ECLI:NL:GHARL:2023:8193
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- R. Prakke-Nieuwenhuizen
- J.H. Lieber
- P.B. Kamminga
- Rechtspraak.nl
Aanvangsvergoeding en beloning voor voormalig en opvolgend bewindvoerder bij ontslag op eigen verzoek
De goederen van de rechthebbende waren onder bewind gesteld. De voormalig bewindvoerder verzocht op eigen verzoek ontslag en benoeming van een opvolgend bewindvoerder. De kantonrechter wees het verzoek toe, maar bepaalde dat de beloning voor aanvangswerkzaamheden niet ten laste van het vermogen van de rechthebbende mocht komen en dat de voormalig bewindvoerder geen beloning zou ontvangen voor het opmaken van de eindrekening en verantwoording.
Zowel de voormalig als de opvolgend bewindvoerder kwamen in hoger beroep tegen deze beslissing en vorderden toekenning van de respectievelijke beloningen conform de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren, vermeerderd met indexering.
Het hof oordeelde dat de opvolgend bewindvoerder recht heeft op een volledige vergoeding voor aanvangswerkzaamheden en de voormalig bewindvoerder recht heeft op een volledige vergoeding voor het opmaken van de eindrekening en verantwoording, conform artikel 3 lid 5 van Pro de Regeling. Dit volgt uit de recente uitspraak van de Hoge Raad van 23 juni 2023, waarin werd bevestigd dat ook opvolgend bewindvoerders recht hebben op aanvangsvergoeding ongeacht de reden van opvolging en dat voormalig bewindvoerders aanspraak kunnen maken op vergoeding voor de eindrekening.
De bestreden beschikking van de kantonrechter werd daarom vernietigd en het hof bepaalde dat de opvolgend bewindvoerder een vergoeding van €586,- ontvangt en de voormalig bewindvoerder een vergoeding van €220,-. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De opvolgend bewindvoerder krijgt aanvangsvergoeding en de voormalig bewindvoerder krijgt vergoeding voor het opmaken van de eindrekening en verantwoording toegekend.