Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de kinderrechter die haar kinderen onder toezicht heeft gesteld voor zes maanden. De ondertoezichtstelling was ingesteld omdat bij de kinderen sprake was van een ernstige ontwikkelingsbedreiging, mede door ASS-problematiek en conflicten tussen de ouders die de hulpverlening belemmerden.
De raad voor de kinderbescherming en de gecertificeerde instelling stelden dat de bedreiging nog steeds aanwezig was en dat de hulpverlening niet van de grond kwam vanwege het conflict tussen de ouders. De moeder stelde dat zij in een vrijwillig kader de benodigde hulp kon organiseren en dat de ondertoezichtstelling geen meerwaarde had gebracht.
Het hof oordeelde dat het in deze procedure uitsluitend ging om de rechtmatigheid van de oorspronkelijke beschikking en niet om de uitvoering of noodzaak op dit moment. Uit het raadsrapport en de standpunten van partijen bleek voldoende dat de ondertoezichtstelling destijds op juiste gronden was ingesteld. Het hof bekrachtigde daarom de beschikking van de kinderrechter.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ondertoezichtstelling van de kinderen voor de periode van 20 april 2023 tot 20 oktober 2023.