Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2023:9354

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
7 november 2023
Publicatiedatum
7 november 2023
Zaaknummer
200.319.324/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 843a Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming voorlopig deskundige in geschil over parkbijdrage VvE en VOF Recreatiecentrum Hesselte

In deze civiele procedure tussen de VvE Octagon te Hesselte en de VOF Recreatiecentrum Hesselte heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 7 november 2023 een beschikking gegeven tot benoeming van een voorlopig deskundige. Dit volgt op een eerdere tussenbeschikking waarbij het hof het verzoek van de VvE tot het gelasten van een voorlopig deskundigenbericht had toegewezen, maar de beslissing had aangehouden in afwachting van het vinden van een geschikte deskundige.

Partijen hebben gezamenlijk drie deskundigen voorgesteld, waarna het hof de heer [naam1] van Facet Architecten & Adviseurs b.v. te Gaanderen heeft benoemd. De deskundige heeft bevestigd beschikbaar en onafhankelijk te zijn. De vragen aan de deskundige betreffen onder meer de geleverde diensten, marktconformiteit van de parkbijdrage en de wijze van omslag van de vergoeding.

Er is discussie over het voorschot voor het deskundigenonderzoek. De deskundige schat de benodigde uren op 120-130, terwijl de VvE een lager aantal van 50 uur voorstelt. Het hof bepaalt het voorschot op €19.500 inclusief btw, het laagste bedrag binnen de door de deskundige aangegeven bandbreedte, met de mogelijkheid tot een aanvullend voorschot.

Het hof legt voorwaarden op aan de procedure, waaronder het toesturen van een concept-rapport aan partijen en het betrekken van hun reacties. De kosten van de procedure in hoger beroep worden door partijen zelf gedragen. De beschikking vernietigt het eerdere vonnis voor zover de VvE niet-ontvankelijk was verklaard en wijst het verzoek toe.

Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de VvE toe en benoemt een deskundige, met een voorschot van €19.500 voor het deskundigenonderzoek.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.319.324
zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 139731
beschikking van 7 november 2023
in de zaak van

1.de verenigingVvE Octagon te Hesselte, gevestigd te Havelte,

2. [appellant2]wonende te [woonplaats1] ,
3. [appellante3]wonende te [woonplaats1] ,
4. [appellant4]wonende te [woonplaats1] ,
5. [appellante5]wonende te [woonplaats1] ,
6. [appellante6]wonende te [woonplaats1] ,
7. [appellant7]wonende te [woonplaats1] ,
8. [appellant8]wonende te [woonplaats1] ,
9. [appellant9a]en
[appellant9b], wonende te [woonplaats1] ,
10. [appellant10a]en
[appellante10b], wonende te [woonplaats1] ,
11. [appellante11]wonende te [woonplaats1] ,
12. [appellante12]wonende te [woonplaats2] ,
13. [appellant13a] en [appellante13b]wonende te [woonplaats1] ,
14 [appellante14]wonende te [woonplaats1] ,
15. [appellant15]wonende te [woonplaats3] ,
16. [appellante16]wonende te [woonplaats1] ,
17. [appellant17] ,wonende te [woonplaats4] ,
bij de rechtbank: verzoekers,
in hoger beroep: verzoekers,
verzoekers zullen hierna gezamenlijk worden: genoemd VvE c.s.,
verzoekster sub 1 zal hierna worden genoemd: VvE,
verzoekers sub 2 tot en met 17 zullen gezamenlijk worden genoemd: leden VvE,
en afzonderlijk zullen zij worden genoemd bij hun achternaam als een individuele aanduiding nodig is,
advocaat: mr. D.F. Fransen te Zwolle,
tegen:

1.V.O.F. Recreatiecentrum “Hesselte”, gevestigd te Havelte,

2. [geïntimeerde2]vennoot en wonende te [woonplaats1] ,
3. [geïntimeerde3]vennoot en wonende te [woonplaats1] ,
bij de rechtbank: verweerders,
in hoger beroep: verweerders,
verweerders worden hierna gezamenlijk genoemd: Hesselte c.s.,
en afzonderlijk: VOF Hesselte, [geïntimeerde2] en [geïntimeerde3] ,
advocaat: mr. S.J. van Susante te Arnhem.

1.1. Het verdere procesverloop

1.1
Eerder, op 24 april 2023, is in deze zaak een eindbeschikking gegeven in het geschil tussen leden VvE en Hesselte c.s. op de voet van artikel 843a Rv.
Op het verzoek van (alleen) VvE tot het benoemen van een deskundige om een voorlopig deskundigenbericht uit te brengen heeft het hof in zijn beschikking van 24 april 2023 een tussenbeschikking gegeven. Het hof heeft in die beschikking de vragen geformuleerd die hij aan een deskundige ter beantwoording zou willen voorleggen en partijen in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over de perso(o)n(en) van de te benoemen deskundige, de aan deze(n) voor te leggen vragen en over de grenzen waarbinnen het voorschot van de deskundige(n) zou(den) behoren te liggen.
1.2
VvE en Hesselte c.s. hebben op 22 mei 2023 gelijktijdig die akte genomen, waarna nog nadere correspondentie heeft plaatsgevonden.
Daarna heeft het hof een nadere beschikking bepaald op vandaag.
2. De nadere beoordeling van het verzoek van VvE tot benoeming van een voorlopig deskundige
de persoon van de deskundige
2.1
VvE en Hesselte c.s. hebben in hun akten eenparig een drietal deskundigen genoemd waaruit het hof een keuze kan maken. De namen van deze deskundigen zijn hun aangereikt door de brancheorganisatie HISWA-RECRON.
2.2
VvE heeft een voorkeur uitgesproken voor Facet Architecten & Adviseurs b.v. te Gaanderen. In de aanreiking van deze deskundige heeft HISWA-RECRON de naam genoemd van de heer [naam1] , zodat het hof aanneemt dat de voorkeur van VvE uitgaat naar benoeming van [naam1] verbonden aan Facet Architecten & Adviseurs b.v. als deskundige.
Hesselte c.s. hebben tegen het door VvE genoemde kantoor en de persoon van de heer [naam1] geen bezwaren geuit. Het hof heeft [naam1] voornoemd benaderd en deze heeft in een brief gedateerd 30 juni 2023 kenbaar gemaakt zijn benoeming te willen aanvaarden en vrij te staan ten opzichte van partijen.
2.3
Aangezien beide partijen zich kunnen vinden in de persoon van de te benoemen deskundige zal het hof op het verzoek van VvE tot benoeming van een voorlopig deskundige, als deskundige benoemen de heer [naam1] , verbonden aan Facet Architecten & Adviseurs b.v., gevestigd op het adres Bloemenweg 5, (7011 AH) Gaanderen.
Partijen hebben geen bezwaar geuit tegen de mededeling van de deskundige dat als algemene voorwaarden de DNR 2011 worden gehanteerd.
t.a.v. de vraagstelling en het voorschot
2.4
Hesselte c.s. hebben in hun akte na de tussenbeschikking bericht zich te kunnen vinden in de door het hof voorgenomen vraagstelling zoals weergegeven in het tussenarrest. VvE hebben voorgesteld om aan de door het hof voorgestelde vragen nog één vraag toe te voegen, te weten:
5. Hoe luidt uw antwoord op vraag 3 als zou worden aangenomen dat de diensten
waarvan u niet hebt kunnen vaststellen of die wel of niet zijn verleend, niét zijn verleend.
2.5
De deskundige heeft in zijn brief van 30 juni 2023 geen bezwaar geuit tegen het aanvullend opnemen van die vraag. Wel heeft hij voorgesteld om de voorgenomen vraag 3:
3. Binnen welke bandbreedte bevindt zich een in de markt gebruikelijke totale vergoeding (“parkbijdrage”) per jaar voor de diensten die zijn verleend.anders te formuleren en als volgt te laten luiden:
3. Is Facet Architecten en Adviseurs van mening dat de hoogte van de gehanteerde parkbijdrage reëel en marktconform is ten opzichte van de geboden diensten.
Daarnaast heeft de beoogde deskundige verzocht om het voorschot te bepalen op € 25.000,-.
2.6
Het door de deskundige verlangde voorschot en zijn voorstel tot een andere formulering van vraag 3. zijn aan partijen voorgelegd.
2.7
In een e-mail van 3 augustus 2023 heeft VvE bezwaar gemaakt tegen het verlangde voorschot. Volgens haar is uitgegaan van een te hoog ingeschatte tijdsbesteding. In plaats van het door de deskundige geschatte aantal van 120 - 130 uur, zou volgens VvE een tijdsbesteding van 50 uur voldoende moeten zijn. Op die grond stelt VvE voor het voorschot vast te stellen op € 9.500,-. Tegen de andere formulering van vraag 3. heeft VvE geen bezwaar.
2.8
Hesselte c.s. hebben in een akte van 7 augustus 2023 bericht niet in te stemmen met de hoogte van het voorschot. Volgens Hesselte c.s. staat het voorschotbedrag niet in verhouding tot het doel van het onderzoek.
Hesselte c.s. hebben verder bericht niet in te stemmen met de door de deskundige voorgestelde andere formulering van vraag 3. Volgens Hesselte c.s. is het juist van belang om duidelijk inzichtelijk te maken binnen welke bandbreedte de totale vergoeding van de parkbijdrage zich bevindt. In de andere formulering komt die bandbreedte niet terug en wordt daarin slechts gevraagd naar de mening van de deskundige.
2.9
De deskundige is gevraagd of de reacties van partijen hem nog aanleiding geven om het gevraagde voorschot aan te passen en of hij mogelijkheden ziet om de oorspronkelijke vraag 3. toch te beantwoorden.
De deskundige heeft daarop in een brief van 7 september 2023 bericht dat de benodigde tijd naar zijn inschatting echt 120 tot 130 uur zal bedragen. Ten aanzien van vraag 3. heeft de deskundige bericht dat het vergelijken van de door VvE gehanteerde kosten met die van andere parken, zoals nodig in de oorspronkelijke vraagstelling, een nog veel uitgebreider onderzoek zal vergen, omdat dan een onderbouwde vergelijking zal moeten worden gemaakt met diverse andere parken en geen twee parken hetzelfde zijn.
bepaling van het voorschot
2.1
Het voorschot zal het hof bepalen op € 19.500,- incl. btw; het laagste bedrag binnen de door de deskundige in zijn brief van 30 juni 2023 aangegeven bandbreedte. Het hof ziet in de door VvE en Hesselte c.s. genoemde bezwaren onvoldoende aanleiding om te twijfelen aan de door de deskundige gemaakte inschatting van het benodigde aantal uren voor het verlangde onderzoek. Met het oog op een beheersing van de kosten van deze procedure zou het hof het echter wenselijk vinden als de kosten van het deskundigenbericht het bedrag van het voorschot niet overschrijden. De deskundige wordt er op gewezen dat als tijdens het onderzoek mocht blijken dat dit bedrag toch niet toereikend is, hij het hof kan verzoeken om een aanvullend voorschot vast te stellen.
vaststelling van de vraagstelling
2.11
Het hof zal het voorstel van de deskundige om vraag 3. anders te formuleren overnemen. Weliswaar is de oorspronkelijke formulering van de vraag objectiever, maar het hof ziet geen overwegend bezwaar tegen de formulering die de deskundige heeft voorgesteld. VvE, als de partij die om het voorlopige deskundigenbericht heeft verzocht, kan ermee instemmen, en verwacht dus dat zij met het antwoord op die vraag haar positie in een eventueel aan te spannen procedure nader zal kunnen bepalen. Verder is van belang dat een deskundige zich vertrouwd voelt met de aan hem voorgelegde vragen. Daarbij kan het hof zich voorstellen dat het vaststellen van de bandbreedte die in de oorspronkelijke vraagstelling wordt bedoeld in de praktijk complex (en dus ook kostbaar) kan blijken te zijn.
Wel dient de deskundige bij de beantwoording van de vraag voor ogen te houden dat het in een eventuele bodemprocedure uiteindelijk aan de rechter zal zijn om te beoordelen of de parkbijdragen binnen de branche gangbaar waren en nog in een redelijke verhouding stonden tot de geleverde diensten. Het is daarom van belang dat de deskundige zijn rapport zodanig zal inrichten en van concrete onderbouwende/toelichtende informatie zal voorzien (zoals binnen de branche bekende/gehanteerde bedragen voor geleverde diensten) dat zonodig de rechter mede op basis van het rapport zijn eigen afweging zal kunnen maken.
2.12
Het antwoord op de door VvE in haar akte na tussenbeschikking aanvullend voorgestelde vraag met nummer 5. zou in de optiek van het hof gelijk moeten zijn aan het antwoord op vraag 3., ook na wijziging van de formulering. Het hof heeft echter geen bezwaar tegen opname van die vraag, nu Hesselte c.s. en ook de deskundige daartegen geen bezwaar hebben geuit.
2.13
Aan de deskundige zullen dus de volgende vragen worden voorgelegd ter beantwoording:
1. Welke van de diensten en voorzieningen (“taken en verantwoordelijkheden”) die zijn benoemd in de tussen partijen gesloten overeenkomst van 8 november 2014 zijn door Hesselte c.s. verleend in de periode vanaf 8 november 2014 tot en met 2022 en welke van die taken en verantwoordelijkheden zijn niet verleend;2. Indien er “taken en verantwoordelijkheden” zijn waarvan u niet kunt vaststellen of zij wel of niet zijn verleend, welke zijn dat en waarom kunt u dat niet vaststellen;3. Is de hoogte van de gehanteerde parkbijdragen over de periode van november 2014 tot en met 2022 reëel en marktconform ten opzichte van de in die periode geboden diensten;4. Hoe luidt uw antwoord op de voorgaande vraag als zou worden aangenomen dat de diensten waarvan u niet hebt kunnen vaststellen of die wel of niet zijn verleend, wél zijn verleend;5. Hoe luidt uw antwoord op vraag 3 als zou worden aangenomen dat de diensten
waarvan u niet hebt kunnen vaststellen of die wel of niet zijn verleend, niét zijn verleend;
6. Wat is een in de markt gebruikelijke wijze van omslaan van de vergoeding over de verschillende kavels en/of objecten;
7. Wilt u alle antwoorden op de gestelde vragen voorzien van een toelichting waaruit kan blijken hoe u tot die beantwoording bent gekomen;
8. Tot welke andere (aanvullende) opmerkingen geeft uw onderzoek u aanleiding?
het aan de deskundige ter hand te stellen dossier
2.14
De deskundige zal voor zijn oordeelsvorming over het gehele dossier dienen te beschikken en zal in zijn oordeelsvorming alle aspecten kunnen betrekken die hij in dat dossier aantreft en van belang acht. Dat dossier zal door VvE in kopie ter beschikking gesteld dienen te worden.
de proceskosten
2.15
In de aard van de procedure en de uitkomst ervan vindt het hof aanleiding om de kosten in hoger beroep te compenseren, op die wijze dat iedere partij de eigen kosten dient te dragen.
De proceskostenveroordeling van VvE in de procedure bij de rechtbank laat het hof in stand, omdat de niet-ontvankelijkverklaring van VvE in haar verzoek tot het gelasten van een deskundigenonderzoek op zichzelf terecht was gelet op de gedingstukken die toen voorhanden waren. Pas in hoger beroep heeft VvE stukken in het geding gebracht voor een ander oordeel daarover.

3.De beslissing

Het hof:
op het verzoek van VvE tot het gelasten van een voorlopig deskundigenbericht
- vernietigt de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen van 31 augustus 2022 voor zover VvE niet ontvankelijk is verklaard in haar verzoek om een voorlopig bericht van een deskundige te bevelen en opnieuw rechtdoende:
- wijst het verzoek toe en benoemt tot deskundige:
de heer [naam1] voornoemd, verbonden aan Facet Architecten en Adviseurs b.v. te Gaanderen om een onderzoek in te stellen en schriftelijk bericht uit te brengen omtrent de vragen die hiervoor zijn vermeld onder 2.13;
- bepaalt dat de deskundige tijdens het onderzoek partijen in de gelegenheid zal stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen en dat daarvan uit het schriftelijk bericht zal blijken;
- bepaalt dat op de door de deskundige te verrichten werkzaamheden de DNR 2011 van toepassing zijn;
- bepaalt dat de deskundige een concept-deskundigenbericht aan partijen zal toesturen en partijen in de gelegenheid zal stellen op dat concept te reageren alvorens een definitief bericht uit te brengen. In het definitieve deskundigenbericht zal de deskundige de reacties van partijen op het concept bespreken;
- bepaalt dat VvE aan de deskundige een kopie van het volledige procesdossier ter beschikking zal stellen;
- beveelt partijen om aan de deskundige alle door hem gewenste inlichtingen te verstrekken;
- bepaalt dat de deskundige het ondertekende deskundigenbericht vóór
1 maart 2024zal toesturen aan de griffie van dit hof ( Postbus 1704, 8901 CA Leeuwarden);
- bepaalt dat de deskundige het onderzoek eerst zal behoeven aan te vangen nadat door VvE als voorschot op de kosten van het deskundigenonderzoek een bedrag van € 19.500,- inclusief btw zal zijn voldaan;
- bepaalt dat VvE het voorschot dient te betalen, conform de nota met betaalinstructies die VvE zal ontvangen van het Landelijke Dienstencentrum voor de Rechtspraak;
- bepaalt dat dit voorschot (in beginsel) binnen vier weken na dagtekening van de nota van het Landelijk Dienstencentrum moet zijn voldaan;
- bepaalt dat de deskundige niet met het onderzoek zal starten voordat de griffier heeft laten weten dat het voorschot is betaald;
- bepaalt dat de deskundige het onderzoek dient te staken en contact dient op te nemen met de griffier indien hem tijdens de uitvoering van zijn onderzoek blijkt dat het voorschot niet toereikend zal zijn;
-
bepaalt dat de deskundige zich - door tussenkomst van de griffie - met vragen en opmerkingen kan wenden tot mr. O.E. Mulder, die hierbij wordt benoemd tot raadsheer-commissaris;
- draagt de griffier op een afschrift van deze beschikking aan de deskundige te verzenden;
-
bepaalt dat iedere partij de eigen kosten dient te dragen van deze procedure in hoger beroep;
- verklaart deze veroordeling tot terugbetaling uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst af wat meer of anders is verzocht.
Dit beschikking is gegeven door mrs. O.E. Mulder, M.E.L. Fikkers, en C.W. Inden, en is in het openbaar uitgesproken op 7 november 2023 in tegenwoordigheid van de griffier.