Uitspraak
1.[appellant] ,
[appellanten]en ieder afzonderlijk
[appellant]en
[appellante],
[geïntimeerde],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak ging het om een geschil tussen appellanten en geïntimeerde over huurachterstand en ontruiming van een woning. Het hof bevestigde in een tussenarrest dat er geen grond was voor huurprijsvermindering wegens gebreken en dat de huurachterstand groot genoeg was voor ontbinding en ontruiming. Appellanten betwistten de hoogte van de huurachterstand en stelden dat zij contant hadden betaald.
Het hof stelde appellanten in de gelegenheid bewijs te leveren van een contante betaling van €1.250,- op 18 november 2019. Appellanten zagen echter af van getuigenverhoor en slaagden er niet in voldoende bewijs te leveren. Het hof stelde vast dat de huurachterstand €13.750,- bedroeg tot en met februari 2022, naast een gebruiksvergoeding van €1.250,- per maand vanaf maart 2022 tot de daadwerkelijke ontruiming.
Het hof wees het hoger beroep van appellanten af en veroordeelde hen tot betaling van de huurachterstand, de gebruiksvergoeding en proceskosten. De eerdere beslissing van de kantonrechter werd verder bekrachtigd, behalve voor het onderdeel huurachterstand. De veroordelingen zijn uitvoerbaar bij voorraad gesteld.
Uitkomst: Het hof bevestigt de huurachterstand van €13.750,- en veroordeelt appellanten tot betaling met rente en proceskosten, wijst het hoger beroep van appellanten af.