Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
Het tussenarrest
Het verdere procesverloop
De beoordelingDe opgelegde sanctie
Het standpunt van de advocaat-generaal
Kamerstukken II, 1987/88, 20329, nr. 3). Wanneer in Wahv-zaken onverkort voor een betrokkene het recht zou bestaan om in iedere individuele zaak een belastende getuige mondeling te kunnen ondervragen op een fysieke hoorzitting, zou een zware belasting voor het handhavingsapparaat en voor de rechterlijke macht ontstaan, waarmee het systeem van vereenvoudigde afdoening zoals de wetgever dat voor ogen heeft gehad op onaanvaardbare wijze zou worden doorkruist. Naar het oordeel van het hof rechtvaardigen het belang van een efficiënte en effectieve handhaving van de verkeerswetgeving, alsmede de relatief geringe ernst van Mulderfeiten en de relatief beperkte zwaarte van de sancties die daarvoor kunnen worden opgelegd (uitsluitend geldboetes met een maximum van € 450,-) dat het recht om een belastende getuige te ondervragen niet per definitie mondeling en in het bijzijn van de betrokkene hoeft plaats te vinden. Het hof vindt voor die conclusie steun in de hiervoor aangehaalde uitspraken van het EHRM, waarin beperkingen op het recht op een mondelinge behandeling van een zaak en het meewegen van efficiencybelangen acceptabel zijn geacht.
Afgelezen snelheid boordsnelheidsmeter: 170.
Snelheid volgens kalibratietabel: 159.
Werkelijke (gecorrigeerde) snelheid: 154.
Toegestane snelheid: 120.
Overschrijding met: 34.
Meetafstand: 2000 m.
Tussenafstand: 75 m.”
De aangegeven maximale snelheid ter plaatse was 120 kilometer per uur. De bebording staat aangegeven bij elke oprit en wordt met regelmaat herhaald. Deze borden staan duidelijk aan beide zijden van de weg.”
“Door het verloop van tijd kan ik mij dit specifieke voorval niet meer herinneren. (…)
Ik kan u verklaren dat ik dat traject elke dienst meerdere malen rij en mij er altijd van verwittig dat de juiste bebording aanwezig is en goed leesbaar is. Op het datum en tijdstip had ik een late dienst die begon om 14.00 uur. Derhalve kan ik met zekerheid zeggen dat ik dit traject meerdere malen voor het pleegtijdstip gereden heb. Zoals ook in het vorige proces-verbaal vermeld staat de bebording na elke oprit van de A28.
Als getrainde beroepschauffeur ben ik tevens getraind en in staat om tijdens het rijden met hogere snelheden goed waar te nemen de bebording te lezen.”