ECLI:NL:GHARL:2023:8630
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beschikking in familieprocedure
In deze zaak heeft de moeder hoger beroep ingesteld tegen een brief en een e-mailbericht van de griffier van de rechtbank, die zij als beschikkingen kwalificeerde. Het hof heeft geoordeeld dat deze stukken niet voldoen aan de vereisten van een beschikking zoals bedoeld in artikel 806 lid 1 onder Pro a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, omdat zij niet de aanduiding “Beschikking” dragen en niet zijn ondertekend door de (kinder)rechter.
De moeder verzocht primair om vernietiging van deze bescheiden en om erkend te worden als belanghebbende in de procedure tot ondertoezichtstelling. Subsidiair verzocht zij onder meer om vernietiging van een beschikking die haar het recht ontzegde zich bij te laten staan tijdens de zitting en om verstrekking van het volledige procesdossier.
Tijdens de mondelinge behandeling stond alleen de ontvankelijkheid van het hoger beroep centraal. Het hof concludeerde dat hoger beroep tegen de brief en e-mail niet mogelijk is, waardoor de moeder niet-ontvankelijk werd verklaard. Het hof hoefde daardoor niet inhoudelijk te oordelen over haar standpunt dat zij als belanghebbende moet worden aangemerkt.
De beschikking is op 10 oktober 2023 in het openbaar uitgesproken door rechter R. Feunekes, bijgestaan door griffier G.E.M. Bours.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep van de moeder niet-ontvankelijk omdat de bestreden stukken geen beschikkingen zijn.