ECLI:NL:GHARL:2023:9008

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
24 oktober 2023
Publicatiedatum
24 oktober 2023
Zaaknummer
Wahv 200.326.621/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Beswerda
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging boete wegens doorrijden bij rood verkeerslicht op fietspad

De betrokkene werd bij beschikking gesanctioneerd met een boete van €170,- wegens het negeren van een rood verkeerslicht op 24 februari 2022 op de Van Leeuwenhoeklaan in Zoetermeer. Hij maakte bezwaar tegen de beslissing van de officier van justitie, maar de kantonrechter wees dit beroep af. Vervolgens stelde de betrokkene hoger beroep in bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

De betrokkene voerde aan dat de overtreding onvoldoende bewezen was, met argumenten dat het licht net op groen sprong, dat hij zich beroept op de ontruimingstijd, en dat de ambtenaar niet kon zien welk licht voor de betrokkene gold. De ambtenaar verklaarde echter dat hij op de politiemotor reed en direct zicht had op het verkeerslicht aan zijn zijde van het fietspad, dat rood aangaf. Hij controleerde later dat beide verkeerslichten aan weerszijden gelijktijdig werkten.

Het hof oordeelde dat de verklaring van de ambtenaar voldoende is om te concluderen dat de betrokkene de overtreding heeft begaan. De eerdere jurisprudentie aangehaald door de betrokkene was niet vergelijkbaar, omdat daar sprake was van indirect bewijs. Het hof bevestigde daarom de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de boete van €170,- voor doorrijden bij rood licht en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.326.621/01
CJIB-nummer
: 247736273
Uitspraak d.d.
: 24 oktober 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 2 maart 2023, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. M. Lagas, kantoorhoudende te Amsterdam.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 170,- voor: “doorgaan bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat”. Deze gedraging zou zijn verricht op 24 februari 2022 om 17:46 uur op de Van Leeuwenhoeklaan in Zoetermeer met het voertuig met het kenteken [kenteken]
2. De gemachtigde van de betrokkene voert in hoger beroep aan dat de gedraging wordt ontkend en dat deze onvoldoende is bewezen. Hij herhaalt daartoe eerder in de procedure aangevoerde gronden te weten dat het stoplicht net op groen sprong, de betrokkene een beroep doet op de ontruimingstijd, de ambtenaar niet heeft gezien welke kleur het voor de betrokkene bestemde verkeerslicht had, en hij weliswaar aangeeft op een later moment de verkeerslichten lichten te hebben gecontroleerd, maar niet hoe hij dat heeft gedaan, hoe de lichten zijn afgesteld of wat daaromtrent uit de technische gegevens van de betreffende verkeersregelinstallatie blijkt. De gemachtigde verwijst daarbij naar de arresten van het hof van 15 juli 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:5337 en 13 juni 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:4941.
3. In de door de gemachtigde genoemde arresten was sprake van een visuele waarneming van een ambtenaar die zelf groen licht had, geen zicht had op het verkeerslicht voor verkeer uit een conflicterende rijrichting en uit het oprijden van verkeer uit die conflicterende rijrichting afleidde dat dit verkeer door rood moest zijn gereden. Dat is in deze zaak niet het geval.
4. De ambtenaar heeft het volgende verklaard. Hij reed op de politiemotor op de Boerhavelaan richting de Van Leeuwenhoeklaan. Aan beide zijden van de Van Leeuwenhoeklaan staan op het fietspad, recht tegenover elkaar, verkeerslichten die gelijktijdig werken. Hij zag dat aan zijn zijde van de Van Leeuwenhoeklaan het verkeerslicht voor het fietspad rood licht uitstraalde. Dit is dus hetzelfde als aan de andere zijde waar de betrokkene voor stond. Hij zag dat de betrokkene de Van Leeuwenhoekstraat overstak terwijl het verkeerslicht aan de zijde van de ambtenaar rood licht uitstraalde. Later heeft hij gecontroleerd of beide verkeerslichten dezelfde werking hebben. Dit bleek het geval. Bij de staandehouding heeft de betrokkene volgens het zaakoverzicht en nadat hem de cautie was gegeven verklaard: “het werd bijna groen dacht ik.”
5. Anders dan in de door de gemachtigde genoemde arresten had de ambtenaar in dit geval rechtstreeks zicht op één van beide verkeerslichten op het fietspad aan de Van Leeuwenhoeklaan. Hij heeft de gelijktijdige werking daarvan gecontroleerd. De verklaring van de ambtenaar kan in dit geval de conclusie rechtvaardigen dat de betrokkene de gedraging heeft verricht.
6. Nu de aangevoerde gronden geen doel treffen, zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen en het verzoek om een proceskostenvergoeding afwijzen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Smeitink als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.