De betrokkene, geboren in Guinee en woonachtig in Nederland, is onder curatele gesteld vanwege zijn lichamelijke en/of geestelijke toestand, waardoor hij zijn belangen niet kan behartigen. De ouders, woonachtig in Frankrijk, voerden in hoger beroep aan dat de Nederlandse rechter onbevoegd is en dat zij zelf als curator benoemd moeten worden, omdat de betrokkene bij hen in Frankrijk kan wonen en verzorgd worden.
Het hof oordeelt dat de Nederlandse rechter internationaal bevoegd is op grond van de anticiperende toepassing van het Haags Volwassenenbeschermingsverdrag 2000, aangezien de betrokkene op het moment van het verzoek zijn gewone verblijfplaats in Nederland had. Het toepasselijke recht is Nederlands recht. Het hof stelt vast dat de ouders de biologische ouders zijn, maar dat de bescherming van de betrokkene door een ondercuratelestelling in Nederland noodzakelijk blijft zolang hij daar woont.
Het hof wijst het verzoek van de ouders af om zelf tot curator te worden benoemd of om een Nederlands-/Franstalige curator aan te stellen, omdat zij onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat zij de curatorstaak in Nederland adequaat kunnen vervullen. De huidige curator voert haar taken naar behoren uit en werkt samen met de ouders aan een mogelijke verhuizing van de betrokkene naar Frankrijk. De bestreden beschikking van de kantonrechter wordt bekrachtigd.