Uitspraak
[de werknemer]
[de werkgeefster]
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De werknemer vordert in hoger beroep dat de cao Interieurbouw en Meubelindustrie vanaf 1 februari 2017 op zijn arbeidsovereenkomst van toepassing wordt verklaard en dat de werkgever verplicht deelneemt aan het Bedrijfstakpensioenfonds Meubelindustrie. Tevens eist hij achterstallig loon en schadevergoeding wegens niet afgedragen pensioenpremies.
De kantonrechter wees deze verzoeken af wegens onvoldoende onderbouwing en toepassing van het opzegverbod tijdens ziekte. Het hof bevestigt dit oordeel na een uitgebreid onderzoek van de feiten, waaronder een werkingssfeeronderzoek door Providius B.V. en de beoordeling van de personele samenstelling en werkzaamheden binnen de onderneming.
Het hof oordeelt dat de werkgever zich niet hoofdzakelijk bezighoudt met de in de cao genoemde werkzaamheden, maar vooral met ontwerp en advisering, en dat de werkplaatsactiviteiten ondersteunend zijn. De werknemer heeft zijn stelplicht niet voldoende vervuld en zijn beroep op de cao en het pensioenfonds onvoldoende onderbouwd.
Daarom worden de verzoeken afgewezen en wordt de werknemer veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. De beschikking van de kantonrechter wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bekrachtigt de afwijzing van de verzoeken van de werknemer tot toepassing van de cao en pensioenfonds.