Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[woonplaats](hierna: belanghebbende).
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De heffingsambtenaar legde aan belanghebbende aanslagen verontreinigingsheffing bedrijfsruimte op voor de jaren 2018 tot en met 2020 vanwege een individueel behandelingssysteem afvalwater (IBA) op zijn perceel. De rechtbank oordeelde dat de IBA geen bedrijfsruimte is en vernietigde de aanslagen, maar liet de rechtsgevolgen van de aanslagen in stand vanwege het lozen van licht vervuild afvalwater.
In hoger beroep stond centraal of de IBA als bedrijfsruimte kan worden aangemerkt of als onderdeel van de woning, dan wel als zuiveringstechnisch werk. Het hof overwoog dat de IBA niet als woonruimte kwalificeert omdat het geen essentiële voorziening voor bewoning is. Ook is het geen zuiveringstechnisch werk omdat het niet in beheer is van een waterschap of gemeente.
Het hof concludeerde dat de IBA een zelfstandige, als afzonderlijk geheel te beschouwen ruimte is en daarom onder het begrip bedrijfsruimte valt volgens de Verordening verontreinigingsheffing. De aanslagen zijn terecht opgelegd en tot de juiste hoogte vastgesteld. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de IBA als bedrijfsruimte geldt en de aanslagen verontreinigingsheffing terecht zijn opgelegd.