ECLI:NL:GHARL:2023:8103

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
27 september 2023
Publicatiedatum
27 september 2023
Zaaknummer
Wahv 200.308.729/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
  • Beswerda
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie voor snelheidsovertreding ondanks betwisting bebording en staandehouding

De betrokkene werd beboet voor het rijden met 30 km per uur te hard op de A4 bij Steenbergen op 2 april 2020. De betrokkene betwistte de aanwezigheid van de verkeersborden (bord A1) en voerde aan dat de ambtenaar de borden voorafgaand aan de meting niet kon controleren, en dat er ten onrechte geen staandehouding had plaatsgevonden.

Het hof stelde vast dat de ambtenaar ter plaatse was en de bebording voorafgaand aan de meting had gecontroleerd, zoals ook in een aanvullend proces-verbaal was vastgelegd. Het verzoek van de gemachtigde om de ambtenaar als getuige te horen werd afgewezen omdat dit niet noodzakelijk was en alle vragen schriftelijk waren beantwoord. Wel constateerde het hof een motiveringsgebrek bij de kantonrechter omdat deze niet op het verzoek om getuigenverhoor had beslist.

Met betrekking tot de staandehouding oordeelde het hof dat de ambtenaar vanwege het onopvallende dienstvoertuig zonder stopborden en de verkeerssituatie geen reële mogelijkheid had om de bestuurder staande te houden. De sanctie mocht daarom aan de kentekenhouder worden opgelegd. De beslissing van de kantonrechter werd bevestigd met verbetering van de motivering. Een proceskostenvergoeding werd afgewezen.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de boete van € 297,- voor de snelheidsovertreding met verbetering van de motivering.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.308.729/01
CJIB-nummer
: 233033294
Uitspraak d.d.
: 27 september 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank
Zeeland-West-Brabant van 7 december 2021, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. I.N.D.J. Rissema, kantoorhoudende te Dordrecht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
Er is daarnaast gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De zaak is behandeld op de zitting van 14 november 2022. De gemachtigde van de betrokkene is verschenen. De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door [naam1] .
Ter zitting heeft de enkelvoudige kamer van het hof de zaak naar de meervoudige kamer verwezen.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 297,- voor: “30 km per uur harder rijden dan mag op een autosnelweg buiten de bebouwde kom (verkeersbord A1)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 2 april 2020 om 16:58 uur op de A4 in Steenbergen met het voertuig met het kenteken SZ-278-N.
2. De gemachtigde voert aan dat de aanwezigheid van het bord A1 door de betrokkene wordt betwist. Bij metingen met een boordsnelheidsmeter vangt een meting in de regel plots aan. Gelet hierop kon de ambtenaar van tevoren niet weten dat hij de borden moest controleren zodat het uitgangspunt dat de ter plaatse zijnde ambtenaar de borden voorafgaand controleert niet opgaat. Dat de ambtenaar naar aanleiding van sturende vragen in het aanvullend proces-verbaal verklaart dat de borden voorafgaand zijn gecontroleerd, doet hieraan niet af. Daarbij is ook niet duidelijk wat in dit geval onder voorafgaand moet worden verstaan. De gemachtigde betwist verder dat sprake was van een gerichte controle. Voor gerichte controles bestaan geschiktere meetmiddelen. Gelet op het voorgaande geeft de meting aanleiding voor veel vragen. De kantonrechter heeft ten onrechte niet beslist op het verzoek om de ambtenaar als getuige ter zitting te horen. De gemachtigde verzoekt daarom om de ambtenaar op een zitting van het hof te horen. Tot slot voert de gemachtigde aan dat ten onrechte geen staandehouding heeft plaatsgevonden. Het ontbreken van een stopbord wil niet zeggen dat elk stopmiddel ontbrak. Daarbij blijkt uit meegezonden documenten dat de betreffende ambtenaar van het bekeuren op kenteken een gewoonte maakt.
3. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“De werkelijke snelheid stelde ik vast m.b.v. de gekalibreerde boordsnelheidsmeter van het dienstvoertuig, door bestuurder met een gelijkblijvende of vrijwel gelijkblijvende tussenafstand te volgen.
Afgelezen snelheid boordsnelheidsmeter: 140.
Snelheid volgens kalibratietabel: 135.
Werkelijke (gecorrigeerde) snelheid: 130.
Toegestane snelheid: 100.
Overschrijding met: 30.
Meetafstand: 800 m.
Tussenafstand: 100 m. (…)
Ter hoogte van hectometerpaal/pandnummer: 224.8 L (…)”
4. Het dossier bevat verder een aanvullend proces-verbaal van 21 september 2020 waarin onder meer is verklaard:
“De maximaal toegestane snelheid ter plaatse was op de pleegdatum 100 kilometer per uur. Voor aanvang van de controle heb ik de bebording gecontroleerd. Het verkeersbord A1 100 met onderbord 6-19h stond op diverse plaatsen langs de Rijksweg A4. Vanuit de richting Bergen op Zoom staat op de A4 het bord A1 100 met onderbord 6-19h aan weerszijden van de rijbaan bij de volgende hectometerpalen: 236.1., 235.1, 233.8, 232.4, 228.5. Deze bebording staat er sinds het weekend van 15 en 16 maart 2020 en de maximumsnelheid van 100 kilometer per uur is volgens het onderbord geldig van 06:00 uur tot 19:00 uur. De bebording ter plaatse was op alle locaties duidelijk zichtbaar. De pleeglocatie was bij hectometerpaal 224.8 links, de meting is gestart bij hectometerpaal 224.0 links.”
5. De ambtenaar was ter plaatse en verklaart de bebording voorafgaand te hebben gecontroleerd. Hierbij heeft de ambtenaar de locatie van de borden gespecificeerd. Het hof ziet in wat de gemachtigde heeft aangevoerd geen aanleiding om aan de betrouwbaarheid van deze verklaring te twijfelen. Gelet hierop kan genoegzaam worden vastgesteld dat ten tijde van de gedraging de relevante bebording aanwezig was. Met betrekking tot het verzoek de ambtenaar op te roepen om als getuige ter zitting te worden gehoord, verwijst het hof naar de overwegingen 4 tot en met 15 van zijn arrest van 14 april 2023, met vindplaats op rechtspraak.nl ECLI:NL:GHARL:2023:3210. In dit geval heeft de gemachtigde niet onderbouwd waarom het horen van de ambtenaar ter zitting noodzakelijk is en geven de aangevoerde gronden geen aanleiding tot feitelijke vragen die op basis van het dossier niet kunnen worden beantwoord. De ambtenaar heeft in het proces-verbaal van 21 september 2020 de door de gemachtigde opgeworpen vragen genoegzaam beantwoord. Het hof wijst het verzoek daarom af. Met de gemachtigde kan wel worden vastgesteld dat de kantonrechter niet heeft beslist op het (voorwaardelijke) verzoek van de gemachtigde om de ambtenaar als getuige te horen, terwijl de door de gemachtigde aan dit verzoek verbonden voorwaarde wel was vervuld. In zoverre is sprake van een motiveringsgebrek.
6. Uit artikel 5 van Pro de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een sanctie kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd.
7. Het dossier bevat een aanvullend proces-verbaal van 3 augustus 2022 waarin onder meer is verklaard:
“Het onopvallende dienstvoertuig waar ik mee reed was niet voorzien van stopborden en kon derhalve het voertuig geen volgteken geven. Gezien de snelheid van het voertuig en de drukte op de weg was het te gevaarlijk om met dergelijke snelheid naast het voertuig te komen en met gebaren en het tonen van een politiepas het voertuig te laten volgen. Er waren op dat moment geen andere politievoertuigen in de buurt om het voertuig een stopteken te geven.”
8. De ambtenaar verklaart de bestuurder niet te hebben staandegehouden omdat hij reed in een onopvallend politievoertuig dat niet was voorzien van stopborden. Daarbij was het volgens de ambtenaar – gelet op de drukte op de weg en de snelheid van het betreffende voertuig – niet mogelijk om de aandacht van de bestuurder op een andere manier te trekken om over te kunnen gaan tot een staandehouding. Uit de verklaring van de ambtenaar volgt genoegzaam dat er geen reële mogelijkheid was tot staandehouding van de bestuurder. Dat de ambtenaar een gewoonte zou maken van bekeuren op kenteken maakt niet dat aan de verklaring van de ambtenaar in deze zaak moet worden getwijfeld. De sanctie mocht dan ook aan de betrokkene als kentekenhouder worden opgelegd.
9. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen, zij het met verbetering van gronden gelet op het onder 5. geconstateerde motiveringsgebrek. Voor toekenning van een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter met verbetering van gronden;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mrs. Van Schuijlenburg, Beswerda en Wijma, in tegenwoordigheid van
mr. Eskandari als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.