Uitspraak
1.[verzoeker] ,
[verzoeker],
2. [appellante] ,
[verzoekers],
[verweerster],
Het verdere verloop van de procedure in hoger beroep en het eindoordeel van het hof
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak stond de uitoefening van een erfdienstbaarheid centraal, waarbij de eisers stelden dat zij het recht hadden om via het erf van de gedaagde met auto en aanhanger te rijden. Het hof verwees naar een eerdere uitspraak waarin de eisers niet-ontvankelijk waren verklaard in hoger beroep tegen een tussenvonnis, maar wel toegelaten werden tot bewijslevering over de wijze van uitoefening van de erfdienstbaarheid.
De eisers en diverse getuigen verklaarden dat het pad naast het perceel van de gedaagde sinds 1996 zonder tegenspraak werd gebruikt, ook met auto en aanhanger, en dat dit gebruik pas in 2014 werd beperkt door de komst van de huidige gedaagde. Het hof achtte deze verklaringen, mede gezien schriftelijke getuigenverklaringen van vorige bewoners, voldoende bewijs voor het gestelde gebruik.
Het hof veroordeelde de gedaagde tot het verwijderen van de overkapping die de uitoefening van de erfdienstbaarheid belemmerde, met een gemaximeerde dwangsom, en tot betaling van buitengerechtelijke en proceskosten. De vordering tot verwijdering van de schutting werd afgewezen omdat deze geen belemmering vormde. Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd en het arrest is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof bevestigt het recht op gebruik van de erfdienstbaarheid met auto en aanhanger en veroordeelt de gedaagde tot verwijdering van belemmeringen en betaling van kosten.