ECLI:NL:GHARL:2023:8976

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
12 oktober 2023
Publicatiedatum
24 oktober 2023
Zaaknummer
P23/254
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 67 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen verlenging terbeschikkingstelling met één jaar in plaats van twee

De terbeschikkinggestelde was in beroep gegaan tegen de beslissing van de rechtbank Noord-Holland die de tbs-maatregel met twee jaar had verlengd. Het hof heeft dezelfde stukken als de rechtbank bestudeerd en daarnaast aanvullende verslagen, adviezen en informatie van de kliniek.

De terbeschikkinggestelde verbleef buiten zijn toedoen op een ongeschikte plek, nadat hij was teruggeplaatst van een zorginstelling waar hij het goed had. De raadsvrouw verzocht om een verlenging van slechts één jaar, zodat tussentijds kan worden getoetst of een passende en geschikte plaatsing is gerealiseerd.

Het openbaar ministerie stelde dat aan de voorwaarden voor verlenging met twee jaar was voldaan vanwege de stoornis en het hoge recidiverisico. Het hof oordeelt echter dat vanwege de ongeschikte verblijfplaats en het belang van een passende behandeling een verlenging met één jaar passend is.

Het hof vernietigt daarom het vonnis van de rechtbank en verlengt de tbs-maatregel met één jaar. Over enkele maanden zal worden getoetst of een geschikte plaatsing is gevonden en effectuering heeft plaatsgevonden.

Uitkomst: De tbs-maatregel wordt verlengd met één jaar in plaats van twee vanwege ongeschikte verblijfplaats en noodzaak tot tussentijdse toetsing.

Uitspraak

TBS P23/254
Beslissing van 12 oktober 2023
De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van
[de terbeschikkinggestelde],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1959,
verblijvende in het [kliniek] ,
verder te noemen: de terbeschikkinggestelde.
Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Haarlem, van 16 februari 2023. Deze beslissing houdt in de verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar.
Het hof heeft gelet op dezelfde stukken als de rechtbank en daarnaast op:
- proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;
- de beslissing waarvan beroep;
- de akte van 22 februari 2023 waarbij de terbeschikkinggestelde beroep heeft ingesteld;
- het voortgangsverslag van 9 maart 2023;
- de wettelijke aantekeningen over de periode van 1 mei 2023 tot 10 september 2023;
- het advies van de reclassering van 2 mei 2023, en,
- de aanvullende informatie van de kliniek van 12 september 2023.
Het hof heeft ter zitting van 28 september 2023 gehoord de advocaat-generaal, mr. R. Segerink, en de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. A.L. Louwerse, advocaat te Haarlem. De terbeschikkinggestelde is gehoord via een videoverbinding.

Overwegingen

Het standpunt van de terbeschikkinggestelde
De raadsvrouw heeft verzocht de duur van de verlenging van de terbeschikkingstelling te beperken tot één jaar. De terbeschikkinggestelde had het erg naar zijn zin bij [zorginstelling] , maar zij hadden niet voldoende mogelijkheden om de behandeling en begeleiding van de terbeschikkinggestelde te kunnen voortzetten. De terbeschikkinggestelde is daarom teruggeplaatst naar [kliniek] . Het voornemen is de terbeschikkinggestelde over te plaatsen naar de [afdeling] , een onderdeel van de kliniek dat wordt omgebouwd naar een longcarefaciliteit. In het geval van een verlenging met één jaar kan de rechtbank in februari 2024 toetsen of de terbeschikkinggestelde inmiddels is geplaatst in de [afdeling] , of dit een passende en geschikte plek voor hem is en of er niet doorgezocht dient te worden naar een verblijfplek waar een ander kader ook mogelijk is. Dit klemt te meer gelet op de lange duur van de terbeschikkingstelling. Daarnaast biedt een verlenging van één jaar perspectief en houvast in een zeer onzekere en spannende periode.
Het standpunt van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat aan de voorwaarden voor verlenging van de terbeschikkingstelling is voldaan. Bij de terbeschikkinggestelde is sprake van een stoornis en het recidiverisico wordt bij beëindiging van het toezicht of de maatregel als hoog ingeschat. Uit de stukken blijkt dat de kliniek zich voldoende inspant. Het is niet noodzakelijk om een vinger aan de pols te houden. De beslissing van de rechtbank is juist en kan worden bevestigd.
Het oordeel van het hof
Vernietiging van de beslissing van de rechtbank
Het hof vernietigt de beslissing van de rechtbank, omdat het hof tot een ander oordeel komt over de duur van de verlenging van de terbeschikkingstelling.
Indexdelict
Het hof stelt vast dat de rechtbank Haarlem bij vonnis van 28 januari 2004 aan de terbeschikkinggestelde de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege heeft opgelegd ter zake van met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd, en – kort samengevat – het bezitten van kinderpornografie. Dit is zijn misdrijven die zijn gericht tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De terbeschikkingstelling is daardoor niet in duur beperkt.
Stoornis en recidivegevaar
Bij de terbeschikkinggestelde is onder meer sprake van pedofilie en een seksuele obsessie waarin hij zich niet kan afremmen. De kliniek schat het risico op recidive door de terbeschikkinggestelde in op hoog in het geval de maatregel zal worden beëindigd.
Gelet hierop is het hof van oordeel dat het belang van de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen eist dat de terbeschikkingstelling wordt verlengd.
Het hof heeft als uitgangspunt dat de terbeschikkingstelling verlengd dient te worden met een termijn van twee jaren wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling en resocialisatie van de terbeschikkinggestelde in het bestaande juridische kader meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van één jaar. Het hof ziet in dit geval aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken.
Het is zeer teleurstellend dat de terbeschikkinggestelde buiten zijn toedoen niet kon blijven op de plek waar hij het naar zijn zin had en dacht lang te kunnen blijven. Aangezien hij vervolgens is geplaatst op een plek die voor hem niet geschikt blijkt te zijn, acht het hof het gewenst dat over enige maanden wordt getoetst in hoeverre het is gelukt om voor de terbeschikkinggestelde een geschikte plaatsing te vinden en deze te effectueren. Daarom zal het hof in dit geval de verlenging van de maatregel beperken tot een termijn van één jaar.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigtde beslissing van de rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Haarlem, van
16 februari 2023 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde,
[de terbeschikkinggestelde] .
Verlengtde terbeschikkingstelling met een termijn van
een jaar.
Aldus gedaan door
mr. W.A. Holland, voorzitter,
mr. M.J. Vos en mr. E.A.K.G. Ruys, raadsheren,
en drs. A.W.T.M. Vissers en drs. I.E. Troost, raden,
in tegenwoordigheid van mr. F.K. Stax, griffier,
en op 12 oktober 2023 in het openbaar uitgesproken.
Mr. E.A.K.G. Ruys en de raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.