Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De ouders oefenen gezamenlijk het gezag uit over hun negenjarige minderjarige zoon, die zijn hoofdverblijf bij de moeder heeft. De moeder wilde met de minderjarige verhuizen naar een andere plaats en vroeg hiervoor vervangende toestemming, die door de rechtbank Midden-Nederland werd verleend en uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
De vader stelde bezwaar tegen de uitvoerbaarheid en verzocht het hof om schorsing van deze beschikking. Hij voerde aan dat zijn belang bij schorsing zwaarder weegt en dat er sprake zou zijn van een nieuw feit omdat de moeder tijdelijk in een andere plaats verblijft dan de bestemming van de verhuizing.
Het hof overwoog dat schorsing alleen mogelijk is indien er nieuwe feiten zijn die na de uitspraak zijn ontstaan of als de rechtbank een kennelijke misslag heeft begaan. Hoewel de moeder tijdelijk in een andere woning verblijft, is dit slechts een overbrugging tot de oplevering van de nieuwe woning in de beoogde plaats. De moeder heeft haar oude woning opgezegd en zal binnenkort daadwerkelijk verhuizen.
Daarom ziet het hof geen reden om de uitvoerbaarheid te schorsen en wijst het verzoek van de vader af. De beschikking is uitgesproken door drie rechters op 21 november 2023.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarheid van de vervangende toestemming tot verhuizing af.