Uitspraak
wonende te [woonplaats] , Spanje,
wonende te [woonplaats] , Spanje, in zijn hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van eiseres sub 1,
wonende te [woonplaats] ,
wonende te [woonplaats] , Zwitserland,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende exceptief verweer en incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
3.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het cassatieberoep
TUTELAwordt gesteld, en [eiser 2] wordt benoemd tot haar
TUTOR(…)”.
Bij conclusie van antwoord hebben [verweerders] bij wege van exceptief verweer aangevoerd dat [eiseres 1] en de tutor niet-ontvankelijk zijn in het cassatieberoep, eerstgenoemde omdat zij handelingsonbekwaam is en laatstgenoemde bij gebreke van een rechterlijke machtiging.
Dit artikel bevat een conflictregel ter bepaling van het toepasselijke recht bij de vaststelling of sprake is van handelings(on)bekwaamheid, waarbij primair wordt aangeknoopt bij de nationaliteit van de betrokkene.
De wetgever heeft desondanks in Boek 10 BW met art. 10:115 BW Pro al wel een bepaling gereserveerd waarin zal worden verwezen naar het HVV.
Deze uitlatingen van de regering zijn niet op bezwaren gestuit van de kant van de beide Kamers van de Staten-Generaal.
Een dergelijke maatregel kan alleen worden uitgesproken in geval van een lichamelijke of geestelijke beperking van blijvende aard, die de persoon in kwestie belemmert zijn eigen belangen behoorlijk te behartigen (art. 199 en Pro 200 Código civil). De Spaanse rechter heeft vastgesteld dat ten aanzien van [eiseres 1] aan die voorwaarden is voldaan en heeft een “totale en volledige onbevoegdheid” uitgesproken, met bepaling dat haar zoon Daniël als tutor zorg zal dragen voor haar goederen en haar persoon en de bevoegdheid heeft om haar te vertegenwoordigen. Zoals ook het hof in rov. 21 en 22 heeft overwogen, brengt de handelingsonbevoegdheid volgens het Spaanse civiele recht tevens de onbevoegdheid mee om zelfstandig in rechte op te treden (art. 271 Código civil).
Het optreden van de curator als formele procespartij sluit derhalve uit dat (ook) de vertegenwoordigde die hoedanigheid inneemt. (Vgl. voor bewind HR 7 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:525, NJ 2015/69). Uit de door [eiseres 1] genoemde uitspraak van 2 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2755, NJ 2016/502 volgt niet iets anders. In dat geval werd de curatele, nadat de onder curatele gestelde cassatieberoep had ingesteld, opgeheven, hetgeen tot gevolg had dat zij zelf, als inmiddels weer procesbekwame partij, het instellen van dat beroep kon bekrachtigen.
4.Beslissing
2 februari 2018.