ECLI:NL:GHARL:2023:8453

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
10 oktober 2023
Publicatiedatum
10 oktober 2023
Zaaknummer
Wahv 200.324.988
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:18 AwbArt. 5 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling verstrekking filmopname als op de zaak betrekking hebbend stuk bij administratief beroep verkeerssanctie

Aan de betrokkene is een bestuurlijke sanctie van €250 opgelegd wegens het gebruik van een puntstuk als bestuurder op de A73 te Roermond. De kantonrechter heeft het tijdstip van de gedraging in de beschikking gewijzigd en het beroep van de betrokkene gedeeltelijk gegrond verklaard. De gemachtigde betoogde dat een filmopname die door de ambtenaar was gemaakt, als op de zaak betrekking hebbend stuk diende te worden verstrekt, omdat deze opname mogelijk opheldering kon geven over de omstandigheden van de gedraging.

Het hof overweegt dat de ambtenaar de sanctie heeft opgelegd op basis van zijn eigen waarneming en niet op basis van de filmopname. De officier van justitie heeft de filmopname niet geraadpleegd bij de beoordeling van het beroep. Hierdoor is de filmopname geen op de zaak betrekking hebbend stuk in de zin van artikel 7:18 Awb Pro en behoefde deze niet te worden verstrekt. De betrokkene is niet staande gehouden, maar de ambtenaar kon geen stopteken geven omdat hij in burger was en geen middelen bij zich had.

De overige door de gemachtigde aangevoerde bezwaren, waaronder de onduidelijkheid over de omstandigheden van de gedraging en het niet verstrekken van de filmopname, worden door het hof verworpen. Het hof bevestigt de beslissing van de kantonrechter en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af. De sanctie is terecht opgelegd aan de kentekenhouder overeenkomstig artikel 5 Wahv Pro.

Uitkomst: Het hof bevestigt de beslissing van de kantonrechter en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af; de filmopname hoeft niet te worden verstrekt.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.324.988/01
CJIB-nummer
: 241473944
Uitspraak d.d.
: 10 oktober 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Limburg van 27 januari 2023, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard, die beslissing vernietigd, het beroep tegen de inleidende beschikking gedeeltelijk gegrond verklaard en het tijdstip van de gedraging in de inleidende beschikking gewijzigd in: 15:50 uur. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 250,- voor: “Als bestuurder een puntstuk gebruiken”. Deze gedraging zou zijn verricht op 20 mei 2021 om 21:51 uur op de A73 in Roermond met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
De kantonrechter heeft het in de inleidende beschikking vermelde tijdstip gewijzigd in 15:50 uur.
2. De gemachtigde voert aan dat een filmopname is gebruikt om de gedraging vast te stellen, waarmee sprake is van een op de zaak betrekking hebbend stuk. Reeds in administratief beroep is om deze opname gevraagd en vervolgens bij elke gelegenheid weer. De gemachtigde stelt dat de beelden ten onrechte niet zijn verstrekt, omdat ze niet meer beschikbaar zouden zijn. Dit is onjuist, nu de beelden in de zaak met Wahv-nummer 200.311.271, waarin het om eenzelfde soort gedraging ging op dezelfde datum, wel zijn overgelegd. Primair dient dit, overeenkomstig het arrest van het hof in de zaak met Wahv-nummer 200.253.962, te leiden tot vernietiging van de inleidende beschikking en subsidiair tot vergoeding van de proceskosten. De bestuurder is niet staande gehouden, zodat niet duidelijk is onder welke omstandigheden de gedraging heeft plaatsgevonden. Nu er meerdere soortgelijke zaken zijn, kan het best zo zijn dat er iets gaande was op de rijstrook die de bestuurders hadden moeten gebruiken. Het filmfragment kan hierover opheldering bieden, aldus de gemachtigde.
3. De verklaring van de ambtenaar in het zaakoverzicht houdt, zakelijk weergegeven, in dat de ambtenaar op voormelde datum op het viaduct boven de A73 stond en zag dat voormeld voertuig over het puntstuk ter plaatse reed. De ambtenaar geeft voorts als “reden geen staandehouding” op dat hij in burger was, op het viaduct stond en geen middelen bij zich had om een stopteken te geven. Ook vermeldt de ambtenaar dat hij van de gedraging een filmopname heeft gemaakt.
4. Voorts heeft de ambtenaar in een proces-verbaal van 8 juli 2021 omschreven wat te zien is op de filmopname en heeft hij een screenshot daarvan bijgevoegd. Op dit screenshot is te zien dat het voertuig met voormeld kenteken zich op een puntstuk bevindt. In een proces-verbaal 19 oktober 2021 heeft de ambtenaar verklaard dat hij het tijdstip van de gedraging abusievelijk verkeerd heeft genoteerd en dat het juiste tijdstip 15:50 uur is.
5. Het is vaste rechtspraak van het hof dat de officier van justitie op grond van artikel 7:18, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in de fase van het administratief beroep is gehouden op verzoek aan de indiener van het beroepschrift de op de zaak betrekking hebbende stukken te verstrekken. In ieder geval moeten als op de zaak betrekking hebbende stukken worden aangemerkt het zaakoverzicht en (als die is gemaakt) een foto van de gedraging. Zoals het hof heeft overwogen in zijn arrest van 1 september 2022 (ECLI:NL:GHARL:2022:7565) kunnen zich situaties voordoen waarin ook een filmfragment moet worden aangemerkt als een op de zaak betrekking hebbend stuk.
6. Het hof is van oordeel dat de beelden in dit geval geen op de zaak betrekking hebbende stukken betreffen. Zoals het hof op 11 april 2023 eveneens in de zaak met Wahv-nummer 200.311.271 (vindplaats op rechtspraak.nl, ECLI:NL:GHARL:2023:3060) heeft overwogen, blijkt uit de stukken van het dossier, met name uit het zaakoverzicht en zijn aanvullende verklaring, dat de asmbtenaar de sanctie heeft opgelegd nadat hij de gedraging had vastgesteld op basis van zijn eigen waarneming en niet op basis van de filmopname. In die zin wijken deze zaak en de zaak met Wahv-nummer 200.311.271 dus af van de zaak met Wahv-nummer 200.253.962 (vindplaats op rechtspraak.nl, ECLI:NL:GHARL:2021:2897).
7. Voorts acht het hof van belang dat de officier van justitie de filmopname van de ambtenaar niet heeft geraadpleegd bij de beoordeling van het beroep. De gemachtigde heeft in het administratief beroepschrift van 4 juni 2021 de gedraging betwist en verzocht om de op de zaak betrekking hebbende stukken. Aanvullend heeft hij op 7 september 2021 aangevoerd dat uit camerabeelden van de woning van de betrokkene volgt dat het voertuig van de betrokkene om 21:16 uur thuis is aangekomen en niet meer is weggegaan, zodat de gedraging niet om 21:51 uur kan zijn begaan. De officier van justitie heeft naar aanleiding hiervan de ambtenaar bij brief van 23 juni 2021 gevraagd om een beschrijving van de gemaakte beelden te geven en relevante screenshots bij te voegen en bij brief van 29 september 2021 gevraagd of het juiste tijdstip is genoteerd. De ambtenaar heeft hierop gereageerd zoals omschreven onder 4. Deze stukken zijn de gemachtigde ter beschikking gesteld. Er valt geen rechtsregel aan te wijzen die zich hiertegen verzet. Voor de beoordeling van de bezwaren is het raadplegen van de filmopname niet noodzakelijk. Gelet hierop doet de situatie dat de filmopname potentieel opheldering kan geven over voor de beoordeling van het beroep relevante aspecten waarover redelijkerwijs twijfel bestaat zich hier niet voor (vgl. overweging 5 van het arrest van het hiervoor genoemde arrest van 1 september 2022).
8. Uit het voorgaande volgt dat de filmopname geen op de zaak betrekking hebbend stuk is (geworden), zodat de officier van justitie deze niet aan de betrokkene hoefde te verstrekken. Van schending van artikel 7:18, vierde lid, van de Wahv is dan ook geen sprake. De omstandigheid dat de filmopname nog wel beschikbaar is, doet hieraan niet af.
9. Hetgeen de gemachtigde verder heeft aangevoerd geeft geen aanleiding om aan de inhoud van de verklaringen van de ambtenaar en de foto te twijfelen en het dossier bevat geen aanwijzingen dat de gedraging is verricht onder omstandigheden die maken dat de gedraging niet verwijtbaar is begaan. Het slechts opwerpen dat mogelijk sprake is geweest van dergelijke omstandigheden, zonder dit nader te onderbouwen, is daartoe onvoldoende.
10. Voor zover de gemachtigde in hoger beroep er over klaagt dat de bestuurder van het voertuig van de betrokkene niet is staande gehouden, blijkt uit de verklaring van de ambtenaar genoegzaam dat zich daartoe geen reële mogelijkheid heeft voorgedaan. De sanctie is dus terecht met toepassing van artikel 5 van Pro de Wahv aan de kentekenhouder opgelegd.
11. De beroepsgronden treffen geen doel. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Aanleiding voor het toekennen van ene proceskostenvergoeding is er niet.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Verstraaten als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.
De griffier is buiten staat om dit arrest mede te ondertekenen.