Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[woonplaats](hierna: belanghebbende)
1.Ontstaan en loop van het geding
2.De vaststaande feiten
Betreft: aanslagnummer [nummer1] .
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende is eigenaar van een onroerende zaak waarvoor voor de jaren 2015, 2016 en 2017 aanslagen watersysteemheffing gebouwd zijn opgelegd. Tegen de aanslagen van 2015 en 2016 heeft belanghebbende bezwaar gemaakt, welke door de heffingsambtenaar niet-ontvankelijk zijn verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. De rechtbank heeft deze beslissingen bevestigd, waarna belanghebbende hoger beroep instelde.
In hoger beroep stond centraal of de bezwaren tegen de aanslagen 2015 en 2016 terecht niet-ontvankelijk zijn verklaard. Belanghebbende stelde dat hij tijdig bezwaar had ingediend, onder meer met verwijzing naar een brief van 10 juli 2015. Het hof oordeelde dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat dit schrijven tijdig was verzonden, mede gelet op de gemotiveerde betwisting door de heffingsambtenaar en wisselende verklaringen.
Ten aanzien van de aanslag 2017 stelde belanghebbende dat de WOZ-waarde onrechtmatig was vastgesteld omdat de taxateurs niet aan de vereisten voldeden en dat de heffingsambtenaar had moeten onderzoeken of de WOZ-waarde correct was vastgesteld. Het hof oordeelde dat de heffingsambtenaar de vastgestelde en onherroepelijke WOZ-waarde terecht als heffingsmaatstaf heeft gehanteerd en dat het wettelijke systeem geen ruimte biedt voor nader onderzoek door de heffingsambtenaar.
Het hof verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.