Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in het principaal hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het huwelijk tussen partijen is ontbonden en zij zijn gezamenlijk gezagdragers over drie minderjarige kinderen met hoofdverblijf bij de vrouw. De rechtbank had eerder de bijdrage van de man in de kosten van verzorging en opvoeding vastgesteld op €135 per kind per maand en het verzoek tot partneralimentatie afgewezen.
In hoger beroep verzochten partijen om herziening van de alimentatiebedragen. De vrouw stelde een hogere kinderalimentatie en partneralimentatie voor, terwijl de man incidenteel hoger beroep instelde tegen de kinderalimentatie en de ingangsdatum daarvan.
Het hof oordeelde dat de draagkracht van de man onvoldoende kon worden vastgesteld vanwege het ontbreken van financiële stukken, maar ging uit van het eerder overeengekomen bruto jaarinkomen van €77.760. De draagkracht van de vrouw werd vastgesteld op een netto inkomen van €2.679. Na toepassing van de zorgkorting en draagkrachtvergelijking werd de kinderalimentatie vastgesteld op €158 per kind per maand met ingang van 20 december 2022. Het verzoek tot partneralimentatie werd afgewezen omdat de vrouw voldoende eigen inkomen heeft.
De kosten van beide procedures werden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt. De beschikking van de rechtbank werd voor zover gewijzigd vernietigd en herzien.
Uitkomst: De kinderalimentatie wordt verhoogd naar €158 per kind per maand vanaf 20 december 2022 en partneralimentatie wordt afgewezen.