Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De man en vrouw zijn gescheiden en de rechtbank heeft de partneralimentatie vastgesteld op basis van behoefte en draagkracht. De man verzocht om wijziging van de alimentatie wegens onjuiste gegevens en gewijzigde omstandigheden, waaronder het inkomen uit prostitutiewerkzaamheden en niet gerealiseerde toekomstverwachtingen van zijn inkomen.
Het hof overweegt dat de behoefte van de vrouw onherroepelijk is vastgesteld en dat het legale inkomen uit prostitutie mag worden meegenomen bij de behoeftebepaling. De man slaagt slechts in zijn grief over de aanvullende behoefte vanaf 15 mei 2021, omdat de vrouw toen eigen inkomsten kreeg. De man kon onvoldoende aantonen dat hij zijn draagkracht niet kan verwezenlijken, ondanks zijn stellingen over schulden en een late vestiging in Nederland.
De rechtbank heeft terecht de draagkracht van de man berekend op basis van een winst uit onderneming van €40.000 en een gebruikelijk loon van €47.000. De man heeft onvoldoende bewijs geleverd voor het ontbreken van dit inkomen. De grieven van de man worden afgewezen, behalve de aanpassing van de aanvullende behoefte vanaf 15 mei 2021. De bestreden beschikking wordt bekrachtigd en de proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de alimentatiebeschikking met uitzondering van een aanpassing van de aanvullende behoefte vanaf 15 mei 2021 vanwege het eigen inkomen van de vrouw.