ECLI:NL:GHARL:2023:7462
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Uitleg beëindigingsovereenkomst en inzage administratie fysiotherapiepraktijk
In deze civiele zaak draait het om de uitleg van een beëindigingsovereenkomst tussen twee voormalige samenwerkende fysiotherapeuten en een vordering tot inzage in de praktijkadministratie.
De samenwerking tussen partijen bestond uit een maatschap van 2017 tot 2019, die per 1 januari 2020 werd beëindigd met een beëindigingsovereenkomst. Appellante vordert betaling van werkzaamheden en uitgaven uit 2016, vóór de maatschap, en inzage in de administratie over 2016-2019. De geïntimeerde betwist de vordering en stelt dat de beëindigingsovereenkomst de financiële afwikkeling van de gehele samenwerking omvat.
Het hof oordeelt dat de geldvordering niet toewijsbaar is omdat de beëindigingsovereenkomst ook de periode 2016 omvatte. De exhibitievordering wordt gedeeltelijk toegewezen: inzage in de maatschapsadministratie over 2017-2019 wordt toegestaan, maar niet in de administratie van 2016. De vordering tot inzage is beperkt tot de praktijkagenda, facturen en relevante overzichten, voor zover beschikbaar. De overige vorderingen worden afgewezen en de kosten worden aan appellante opgelegd.
Uitkomst: Geldvordering afgewezen; beperkte inzage in administratie over 2017-2019 toegewezen.