ECLI:NL:GHARL:2023:7380

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
4 september 2023
Publicatiedatum
4 september 2023
Zaaknummer
Wahv 200.319.017/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • De Witt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 55 RVV 1990Art. 11 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor het niet geven van richtingaanwijzer bij rijstrookwissel ondanks lane assistance

De betrokkene werd bij beschikking gesanctioneerd met een boete van €95 wegens het niet geven van een richtingaanwijzer bij het wisselen van rijstrook op de A50. De betrokkene voerde aan dat het voertuig was uitgerust met een lane assistance-systeem dat het wisselen zonder richtingaanwijzer zou voorkomen en dat de waarneming van de ambtenaar onbetrouwbaar was door omstandigheden zoals zonlicht.

Het hof oordeelt dat de kantonrechter terecht heeft vastgesteld dat de overtreding heeft plaatsgevonden en dat het lane assistance-systeem niet uitsluit dat de bestuurder zelf verantwoordelijk blijft voor het gebruik van het voertuig en het geven van richtingaanwijzers. Het systeem kan uitgeschakeld zijn en ook bij inschakeling kan de bestuurder nog steeds zonder richtingaanwijzer wisselen.

Verder constateert het hof dat de redelijke termijn van berechting in eerste aanleg is overschreden en past daarom een matiging van 25% toe op de boete. Het hof veroordeelt de advocaat-generaal tot vergoeding van proceskosten van €837 aan de betrokkene en wijst het overige verzoek af.

De beslissing van de kantonrechter wordt vernietigd, het beroep van de betrokkene gegrond verklaard en de boete vastgesteld op €71,25.

Uitkomst: De boete voor het niet geven van richtingaanwijzer bij rijstrookwissel wordt gematigd tot €71,25 en de procedurekosten worden vergoed.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.319.017/01
CJIB-nummer
: 234876951
Uitspraak d.d.
: 4 september 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 28 oktober 2022, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is F.R. Eggink, kantoorhoudende te Almelo.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “bij wisselen van rijstrook geen teken met de richtingaanwijzer geven.” Deze gedraging zou zijn verricht op 12 juli 2020 om 12:21 uur op de Rijksweg A50 in Heelsum met het voertuig met het kenteken
[kenteken] . Het voertuig is een bestelwagen, merk: Mercedes-Benz, type: Sprinter.
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de schriftelijke uitspraak van de rechter afwijkt van hetgeen ter zitting is meegedeeld, te weten dat de gedraging niet kan worden vastgesteld in verband met de locatie, nu er sprake moet zijn van zeven locaties aangezien er zeven keer geen knipperlicht zou zijn gebruikt. Het zaakoverzicht biedt ook te weinig relaas om van een juiste waarneming te kunnen spreken. Er wordt één locatie genoemd, hectometerpaal (hmp) 163.9 rechts, maar voor welke waarneming is dit en voor welke van de zeven keren is de sanctie opgelegd? Ook is niet vermeld wat de mate van hinder was voor het overige verkeer. De betrokkene is zich van geen kwaad bewust en heeft de ‘knippers’ zoals gewoonlijk gebruikt. Dat moet in deze auto anders kan niet van rijstrook worden gewisseld. De auto is uitgerust met “lane assistance” en overschrijding van de belijning zonder richting aan te geven betekent een trillend stuur. Één keer vergeten richting aan te geven zou nog kunnen maar meer dan zeven keer is gewoon niet mogelijk. Ter zitting van de rechtbank is uitleg gegeven over “lane assistant.” Na deze uitleg – en het feit dat de rechter er niet van op de hoogte is – wordt maar aangenomen dat het verhaal van de agent klopt. Dat is vreemd. Daarnaast heeft de gedraging plaatsgevonden in de zomer om 12:21 uur. Mogelijk is de zon er de oorzaak van dat de ambtenaar een werkend knipperlicht niet heeft gezien. In een blog op [naam1] .nl wordt erop gewezen dat de felle zon in de zomer gevaarlijk en zeer verblindend is. Het was die dag 24,6 graden, volop zonnig en de zon stond om 12:24 uur op het hoogste punt. Nieuwere auto’s knipperen tegenwoordig ook maar één in plaats van drie keer. De ambtenaar mist die ene ‘knipper’ als hij net even de andere kant op kijkt of in zijn spiegel kijkt. De gemachtigde stelt onder verwijzing naar de uitspraken van het hof met vindplaatsen ECLI:NL:GHARL:2022:275 en ECLI:NL:GHARL:2022:573 dat de inleidende beschikking alsnog vernietigd dient te worden. De betrokkene heeft van meet af aan aangevoerd dat hij de ‘knippers’ van zijn auto heeft gebruikt en aan de ambtenaar niet is verzocht om een nadere toelichting.
3. Met betrekking tot de stelling van de gemachtigde dat de uitspraak afwijkt van hetgeen ter zitting is meegedeeld, stelt het hof vast dat uit het proces-verbaal van de zitting blijkt dat de kantonrechter de gemachtigde heeft gevraagd of er zeven sancties hadden moeten worden opgelegd. Bij de beoordeling van de opgelegde administratieve sanctie heeft de kantonrechter overwogen dat uit het zaakoverzicht blijkt dat de verweten gedraging is begaan ter hoogte van hectometerpaal 163.9 rechts. De stelling van de gemachtigde mist feitelijke grondslag.
4. De onder 1 vermelde gedraging betreft een overtreding van artikel 55 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) dat voor zover hier van belang luidt:
“Bestuurders van een motorvoertuig (…) moeten een teken met hun richtingaanwijzer geven (…), indien zij willen wegrijden, andere bestuurders van een motorvoertuig willen inhalen, de doorgaande rijbaan willen oprijden en verlaten en indien zij van rijstrook willen wisselen alsmede bij alle andere belangrijke zijdelingse verplaatsingen.”
5. De verklaring van de ambtenaar zoals opgenomen in het zaakoverzicht houdt in dat hij op de autosnelweg zag dat de bestuurder zonder richting aan te geven van rijstrook wisselde ter hoogte van hectometerpaal 163.9 rechts, terwijl de bestuurder in totaal meer dan zeven maal van rijstrook wisselde zonder daarbij richting aan te geven.
6. Het hof is van oordeel dat de verklaring van de ambtenaar redelijkerwijs niet anders kan worden begrepen dat de gedraging waarvoor de sanctie is opgelegd plaatsvond ter hoogte van hectometerpaal 163.9 rechts. Nu één sanctie is opgelegd, is niet relevant dat de ambtenaar niet nader heeft vermeld wáár op de A50 hij zag dat de betrokkene eenzelfde gedraging nog zes maal beging. Voor de vaststelling van de gedraging is niet van belang of de andere weggebruikers hinder hebben ervaren.
7. De advocaat-generaal heeft informatie overgelegd uit de Handleiding van een Mercedes-Benz Sprinter. Deze informatie houdt voor zover van belang in (pag. 166) dat de spoorassistent het gebied vóór het voertuig met een multifunctionele camera bewaakt. Deze moet voorkomen dat de bestuurder ongewild de rijstrook verlaat. Daartoe kan de bestuurder door een voelbare terugmelding van het stuurwiel en het knipperen van een statussymbool in het instrumentendisplay worden gewaarschuwd. Ook kan de bestuurder door een corrigerende remingreep naar de rijstrook waarop hij rijdt worden teruggevoerd. De waarschuwing wordt uitgegeven, wanneer tegelijkertijd aan twee voorwaarden wordt voldaan, te weten dat de spoorassistent rijstrookmarkering herkent en een voorwiel daar over rijdt. De waarschuwing van de spoorassistent kan worden in- en uitgeschakeld. Ook kan het systeem in een achttal in de handleiding genoemde situaties mogelijk niet correct werken of buiten werking zijn.
8. Het hof begrijpt dat gemachtigde met zijn verwijzing naar het rijstrookassistentiesysteem wil onderbouwen dat de gedraging niet kan hebben plaatsgevonden omdat dit systeem verhindert dat de bestuurder van rijstrook wisselt zonder richting aan te geven. Dit betoog slaagt niet. Ten eerste kan het rijstrookassistentiesysteem door de bestuurder worden uitgeschakeld. Niet kan worden vastgesteld dat dit systeem actief was op het moment van de gedraging. Ook wanneer zou kunnen worden vastgesteld dat het systeem was geactiveerd, wil dat nog niet zeggen dat de gedraging niet zou kunnen hebben plaatsgevonden, omdat een dergelijk systeem weliswaar door hinderlijke ingrepen aan de bestuurder duidelijk probeert te maken dat een lijn op het wegdek wordt overschreden, maar kan de bestuurder desalniettemin nog steeds zonder richting aan te geven van rijstrook wisselen. Ten slotte merkt het hof op dat de bestuurder ook bij een ingeschakeld rijhulpsysteem zelf verantwoordelijk blijft voor het gebruik van zijn voertuig overeenkomstig de verkeersvoorschriften. Geconcludeerd kan worden dat de betrokkenen niet aannemelijk heeft gemaakt dat aanleiding bestaat voor twijfel aan de verklaring van de ambtenaar. De kantonrechter heeft terecht geoordeeld dat de aan de betrokkene verweten gedraging heeft plaatsgevonden.
9. Het hof stelt ambtshalve vast dat de op twee jaren te stellen redelijke termijn van berechting in eerste aanleg is overschreden. De betrokkene is onderhavige sanctie op 12 juli 2020, ter gelegenheid van de staandehouding, aangezegd. De procedure in eerste aanleg is eerst met de beslissing van de kantonechter van 28 oktober 2022 geëindigd. Onder verwijzing naar het arrest van het hof van 28 juli 2023, gepubliceerd op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2023:6369, zal het hof het bedrag van de sanctie matigen met 25 %.
10. Namens de betrokkene is verzocht om vergoeding van kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Uit voormeld arrest (vgl. ov. 26) vloeit voort dat de proceskosten gemaakt in de fase waarin de redelijke termijn van berechting is overschreden nu voor vergoeding in aanmerking komen. Het meer verzochte wordt afgewezen. Aan het indienen van het beroepschrift bij de kantonrechter en het bijwonen van de zitting bij de kantonrechter dienen in totaal 2 punten te worden toegekend en de waarde per punt bedraagt voor het beroep 2z€ 837,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 837,- (2 x € 837,- x 0,5).
11. Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;
wijzigt de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd in die zin dat het bedrag van de bij die beschikking opgelegde sanctie wordt vastgesteld op € 71,25;
bepaalt dat als de betrokkene op grond van artikel 11 van Pro de Wahv teveel zekerheid heeft gesteld, het meerdere door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 837,-;
wijst af het meer verzochte.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Smeitink als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.