwoord op zijn vragen gegeven en ook aan [A] doorgegeven dat er problemen met de constructie was. Concreet is [naam10] echter nooit geworden, altijd een algemeen verhaal over investeringen betaald met teruggaven vennootschapsbelasting, zelfs twijfel of het schip wel bestond. Ik kon dus bij [A] ook niet aangeven wat nu eigenlijk de problemen waren, waarna het vervolgens een hele tijd stil is gebleven en vorig jaar ineens het verhaal van de excelsheet naar boven kwam. Het enige wat ik toen aan [A] heb doorgegeven dat de zaak weer was opgepakt en dat mogelijk er contact met hun zou worden opgenomen (….)”
Belanghebbende heeft verzocht tot overlegging van de vragen van belastingambtenaar [naam10] . Gelet op de tekst van het e-mailbericht acht het Hof aannemelijk dat de vragen van [naam10] een algemeen karakter hadden en daarom niet van belang zijn voor de beslechting van de bestaande geschilpunten.
i. Belanghebbende vraagt zich af wat in voornoemd e-mailbericht van 15 juni 2016 wordt bedoeld met ‘excelsheet’, en of klantcoördinator [naam16] bewust erbuiten is gehouden. Belanghebbende heeft hiermee niet om een bepaald stuk verzocht.
j. In een intern e-mailbericht van de Belastingdienst van 24 januari 2017 (bijlage 8 bij nader stuk) is het volgende opgemerkt:
“Documenten zitten in computer van [naam16] [Hof: klantcoördinator [naam16] ] termsheet bijlagen e.d. Die hebben als datum document een datum in november 2011 datum gemaakt in 2015.”
Belanghebbende heeft verzocht tot overlegging van deze documenten. Het Hof acht evenwel aannemelijk dat dit stukken betreffen die reeds tot de gedingstukken behoren (zie 2.7 tot en met 2.10).
k. In een intern e-mailbericht van 21 november 2018 (bijlage 71 bij nader stuk) is het volgende opgemerkt:
“Vanmiddag nog even door de valuators bijgepraat over de stavaza inzake [A] . Zij hebben gekeken naar het economisch risico dat [belanghebbende] liep. Afhankelijk hoe je dat definieert is er risico. Alleen minnen of ook plussen. Volgens mij, maar dat moeten we nog maar even nakijken, was er een bankgarantie voor een deel van de koopsom van de aandelen. Dat zou betekenen dat ze een beperkt debiteurenrisico lopen. Daarnaast is en een beperkt prijsrisico van ongeveer 2 ton. En een kans om meer winst te behalen bij verder investeren van 5 miljoen. De waardering van de aandelen hebben ze zich verder niet over uitgesproken (hadden we volgens mij wel om gevraagd).”
Belanghebbende heeft verzocht om overlegging van de bevindingen van de valuators. Het Hof acht evenwel niet aannemelijk dat deze bevindingen schriftelijk zijn vastgelegd. Bovendien gaat dit bericht over het debiteurenrisico dat belanghebbende loopt bij de verkoop van de aandelen in [E] aan [D] , en niet over het economische risico dat belanghebbende heeft gelopen door het bezit van de aandelen in [E] , zodat evenmin aannemelijk is dat een eventueel stuk van belang is voor de beslechting van de bestaande geschilpunten.
l. In een ongedateerd intern e-mailbericht (bijlage 72 bij nader rapport) – volgens belanghebbende van omstreeks 10 mei 2017 – heeft belastingambtenaar [naam10] het volgende opgemerkt:
“Inmiddels heb ik een boete advies inzake [A] ontvangen. Vanwege ontbreken opzet geen boete (primitieve aanslag). (…)”
Belanghebbende heeft verzocht tot overlegging van het boeteadvies. Nu in onderhavige procedure geen boetes aan de orde zijn, acht het Hof dit boeteadvies niet van belang voor de beslechting van de bestaande geschilpunten.
m. Belanghebbende merkt op dat uit de gedingstukken een lijst van 29 belastingambtenaren naar voren komt (bijlage 73 bij nader stuk) die betrokken zijn geweest bij scheepvaart-CV structuren, en dat het niet zo kan zijn dat er niet meer dossier is van deze belastingambtenaren. Belanghebbende heeft met deze opmerking niet om bepaalde stukken verzocht. En zo daarvan wel sprake zou zijn, heeft het verzoek een algemeen en ongemotiveerd karakter waaraan om die reden evenmin gehoor hoeft te worden gegeven.