Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[erflaatster] ,
[naam1]
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep in beide zaken
2.De kern van de zaak
- de woning aan de [adres] te [woonplaats2] en de daarbij horende grond (groot 1.79.49 hectare; hierna: de woning)
- een perceel grond genaamd " [naam5] ", aan de [adres] te [woonplaats2] (groot 1.48.20 hectare)
- bankrekeningen bij de Rabobank
- [nummer1] ,
- [nummer2] ,
- een auto merk Suzuki, type Jimny, (hierna: de auto),
- inboedel.
- aan [appellante] dan wel [appellant2] een dwangsom oplegt voor de verplichtingen in 3.3 en 3.7
- onderdeel 3.4 wat de gebruiksvergoeding betreft vernietigt
- onderdeel 3.12 vernietigt en [appellante] en [appellant2] veroordeelt in de proceskosten
- de kosten van rov. 2.30 vaststelt op € 11.156,39
- voor het geval de woning moet worden verkocht bepaalt dat uit de opbrengst eerst € 120.220 dan wel € 79.783 aan [appellant1] wordt betaald.
3.Het oordeel van het hof
- de verdeling (toedeling aan [appellant1] of verdeling netto-opbrengst na verkoop) plaatsvindt alsof de veranderingen die [appellant1] aan de woning heeft aangebracht er niet zijn. Op deze manier hebben de erfgenamen geen voordeel van de werkzaamheden van [appellant1] en heeft [appellant1] daar geen nadeel van.
- de actuele waarde van de woning vrij van huur en gebruik en in de staat waarin deze zich op de sterfdag van [erflater] (27 maart 2018) bevond – alle veranderingen die [appellant1] heeft aangebracht weggedacht –wordt vastgesteld; en
- [appellant1] in de gelegenheid wordt gesteld de woning tegen deze waarde toegedeeld te krijgen tegen vergoeding aan de andere erfgenamen van de (over)waarde.
€ 30.080